Lezersrecensie
Vrijheid ten koste van alles
“Mijn waan, dat was het. Mijn waan vrij te willen zijn en daar een prijs voor te moeten betalen had me simpelweg kwetsbaar gemaakt. Dat was het gif.”
De wonderen begint in de baarmoeder: een tweeling die elkaar vasthoudt, de tweeling Amandine (v) en Ambrose (m). Die elkaar – tevergeefs – vast probeert te houden in hun verdere leven. Daarna gaat het snel over naar de daarop volgende jaren. We schrijven 1915, het jaar waarin Ambrose op zijn sterfbed bij zijn tweelingzus ligt. Dan denkt Amandine terug aan hoe het allemaal zo heeft kunnen lopen. 1868, de geboorte van de tweeling, nageslacht dat door moeder allerminst wordt verwelkomd. Moeder voelt zich ge-/misbruikt. Haar ambitie was het klooster in te treden.
“Ze had de hoop gekoesterd dat de moeder van Christus haar zou eren met een verschijning, zodat ze haar leven aan Haar zou kunnen wijden. Dat gebeurde niet. Het lot werd door haar ouders beslist.”
Vader lijkt een krachtige man die de wereld reguleert met zijn macht. Hij – een vrijmetselaar en succesvol bankier – is een van de mannen die bij koning Leopold op bezoek mag komen en hem van advies voorziet. Vader investeert in de rubberindustrie van Congo. Hij is een aristocraat pur sang. Gaandeweg toont vader echter dat hij volgens Amandine niets meer is dan een knecht, een horige in dienst van het geld, ten koste van alles. Bovendien van zijn vrouw. Daar komt Amandine tegen in opstand.
“Buiten het huis kon hij zich alles permitteren, maar binnen de huismuren was hij niet meer dan een bediende van mijn moeders wensen.”
Ze schroomt niet hem dat voor de voeten te werpen. Moeder is een afstandelijke vrouw, die niets met haar kroost te maken wil hebben. Zeker niet met haar dochter.
Zowel Amandine als Ambrose streven naar iets anders in hun leven. Zij voeren séances uit, waarbij sommige mensen/vrienden totaal van het padje raken en zij Amandine als een soort medium zien. Ambrose is Merlijn, hij ziet zijn tweelingzus als diens Ganieda. Amandine krijgt visioenen van hun tante Bella, de vrouw waar de tweeling zoveel fijne vakanties heeft doorgebracht. Zij beschouwt de zus van haar vader als ‘moeder’, een rol die haar eigen moeder nooit heeft kunnen vervullen. Ambrose heeft zich juist van hun vrijzinnige tante afgekeerd.
Vrienden van Ambrose verliezen zich in de séances van de tweeling, van de boodschappen van tante Bella, ook al moet Ambrose zelf niets van die tante hebben. Hij verliest zich in de drank, terwijl van hem verwacht wordt dat hij het bankiersimperium van zijn vader over zal nemen. Intussen krijgt Amandine vooral te horen hoe zij zich volgens haar moeder dient te gedragen – kansloos – terwijl ook Ambrose door zijn vader wordt opgezweept. Vrijheid is hun credo. De tweeling verliest zich in bizarre gedachten. Saint-Marcq, vriend van Ambrose, is na een van Amandine’s eerste séances geheel in haar greep.
“Christus deelde zijn mannelijkheid met zijn apostelen. Ze aten zijn zaad, zo fluisterde hij. Dat was de ware eucharistie.”
Eén ding heeft de tweeling gemeen: zij voelen elkaars leed, een soort telepathische gewaarwording (cliché? Hier allerminst). Ondanks dat Amandine over ‘de gaven’ bezit, séances organiseert waar mensen wild enthousiast op afkomen, verwijt Ambrose haar later dat zij haar toneelspel te lang heeft volgehouden. Maar is het wel een toneelspel? Wat hen bovenal bindt: de zucht naar vrijheid. In die zin verraadt Amandine haar tweelingbroer door te trouwen met Robert, een telg uit een bankiersgeslacht, die besluit zijn geluk te zoeken in de rubberoogst in Congo. Daarbij komt de uitbuiting van de lokale bevolking ter sprake, alles om maar zoveel mogelijk geld te persen uit de regio. Gruwelijke misstanden komen uiteindelijk aan het licht in (inter)nationale kranten. Robert houdt voet bij stuk: zij zijn er om ‘die wilden’ op te voeden, hun beschaving bij te brengen.
Toen Amandine haar toekomstige echtgenoot Robert ontmoette, leek hij de meest vrijzinnige persoon die zij zich kon wensen. Helaas blijkt dat allerminst het geval. Na een slippertje wordt zij verbannen, terwijl Robert al jarenlang een frequent bezoeker van bordelen is (EW: is het tegenwoordig anders?). Tja, je bent nu eenmaal een vrouw… Hun zoon Louis – die de gave van Amandine heeft geërfd – wordt haar ontnomen, Amandine wordt opgesloten.
De Wonderen is een roman over vrouwenemancipatie. Daarnaast is het een aanklacht tegen de kolonisatie van Congo, met alle gevolgen van dien. En op ons doorgeslagen kapitalistisme.
“Democratie draait op geld, niet op eisen om meer rechten. Wie dat cynisch acht, verraadt de realiteit of is naïef.”
What’s new? Is het tegenwoordig anders? De Wonderen is een roman over opstand, over een kansloze missie. Vrijheid zal Amandine uiteindelijk vinden:
“In deze lente van 1915 houden de merels niet op met zingen.
De kanonnen bulderen in de Westhoek.
Niets schiet er nog over van de rust van weleer.
Buiten wat er in mijn ziel nog heerst.
Dat zal ik altijd een wonder blijven noemen.
Het is mijn vrijheid.”
Olyslaegers beschrijft het leven in Antwerpen van 125 jaar geleden op prachtige wijze. Vergeet recensies zoals die in De Volkskrant – “de stad vol bordelen,” et cetera. Die bedrijven zijn er, maar het heeft als functie de couleur locale weer te geven. Nergens is er sprake van platte seks. De Wonderen is een intrigerend boek over de dappere strijd van een vrouw die alles heeft om te verliezen. En die ondanks dat volledig haar eigen gang gaat.
De wonderen begint in de baarmoeder: een tweeling die elkaar vasthoudt, de tweeling Amandine (v) en Ambrose (m). Die elkaar – tevergeefs – vast probeert te houden in hun verdere leven. Daarna gaat het snel over naar de daarop volgende jaren. We schrijven 1915, het jaar waarin Ambrose op zijn sterfbed bij zijn tweelingzus ligt. Dan denkt Amandine terug aan hoe het allemaal zo heeft kunnen lopen. 1868, de geboorte van de tweeling, nageslacht dat door moeder allerminst wordt verwelkomd. Moeder voelt zich ge-/misbruikt. Haar ambitie was het klooster in te treden.
“Ze had de hoop gekoesterd dat de moeder van Christus haar zou eren met een verschijning, zodat ze haar leven aan Haar zou kunnen wijden. Dat gebeurde niet. Het lot werd door haar ouders beslist.”
Vader lijkt een krachtige man die de wereld reguleert met zijn macht. Hij – een vrijmetselaar en succesvol bankier – is een van de mannen die bij koning Leopold op bezoek mag komen en hem van advies voorziet. Vader investeert in de rubberindustrie van Congo. Hij is een aristocraat pur sang. Gaandeweg toont vader echter dat hij volgens Amandine niets meer is dan een knecht, een horige in dienst van het geld, ten koste van alles. Bovendien van zijn vrouw. Daar komt Amandine tegen in opstand.
“Buiten het huis kon hij zich alles permitteren, maar binnen de huismuren was hij niet meer dan een bediende van mijn moeders wensen.”
Ze schroomt niet hem dat voor de voeten te werpen. Moeder is een afstandelijke vrouw, die niets met haar kroost te maken wil hebben. Zeker niet met haar dochter.
Zowel Amandine als Ambrose streven naar iets anders in hun leven. Zij voeren séances uit, waarbij sommige mensen/vrienden totaal van het padje raken en zij Amandine als een soort medium zien. Ambrose is Merlijn, hij ziet zijn tweelingzus als diens Ganieda. Amandine krijgt visioenen van hun tante Bella, de vrouw waar de tweeling zoveel fijne vakanties heeft doorgebracht. Zij beschouwt de zus van haar vader als ‘moeder’, een rol die haar eigen moeder nooit heeft kunnen vervullen. Ambrose heeft zich juist van hun vrijzinnige tante afgekeerd.
Vrienden van Ambrose verliezen zich in de séances van de tweeling, van de boodschappen van tante Bella, ook al moet Ambrose zelf niets van die tante hebben. Hij verliest zich in de drank, terwijl van hem verwacht wordt dat hij het bankiersimperium van zijn vader over zal nemen. Intussen krijgt Amandine vooral te horen hoe zij zich volgens haar moeder dient te gedragen – kansloos – terwijl ook Ambrose door zijn vader wordt opgezweept. Vrijheid is hun credo. De tweeling verliest zich in bizarre gedachten. Saint-Marcq, vriend van Ambrose, is na een van Amandine’s eerste séances geheel in haar greep.
“Christus deelde zijn mannelijkheid met zijn apostelen. Ze aten zijn zaad, zo fluisterde hij. Dat was de ware eucharistie.”
Eén ding heeft de tweeling gemeen: zij voelen elkaars leed, een soort telepathische gewaarwording (cliché? Hier allerminst). Ondanks dat Amandine over ‘de gaven’ bezit, séances organiseert waar mensen wild enthousiast op afkomen, verwijt Ambrose haar later dat zij haar toneelspel te lang heeft volgehouden. Maar is het wel een toneelspel? Wat hen bovenal bindt: de zucht naar vrijheid. In die zin verraadt Amandine haar tweelingbroer door te trouwen met Robert, een telg uit een bankiersgeslacht, die besluit zijn geluk te zoeken in de rubberoogst in Congo. Daarbij komt de uitbuiting van de lokale bevolking ter sprake, alles om maar zoveel mogelijk geld te persen uit de regio. Gruwelijke misstanden komen uiteindelijk aan het licht in (inter)nationale kranten. Robert houdt voet bij stuk: zij zijn er om ‘die wilden’ op te voeden, hun beschaving bij te brengen.
Toen Amandine haar toekomstige echtgenoot Robert ontmoette, leek hij de meest vrijzinnige persoon die zij zich kon wensen. Helaas blijkt dat allerminst het geval. Na een slippertje wordt zij verbannen, terwijl Robert al jarenlang een frequent bezoeker van bordelen is (EW: is het tegenwoordig anders?). Tja, je bent nu eenmaal een vrouw… Hun zoon Louis – die de gave van Amandine heeft geërfd – wordt haar ontnomen, Amandine wordt opgesloten.
De Wonderen is een roman over vrouwenemancipatie. Daarnaast is het een aanklacht tegen de kolonisatie van Congo, met alle gevolgen van dien. En op ons doorgeslagen kapitalistisme.
“Democratie draait op geld, niet op eisen om meer rechten. Wie dat cynisch acht, verraadt de realiteit of is naïef.”
What’s new? Is het tegenwoordig anders? De Wonderen is een roman over opstand, over een kansloze missie. Vrijheid zal Amandine uiteindelijk vinden:
“In deze lente van 1915 houden de merels niet op met zingen.
De kanonnen bulderen in de Westhoek.
Niets schiet er nog over van de rust van weleer.
Buiten wat er in mijn ziel nog heerst.
Dat zal ik altijd een wonder blijven noemen.
Het is mijn vrijheid.”
Olyslaegers beschrijft het leven in Antwerpen van 125 jaar geleden op prachtige wijze. Vergeet recensies zoals die in De Volkskrant – “de stad vol bordelen,” et cetera. Die bedrijven zijn er, maar het heeft als functie de couleur locale weer te geven. Nergens is er sprake van platte seks. De Wonderen is een intrigerend boek over de dappere strijd van een vrouw die alles heeft om te verliezen. En die ondanks dat volledig haar eigen gang gaat.
1
Reageer op deze recensie
