Advertentie
    Evelien Walravens Hebban Recensent

Filmmaker, mediaman, claimer van de Noordpool (2015), loper in de marathon van Noord Korea (2017) en schrijver. Een veelzijdig man, deze Erik Hensel (1989). Je kunt hem kennen van zijn televisie- en radiooptredens bij onder andere Pauw, RTL Late Night en Evers staat op. Op zijn 19e en 22e schreef hij al twee boeken: Joggen op de trappen van geluk en Vluchten van mij. Met de films van zijn mediabedrijf LifeHunters heeft hij miljoenen online kijkers weten te bereiken. Of hij deze aantallen met zijn nieuwe roman weet te halen, valt te betwijfelen, maar het is een lezenswaardig boek geworden. Hensel baseerde Tussentijd op gesprekken die hij had met schrijfster Daniëlle Hermans, aan wie hij het boek ook heeft opgedragen.

Twintig jaar nadat zijn oudere broer Paul op zijn vijftiende wegliep van huis, ziet Damian hem opeens in een tv-programma van de BBC. Zij bezoeken mensen die hun geluk ver van huis hebben weten te vinden. Damian is intussen een goed verdienende, maar drukbezette vastgoedhandelaar geworden en reist de wereld af voor een goede deal. Dat hij zijn vriendin Julie hiermee ernstig verwaarloost, dringt nauwelijks tot hem door; een nieuw sieraad van Bulgari maakt het wel weer goed. Het zien van zijn broer op tv brengt een hoop oud zeer omhoog en Damian besluit hem te gaan opzoeken. Via de BBC komt hij in contact met zijn broer, die met zijn vriendin Rose op een tropisch eilandje in Frans-Polynesië woont. Maar er wacht hem een onaangename verrassing: Paul is terminaal ziek en heeft misschien nog maar twee maanden te leven.

‘Ik stap naar binnen. Het is heel onwerkelijk om in Pauls huis te staan. Er gaat een combinatie van angst, nervositeit en verwarring door me heen. Al die emoties zorgen ervoor dat ik me ongemakkelijk voel. Wanneer mijn ogen aan het duister gewend zijn, zie ik op de bank een gestalte liggen. Langzaam loop ik ernaartoe. Paul kijkt me glimlachend aan en strekt langzaam zijn hand naar mij uit, zo langzaam dat ik het gebaar theatraal zou vinden als hij er niet zo ontzettend slecht uit had gezien. Een dodenmasker heeft zich aan zijn gezicht vastgeklampt.’

Hensel heeft er voor gekozen zijn roman in een soort dagboekvorm vanuit het ik-perspectief van Damian neer te zetten. In een periode van bijna twee maanden geeft hij een dagelijks rapport van het hernieuwde contact tussen de broers. Hierin is veel plaats voor herinneringen die Damian heeft aan zijn jeugd, en leert de lezer waarom Damian zo tegen Paul opkeek. Ook het verdriet en de woede na Pauls vertrek krijgt een prominente plek. Tijdens het verblijf van Damian bij Paul hebben de broers goede gesprekken waarin ze het vaak hebben over wat geluk nu eigenlijk is, maar ook over waarom Paul nooit meer contact opnam en zijn belofte niet nakwam om Damian te komen halen zodra het kon. Een mooie bijkomstigheid van een eiland zonder internetbereik is dat Damian eindelijk ook een beetje tot rust komt.

‘De stilte hier, de zuivere lucht, de zon. Alles doet me goed, en dat terwijl Paul op sterven ligt. Ik denk niet aan kantoor, deals, financieringen of vastgoed. Ik ben hier bezig met het leven.’

Toch maakt de dagboekvorm het niet zo goed mogelijk om het verhaal erg diepgaand te maken. Steeds als het gesprek wat diepgang krijgt, kapt de schrijver af door naar een volgende dag over te gaan. Ook het eenzijdige perspectief van Damian maakt dat de andere personages alleen vanuit zijn standpunt neergezet worden. Sommigen, zoals Pauls vriendin Rose, maar ook Damians eigen vriendin Julie, hadden best wat meer podium mogen krijgen. De gesprekken tussen de broers blijven een beetje een welles-nietes spelletje over wat geluk dan wel niet precies is. Uiteindelijk lijken Pauls ideeën echter wel tot Damian door te dringen en geeft het ook de lezers veel stof tot nadenken in hun doorgaans drukke levens. Dat maakt dit boek zeker de moeite van het lezen waard.

Reacties op: Welles-nietes gesprekken over geluk

27
Tussentijd - Erik Hensel
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners