Lezersrecensie
Recensie Traag licht 3 (slot)
'Traag licht' is noodgedwongen het slotdeel van de serie 'Voorbij ik en waargebeurd', een doorlopende romancyclus die Herman Franke in gedachten had voor de komende jaren. In dit laatste deel spelen opnieuw de vertrouwde personages uit eerdere delen hun rol. Zo mijmert de portretschrijver over zijn werk, wordt er verder gezocht naar de identiteit van de naakte vrouw op een gevonden stereofoto uit het begin van de twintigste eeuw en ook de jeugdverhalen uit Groningen duiken met enige regelmaat op. Dit alles mondt uit in een opnieuw prachtig boek, al is het Franke niet gelukt alle passages uit te schrijven. In dergelijke gevallen volstaat de schrijver met een schrijversnotitie tussen accolades om de lezer toch een idee te geven van wat er daar zou moeten ontstaan. Soms kan een personage het niet laten iets over 'de baas' te vertellen, hoe het met hem gaat, de chemo's, de ziekenhuisopnames. Het schrijven van dit slotdeel was een race - haste, haste! - tegen de klok, niet meer, niet minder. Tot kort voor zijn dood heeft Franke eraan gewerkt en het resultaat mag er zijn.
Schijnbaar moeiteloos lossen de diverse verhaallijnen in elkaar op, ze raken verstrengeld en laten weer los. En dat alles in prachtig proza van een schrijver die nog lang niet was uitgeschreven. Een kort voorbeeld:
Met theatraal vooruitgestoken lippen drukte hij een kus op zijn gekruiste duimen. Daarna zette hij zijn handen op een kier en liet zijn adem weer vrij. De lucht, dacht hij, zit vol zuchten van genot en ellende, van vrijheid en gevangenschap, van klaarkomen en sterven. De lucht zit vol geesten uit de fles.
Met de vaderfiguur uit zijn cyclus zeg ik: 'Tou moar!'