Lezersrecensie
Recensie Opwaaiende zomerjurken
Soms heb je van die schrijvers die niet stap voor stap een carrière opbouwen, maar er meteen staan. Zo’n schrijver is Oek de Jong. Na de verhalenbundel ‘De hemelvaart van Massimo’ was ‘Opwaaiende zomerjurken’ een roman die stond als een huis. Laag voor laag en vanuit wisselend perspectief wordt de gedachtewereld van Edo Mesch blootgelegd, een protagonist die ernaar streeft ‘te zijn zonder er te zijn’.
Dat gaat allesbehalve gemakkelijk. In bijna driehonderd pagina’s wordt de lezer door het labyrint in het hoofd van Edo Mesch geleid. Meteen in het begin wordt al duidelijk dat niets van het gebeurde zonder betekenis is. In vloeiende zinnen roept Oek de Jong het beeld op van een kind dat overal buitenstaat, niet in de laatste plaats door een afgeplakt oog. Opvallend is de welhaast seksuele lading in de omgang van Edo met zijn moeder en vooral met een buurvrouw. Dat erbuiten staan neemt gaandeweg groteskere vormen aan, ook wanneer Edo ouder wordt. Hij belandt samen met zijn oom en tante in een vakantiehuisje. Ook daar weer die seksuele fascinatie voor ouderen, in dit geval de tante. Al denkende probeert Edo grip te krijgen op zichzelf, maar zijn vorderingen zijn minimaal. Integendeel, voortdurend zit je je als lezer af te vragen wanneer de bom definitief gaat barsten en Edo Mesch door het lint gaat. Maar steeds wordt dat moment uitgesteld, subtiel wordt de koers van het verhaal keer op keer verlegd. Tergend langzaam beschrijft Oek de Jong millimeter voor millimeter hoe Edo afstevent op een onvermijdelijke ondergang. Uiteindelijk vindt het verhaal zijn climax in een bootje op een van de Friese meren, maar ook daar een andere afloop dan je zou verwachten.
‘Opwaaiende zomerjurken’ is geen verhaal voor de lezer die snel aan zijn of haar trekken wenst te komen. Ook het karakter van de hoofdpersoon is niet bepaald innemend te noemen. Toch gaat Edo Mesch op de duur in je hoofd zitten, waarschijnlijk om er nooit meer uit te gaan.