Lezersrecensie
Menselijke maat
De Eerste Wereldoorlog was een loopgravenoorlog. Met gevechten op het slagveld, man tegen man, de bajonet vooruit.
Op 2 november 1918 - net voor de wapenstilstand - voert het Franse leger een charge uit op Heuvel 113, nadat twee verkenners tegen de verwachting in door de Duitsers zijn neergeschoten. De soldaten Albert en Édouard kennen elkaar nauwelijks, maar door een bizar toeval redden ze elkaar van een wisse dood en blijven ze elkaar bijstaan.
Na de oorlog worden teruggekeerde soldaten aan hun lot overgelaten. Er is geen nazorg, banen zijn voor hen niet (meer) beschikbaar. “Men drukte de doden even innig aan het hart als men de overlevenden van zich afstootte.”
De Franse regering maakt een plan om de honderdduizenden gevallenen die her en der op en rond de slagvelden zijn begraven, ordentelijk te herbegraven op militaire dodenakkers. Dit gebeurt tegen de achtergrond van een draconisch bureaucratisch stelsel dat ieder initiatief doet verzanden en corruptie, sjoemelen en sjacheren in de hand werkt. Dat er lieden zijn die zich aan de situatie proberen te verrijken zonder compassie met de gevallenen en hun families, kan niet uitblijven. “Onder geïdentificeerde kruisen sliepen anonieme doden.” Intussen komt een ware herdenkingsrage op gang. Édouard en Albert zien kansen.
Het is een schrijnend verhaal, maar door de licht ironische toon van de alwetende verteller wordt het nergens te zwaar of te beladen. Situaties, zoals de veldslagen zijn beeldend beschreven, emoties, zoals doodsangst, moedeloosheid, het besef van verlies, twijfel en onzekerheid zijn invoelbaar. Personages zijn secuur uitgewerkt en tot leven gebracht en ook bijfiguren hebben diepgang. Thema’s als verlies, rouw en berouw, vriendschap, verraad en bedrog komen in verschillende verschijningsvormen goed tot hun recht.
De titel is ontleend aan een passage in de laatste brief van Jean Blanchard aan zijn vrouw. Samen met vijf andere militairen werd hij schuldig bevonden aan desertie en op 4 december 1914 gefusilleerd. Ten onrechte. In 1921 werden zij gerehabiliteerd.
Tot ziens daarboven - in een prachtige vertaling van Liesbeth van Nes - brengt de verschrikkingen van een oorlog terug tot een menselijke maat.