Meer dan 5,6 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid
×
Lezersrecensie

Groeien er echt bloemen op geamputeerde benen?

Jan Stoel 10 juli 2024
Sinds 7 oktober 2023 woedt er een verschrikkelijke oorlog in Gaza. Het is de zoveelste geweldexplosie in een gebied dat al sinds 1947 betwist is. Na de Tweede Wereldoorlog, in 1947, werd Palestina door de Verenigde Naties verdeeld in een onafhankelijke Joodse en een onafhankelijke Arabische staat. Jeruzalem kreeg een aparte status. De Joodse leiders waren daar enthousiast over, de Arabieren allerminst. Dat leidde tot de Arabisch-Israëlische oorlog in 1948. In mei 1948 riepen de Joodse leiders de onafhankelijke staat Israël uit. Er volgden nog vele gewapende conflicten. Israël bezet(te) steeds meer gebieden. In Een tuin voor verloren benen van de Palestijnse schrijver Mahmoud Jouda (1985), die in maart 2024 met zijn familie vluchtte vanuit de Gazastrook naar Egypte, gaat het over de Mars van de Terugkeer in 2018 en 2019. Die beweging ontstond na posts op Facebook van de Palestijnse journalist Ahmad Abu Artemah. Hij lanceerde het idee van een geweldloze actie langs het hek dat de Strook van Gaza scheidt van Isräel. Volgens het internationaal recht is dat namelijk niet de officiële grens. De actie werd de Mars van de Terugkeer genoemd. De eis was het recht op terugkeer naar de dorpen en steden waar de Palestijnen tussen 1947 en 1949 uit waren verdreven. Het begon vreedzaam tot de Israëlische soldaten begonnen te schieten en scherpschutters schoten met dumdumkogels onder meer op de benen van de Palestijnen.

Onderbuikvinger
De aangrijpende roman van Jouda toont de verschrikkingen van wat als vreedzaam protest begon. Wat de roman indrukwekkend maakt is dat Jouda vanuit de ik-vorm de verhalen opschrijft die de mensen hem vertellen. Het toont de fysieke en mentale impact van de wonden die mensen oplopen door het geweld. De auteur begint met het verhaal van Ibrahim, die erop aangedrongen heeft zijn verhaal als eerste in zijn roman op te nemen. Ibrahim is het perspectief op de toekomst kwijtgeraakt. Hij is uit nieuwsgierigheid naar het scheidingshek gegaan. Hij wordt door de mensenmassa meegesleurd totdat hij vooraan staat. Een kind wordt door een kogel getroffen. Ibrahim brengt het naar een hulppost en is woedend. Hij loopt terug naar het hek en begint te schreeuwen tegen de soldate die het gedaan heeft. “Ik legde mijn hand op mijn geslachtsorgaan. Op dat moment schoot ze. Ik verloor twee vingers, ik weet niet waar die nu zijn. Een derde, veel grotere vinger, liep ernstige schade op. Die derde vinger was het belangrijkst. “De onderbuikvinger”, noemden we hem gekscherend onder elkaar.” Later hoort de ik-verteller dat Ibrahim een zelfmoordpoging heeft gedaan.

Literaire verbeelding
De verteller gaat ook zelf kijken bij het hek samen met zijn vriend Hassan. Bij het hek worden autobanden aangestoken. Dan toont Jouda zijn literaire kwaliteiten door wat hij ziet te vertalen in wat het voor de Palestijnen betekent. Er ontstaan inktzwarte rookwolken: “We willen vliegen […] we willen dat de wolken ons over de muren tillen, we willen voelen dat we mensen zijn.” Dan wordt een meisje dat hulp wil bieden door een sluipschutter dood geschoten. “Het gat waar de kogel naar binnen was gekomen was nauwelijks te zien, maar het gat waar hij weer uit kwam, was zo groot als een vuist. Ik vermoed dat haar hele hart uit haar rug naar buiten is gekomen.” Je verbeelding wordt door Jouda steeds geprikkeld. De impact van wat de verteller ziet werkt door in zijn dromen. Een ervan heeft als titel ‘Alsof ik begraven wordt’: “Ik vroeg me af hoeveel van ons bloed Israël nodig had om te begrijpen dat wij mensen waren.” Op dit moment realiseer je je dat Jouda een verhaal vertelt dat je als verzetsliteratuur kunt aanmerken. Het schrijven is voor hem ook een loutering. Hij gaat schrijven tot hij “alle ellende, alle benen, alle woede, alle liefde en alle pijn” van zich heeft afgeschud. “Ik was als iemand die een groot rotsblok op zijn rug draagt en wacht op het moment waarop hij het neer kan leggen.”

Achtergelaten benen
In de charade van verhalen worden mensen in hun benen met dumdumkogels (kogels die gapende wonden achterlaten en botten verbrijzelen). Herstel is bijna niet mogelijk, infectie ligt op de loer, gangreen zorgt er uiteindelijk voor dat ledematen geamputeerd moeten worden. Dat heeft grote gevolgen voor hun leven. Het is bovendien een prachtige metafoor voor hoe het Palestijnse volk zich voelt. Hassan, een vriend van het ik-personage, verzamelt ledematen die bij het hek achtergebleven zijn, begraaft ze, zaait er bloemen op. Zo ontstaat er op die plek, waar zoveel leed is toegebracht, een bloementuin. Een poëtisch beeld dat staat voor troost en hoop op een betere toekomst. Maar ook Hassan verliest een been. De verteller droomt dat hij ook zo’n tuintje met ledematen heeft.

Er spelen ook allerlei andere thema’s een rol. De zelfstandigheid van de vrouw, het treiteren van de Israëli om bijvoorbeeld een vergunning af te geven om iemand in het buitenland te laten behandelen. Maar ook de kritische blik van de Palestijnen op hun ‘leiders’ die in protserige auto’s rijden en leuzen schreeuwend de mensen oproepen om naar het hek te gaan en het recht op terugkeer te eisen, de eenzaamheid die ontstaat als je maar een been hebt (“Deze krukken zijn één grote leugen. Je vrienden zijn je echte krukken.”)

Wij keren terug
Het verhaal is vol empathie geschreven. Jouad gebruikt ook cynisme en wrange humor om zijn verhaal kracht bij te zetten. Zoals bij dat jongetje dat in de aarde zat te graven op zoek naar wormen om vogels mee te lokken. Toen werd hij in zijn been geschoten. Dat wordt uiteindelijk afgezet. “Papa nu kan ik lekker heel veel vogels vangen met al die wormen in mijn been.” Of de moeder van Hassan die nadat zijn been is afgezet hem de verkeerde schoen aanreikt.

Op 25 juni 2024 viel mijn oog op een berichtje dat op de nieuwssite van de Vlaamse VRT stond. De UNRWA, het VN-agentschap voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen, rapporteerde dat in de Gazastrook elke dag gemiddeld tien kinderen één of twee benen verliezen. Dat zijn er al ruim 2000 sinds het begin van de oorlog op 7 oktober. En amputaties worden meestal uitgevoerd zonder enige vorm van verdoving. Lees dan het slot van Jouda’s roman. “De bloemen waren opgebloeid en hun lange wortels vertakten zich onder de grond. De benen en tenen waren gegroeid en de ledematen waren verstrengeld en hadden zich opnieuw tot leven gewekt. En toen kwam de Israëliërs.” Maar de verteller verkondigt: “Wij keren terug.” Een tuin voor verloren geeft inzicht en laat zien wat de kracht van literatuur is. Dit is een roman waar je stil van wordt.



Recensie werd eerder gepubliceerd op Bazarow

Reageer op deze recensie

Meer recensies van Jan Stoel

Gesponsord

Leen (27) zit gevangen in een kelder. Pas als hij zelf begrijpt waarom, zal zijn moeder hem vrijlaten. Literaire thriller. Spannend en aangrijpend. Vakantietip!

Stemmen laat de kracht van taal laat zien. Bijzonder knap hoe Boekwijt erin slaagt warmte en kou en hoop en verdriet in enkele zinnen te vangen.