Advertentie
    Jan Stoel Hebban Recensent

‘Het verhaal van de voorzitter van de Diepvriesvereniging’ is de tweede roman van Elle van Lieshout (1963). Deze roman bevat tal van autobiografische elementen, maar het is en blijft fictie. De schrijver overtuigt met deze roman waarin we het verhaal volgen dat het hoofdpersonage Marieke vertelt, wellicht het alter ego van de auteur.

Een diepvriesvereniging? Ja die bestonden in de zestiger jaren op vele plekken in een tijd dat de mensen thuis nog geen diepvriezer hadden. In Odiliapeel, de plek waar Marieke woonde, bestond de Coöperatieve Diepvries Vereniging, opgericht op 14 februari 1966. Ze verhuurden laatjes in een diepvrieskluis die aangedreven werd door een elektromotor van 5 pk. Zo’n coöperatie zorgde voor samenhang in een gemeenschap. Daan van Duin is de voorzitter van de Diepvriesvereniging. Hij heeft de motor voorgefinancierd. Hij is mede daardoor een gerespecteerd man in de dorpsgemeenschap. Maar dat is allemaal lang geleden. Het is nu 1997 en Daan ligt in het verpleeghuis, dementerend, te wachten op de dood. Daan is veranderd “van een handige, huizenbouwende, toespraakgevende, risiconemende vader in dit hulpeloze overblijfsel van een mens.”

Het verhaal wordt verteld vanuit het ik-perspectief van Marieke, die het langst bij vader thuis is gebleven. Marieke heeft het thuis niet makkelijk gehad. Toen ze zes jaar was stierf haar moeder. Vader hertrouwde tweemaal en met name aan haar stiefmoeder Mies, die ze ‘tante’ noemde, bewaart ze hele slechte herinneringen. Zijn derde vrouw Martha, waar ze wel een goede band mee heeft, houdt het niet met Daan uit en gaat apart wonen. Ondanks alles is de liefde voor haar vader overeind gebleven. Vader was vaak depressief, wilde dood. Marieke blijft positief, blijft tegen haar vader opkijken. En dan is er ook de uitspraak van haar moeder kort voor ze stierf: goed zorgen voor pa. Marieke mist de liefde van een echte moeder. Ze heeft het moeilijk en zoekt heil in therapieën, maar wordt daarin teleurgesteld. Ze moet met vallen en opstaan haar eigen weg in het leven zoeken, zelf keuzes maken. Totdat ze Kees, haar grote liefde ontmoet. Kees wordt door pa geaccepteerd. Samen krijgen ze twee kinderen Ot en Julia. Pa is gek op hen.

Als structuur van het boek fungeren de laatste vijf dagen van het leven van Daan van Duin. Daartussendoor meanderen de bezoekjes van de broers en zussen die vanuit hun perspectief hun verhaal over vader vertellen. Marieke spiegelt die verhalen. Ze denkt aan het laatste gesprek dat ze met hem heeft gehad waarin hij zei dat zijn zeven kinderen allemaal goed terechtgekomen zijn. Maar is het beeld dat pa van zijn verleden heeft, hetzelfde als dat van zijn kinderen? Ongemerkt worden de verschillen tussen al die verhalen explicieter gemaakt. Dat verhoogt de spanningsboog. Marieke, eigenlijk zo zeker over het verleden, begint overal aan twijfelen: waren het in de oorlog nu Engelsen die ondergedoken waren bij hen thuis of een Duitse deserteur? Zijn Marieke en haar zus Ineke nu na de dood van haar moeder door haar broers Nico en Joost opgevangen? Vreemd want ze herinnert zich dat ze samen met vader pannenkoeken aten tussen de middag? Was vader alleen verzot op de twee jongste kinderen en had hij een hekel aan de oudsten? Daartegenover staat dat Pa zegt dat alle kinderen toch allemaal van hem gehouden hebben. De kinderen hebben wel gemeen dat ze de geborgenheid van hun eigen gezin koesteren. Compensatie voor het verleden? Er lijken wel zeven vaders geweest te zijn. Het grote thema van het boek is hoe wij ons verleden duiden, hoe ons geheugen herinneringen selecteert. Van Lieshout formuleert het kernachtig met hoe de kinderen hun vader noemen: Papa, Pa, Vader, Die Ouwe. Een naam geven ze hem allemaal: voorzitter van de diepvriesvereniging.

De familieband blijkt niet zo sterk: “Wij gaan fatsoenlijk met elkaar om. We gaan altijd naar elkaars verjaardag. Gewoon traditie. Och, het gezellig nergens over hebben.” Ieder heeft het verleden op zijn eigen wijze een plekje gegeven.

Elle van Lieshout zuigt de lezer mee in een familiegeschiedenis, die steeds meer reliëf krijgt. Dat doet ze in korte hoofdstukken, scenes die vol vaart, vol gevoel, altijd met een lichte toets, to the point geschreven zijn. De afwisseling in perspectief, tijd, ruimte is organisch in het verhaal gevlochten. In een paar zinnen weet de auteur een personage en een sfeer neer te zetten: het verpleeghuis met ‘het groene bos aan de muur (uit onderzoek is gebleken dat alleen al de suggestie van buiten rustgevend en helend werkt)’. Ze weet wat kinderen zien authentiek te beschrijven: ‘Opa doet het niet meer. Jij moet hem maken, mama.” Het tijdsbeeld van vroeger weet ze fraai op te roepen. Zo klimt Daan het dak op om de tv-antenne recht te zetten “zodat de sneeuw verdween en Swiebertje weer verscheen”. Ze legt mooie intertekstuele verbindingen, naar literatuur, muziek. Als ze terugdenkt aan haar leven in de Peel en haar dromen komt ineens Marco Borsato met ‘De meeste dromen zijn bedrog’ om de hoek kijken. Het detail is belangrijk. Wanneer een arts het document om Daan te laten versterven wil laten ondertekenen had ze een zwarte Parker-pen oppassender gevonden dan een oranje pen met opschrift ‘Hendriks kozijnen, Uden’. Ze observeert goed en dat levert mooie beelden op. Een flat wordt ‘opeengestapelde levens’.

“Als het leven je veel citroenen geeft, kun je er maar beter limonade van maken. Maar dan moet je daar maar net het recept voor hebben.”

Je zou de roman een louteringsroman kunnen noemen. Uiteindelijk constateert Marieke dat ze het verhaal vooral voor zichzelf heeft verteld. Het was haar therapie om het leven met haar vader een plekje te geven. Ze besluit het boek met: “Ja. Dit was hij. Volgens mij.”

Reacties op: Ja. Dit was hij. Volgens mij.

2
Het verhaal van de voorzitter van de diepvriesvereniging -
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker