Meer dan 5,4 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid
×
Lezersrecensie

Zwijgen en denken is een soort van spreken

Jan Stoel 26 maart 2024
Net als in haar veelgeroemde debuutroman Bult (2020) staan in Ik ga naar de schapen van Marieke De Maré (1985) gewone mensen centraal. Zij dragen een verleden met zich mee waar ze moeilijk of niet over kunnen praten. Ze denken veel. Zwijgen en denken wordt bij hen een soort van spreken. Soms schieten woorden tekort, nietwaar? Niet voor niets luidt het motto van de roman “Zelfs gedachten hebben een houvast nodig” (Stefan Zweig). Er is meer verwantschap met De Marés debuutroman Bult. Zo is er de strakke, witte cover (wederom van Gert Dooreman, geïnspireerd op een geweven wollen lap), zijn er de soms absurdistische passages, valt de humor op om “de zwaarte” te doorbreken en is er het sobere maar verfijnde, poëtische taalgebruik. Iedere zin, ieder woord is raak. Ook nu weer valt het vele wit tussen de regels op. Daardoor weet De Maré de verbeeldingskracht van de lezer aan het werk te zetten. Daarom heeft ze ook geen roman van honderden pagina’s nodig. Beide romans zijn literaire miniatuurtjes. Ieder detail heeft betekenis heeft, geeft verdieping. En dan is er ook een verbinding met het thema “perspectief in het leven.”

Gedachten die je niet met woorden kunt grijpen

Het verhaal speelt zich af in een klein dorp. Andrej, Simone, Tove en Rocco “zitten allemaal wel eens in de schapenstal. Soms samen. Meestal alleen. In de schapenstal wordt weinig tot niets gezegd.” Een vijfde personage is Siti, de demente moeder van Simone, “maar dat laatste was ze, op een doordeweekse dinsdag plots vergeten.” Siti woont in Residentie Puthof (die naam suggereert dat ze als het ware opgeborgen zit) en zegt niets meer. Andrej en Simone zijn een stel. De ouders van bioloog Andrej zijn bij een verkeersongeluk omgekomen, op slag dood. Dat levert een trauma op: “In zijn hoofd vormden zich gedachten die met woorden niet te grijpen waren. Er waren te weinig letters. […] Alleen met dieren wilde hij nog praten.” Hij praat meer met de schapen dan met Simone. Ziedaar de verwijzing naar de titel. Ze kunnen eigenlijk ook niet meer praten. Het leven heeft ze te zeer getekend. Simone is een kleine, broze vrouw, die lijdt aan de brozebottenziekte en insecten verdelgt met kokend water. Haar vader bouwde de schapenstal, maar “gelukkig is hij er niet meer. Al is hij er wel nog, want op zijn rouwkaart staat: Sinds je bij ons wegging, ben je overal.”
Ook daar ligt een trauma, maar het gaat ook over herinnering. Samen hebben ze een dochter, Tove, beeldhouwster, die beelden van was maakt en die vervolgens beschadigt. Ook zij lijkt dus iets mee te dragen uit het verleden. Ze wil ook een beeld van haar ouders maken. Rocco is de beste vriend van Andrej en Simone. Rocco woont boven het uitvaartcentrum dat hij runt. Hij verstaat de kunst om bij iedere overledene de juiste bloemen uit te kiezen voor de uitvaart. Rocco weet dat planten niet kunnen spreken, maar wel kunnen horen. Alle personages zijn als het ware gevangen in het leven en zijn verbonden met elkaar. De Maré geeft ze een eigen stem.

Het moeilijkste raadsel ter wereld

Centraal in de roman staat de oplossing voor het grootste raadsel van het leven, want eigenlijk willen alle personages graag leven. Maar hoe doe je dat? Daarom buigen Andrej, Simone, Rocco en Tove zich regelmatig over “het moeilijkste raadsel ter wereld.” Is dat op te lossen? Ze stellen elkaar vragen, kijken, zwijgen, zoeken houvast, vragen zich af of liefde nog bestaat. De personages bevinden zich tussen twee werelden. De Maré heeft daar een prachtige metafoor voor gevonden. De schapenstal staat voor de helft op de grens met een ander dorp. “De schapen grazen hier en slapen ginder.
Voor Andrej is het een vrolijke gedachte dat zijn schapen voortdurend de grens oversteken.” De roman gaat ook over voelen en herinneren. “Gevoelens zijn altijd het effect van een evaluatie en/of interpretatie van een feit.”

Mooie taal en onaffe zinnen

De structuur van de roman wordt gevormd door de dagen van de week. Op iedere dag lijkt hetzelfde te gebeuren (op dinsdag gaat Simone altijd naar haar moeder). De Maré brengt lichtheid in het verhaal op allerlei manieren. Zo is Andrej conservator bij het plaatselijke museum over de geschiedenis van kookpannen en koffiemachines (wie wil daar naar toe?). En wanneer ze aan de dorpsrand een wei met geiten ziet en een ervan gras geeft kijken de anderen haar “geitachtig” aan. Ze laat zien dat er bijvoorbeeld bij het houden van schapen heel wat komt kijken door een enorme reeks materialen op te sommen van lamverloskoord tot schapenhoefschaar. En altijd is er die mooie taal: “insecten wemelen zoveel”. Van diepere betekenis is de verzameling van onaffe zinnen die Simone heeft opgeschreven in schriftjes: “Ik verlang ernaar om / Als ik ooit nog dit / […] Er drijft een zwaan in mijn / Een gevoel dat ik groots” Dit gaat over gemis in het leven, haar gevoel.

Marieke De Maré laat zien met weinig woorden veel te kunnen zeggen. En gaan die wassen beelden van Simone en Andrej er komen? Wordt het moeilijkste raadsel ter wereld opgelost?



Recensie verscheen eerder op Bazarow.com


Leesadvies voor jongeren:
Gewone mensen staan centraal in dit boek van Marieke De Maré (1985)

Reageer op deze recensie

Meer recensies van Jan Stoel