Advertentie
    Jan Stoel Hebban Recensent

Een beetje mysterieus is de cover van Na de val, de tweede roman van Gert-Jan van den Bemd (1964). In de roman gaat het om het ontsluieren van de waarheid. Wat is er gebeurd in het gezin van Ward, Hilde en hun kinderen Sofie en Max?

Het eerste hoofdstuk lijkt wat vreemd, raadselachtig. Sofie, het hoofdpersonage, zit bovenop de trap tekeningen te maken. “Dat uitzicht, van boven de diepte in, leek me wel gepast. Vogelperspectief, dat staat toch synoniem voor de dingen in verhouding zien, voor een objectief standpunt? (…) Ik teken waar Laura op JFK naar vroeg, wat ik heb uitgezocht.” Pas als je de laatste hoofdstukken hebt gelezen, snap je deze zinnen en begrijp je de raak getroffen cover. Daartussen speelt zich een verhaal af vol plotwendingen, een verhaal dat je bij je lurven pakt, verteld vanuit het ik-perspectief van Sofie. Na de val is dus haar relaas.

Gert-Jan van den Bemd is een verteller, weet de spanning in het verhaal af te wisselen met wat lichtere toetsen. Hij schrijft beeldend, niet zo verwonderlijk als tekenen zo’n grote rol in het boek speelt. Het uit zich in prachtige zinnen als ‘de bel klonk schor, als een kuchend mannetje’ en ‘Hilde blijft iemand die ik nooit zal kennen. Haar foto’s en verhalen zijn als ansichtkaarten uit een land waar ik nooit geweest ben.’
Sofie heeft op de kunstacademie gezeten, haar lust en leven is tekenen, maar wat ze op de academie deed werd niet gewaardeerd. Ze is dyslectisch en denkt in beelden. Ze werkt in een café. Sofie voelt zich alleen. Haar moeder is overleden, een paar dagen na haar geboorte. Haar vader Ward, hoogleraar aan de universiteit, is gezien. Max, de zes jaar oudere broer van Sofie, woont op Manhattan in New York en werkt bij de Verenigde Naties. Max heeft op zijn 18e het huis verlaten, is nooit meer terug geweest. Hij haat zijn vader en heeft nauwelijks contact met Sofie. Het contact tussen Sofie en Ward lijkt harmonieus, maar misschien is dat schijn: ‘Daar waren we goed in: zonder woorden vasthouden waar we in geloofden, waarvan we hadden aangenomen dat we erin geloofden.’

Dan komt Ward plotseling op 56-jarige leeftijd te overlijden. Sofie wil graag contact hebben met Max, maar die houdt het af. Max komt niet over uit New York, laat alles aan Sofie over, de crematie, het leeghalen van de twee huizen (het ouderlijk huis en het appartement van Ward waarin hij de laatste jaren van zijn leven woonde) en de erfenis. En tijdens de afwikkeling van die nalatenschap gaat het mis: Sofie wordt geconfronteerd met een schokkende ontdekking die haar op het spoor zet van een afschuwelijk geheim.

'Na de val' is een rijk boek. In negentachtig puntige hoofdstukken wordt het meeslepende verhaal verteld. Steeds wordt de lezer in een bepaalde richting geduwd, maar even zo vaak neemt het verhaal een andere wending. Thema’s in het boek zijn: loyaliteit, eenzaamheid, behoefte aan liefde en gezien worden, het je anders voordoen dan je werkelijk bent en de waarheid. De roman bevat allerlei niveaus waardoor zowel de lezer die een mooi en toch ook wel spannend verhaal wil lezen aan zijn trekken komt, maar ook de lezer die de voorkeur geeft aan psychologische ontwikkeling, intertekstualiteit.

Veel van de hoofdstukken beginnen met de beschrijving van wat Sofie tekent. Soms is dat om de setting te verhelderen, dan weer om een flashback te kunnen maken. Je ziet wat Sofie tekent voor je: beeldend taalgebruik. En ook wel logisch want de auteur is naast schrijver ook beeldend kunstenaar. Dat beeldende zie je op tal van plekken in het verhaal. Als de boeken van Ward gecatalogiseerd moeten worden bijvoorbeeld: ‘Wards boeken liggen opgebaard op twee lange tafels’. In één zin zegt Van den Bemd dus heel veel. Als Sofie Hilde tekent: ‘Hilde blijft iemand die ik nooit zal kennen. Haar foto’s en verhalen zijn als ansichtkaarten uit een land waar ik nooit geweest ben’.

Van den Bemd heeft allerlei details smaakvol en to the point in zijn verhaal verwerkt. Het favoriete muzieknummer van Ward is Almost Blue van Chet Baker (geschreven overigens door Elvis Costello). Zoek de tekst op en je weet waarom. En als Sofie in New York alleen zit te eten ziet ze eruit als Lone woman in diner van schilder Edward Hopper: symbool voor niet te verwoorden eenzaamheid. Het verhaal zit vol met dit soort trouvailles, puzzels die allemaal een functie in het verhaal hebben.

Je kunt 'Na de val' beschouwen als een psychologische roman. Het gaat niet alleen om de gebeurtenissen in het verhaal, maar het graaft dieper naar het waarom ervan. De personages, hun gedachtegang zijn belangrijker dan in een ‘gewoon’ verhaal. Het gaat erom waarom ze zijn zoals ze zijn. Van den Bemd heeft zich goed weten te verplaatsen in zijn personages. Ze zijn daardoor levensecht. Van grote schoonheid is de passage waarin hij kindertekeningen (inderdaad weer tekenen!) ontleedt en betekenis geeft.

De grote verhaallijn is die van de zoektocht naar de waarheid van wat erin het verleden in het gezin van Ward, Hilde, Sofie en Max is gebeurd. Daaromheen cirkelen heel veel andere ‘verhaal’draadjes, die allemaal tot in detail uitgewerkt worden. Er is nergens een ‘los draadje’. De kunstopleiding van Sofie, de reis naar haar broer in Amerika, de rol van de grootouders, de vrienden van Ward, de liefdesrelaties, de vrijheid van de zeventiger jaren. Én het heeft allemaal een functie in het verhaal.

Van den Bemd heeft een uitgebalanceerd, nauwgezet gestructureerd boek geschreven. Let erop dat je geen detail mist. Hij speelt ook met de volgorde van de hoofdstukken. Het lijkt een chronologisch verhaal, maar door soms hoofdstukken in een andere volgorde te zetten, krijgt het verhaal meer dynamiek.

En wat de waarheid betreft: ‘De waarheid wordt niet bepaald door wat we uiten, maar door wat we verzwijgen.’

Reacties op: Ik teken wat ik niet kan zeggen

20
Na de val - Gert-Jan van den Bemd
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 19,99
E-book prijsvergelijker