Lezersrecensie
De leugen is de moeder van het geweld
In 1930 schrijft Roger Martin du Gard L’appareillage dat het zevende deel van de roman fleuve Les Thibault zou moeten worden. De eerste zes delen zijn in de Nederlandse vertaling gebundeld in één deel. Na zijn auto-ongeval vernietigt hij zijn tekst, herbegint en levert uiteindelijk in 1936 L’été 1914 af. In 1937 krijgt hij de Nobelprijs voor Literatuur. In 1940 wordt de epiloog gepubliceerd die samen met het ‘Dagboek van Antoine’ deel 2 van de Nederlandse vertaling vormt.
De zomer loopt van 28 juni tot 10 augustus 1914 en beschrijft heel gedetailleerd de aanloop naar WO I, het politieke gekonkel en vooral de gemiste kans op vrede. Roger Martin du Gard breekt een lans voor het pacifisme en doet me denken aan Romain Rolland die het Duitse en Franse volk dichter bij elkaar wou brengen. In dit deel speelt Jacques Thibault de hoofdrol. Hij heeft met zijn burgerlijk verleden gebroken en geeft zich helemaal voor het socialisme.
‘Vooraan marcheerden geordende groepen trots met hun vaandels. De rest stroomde er rommelig achteraan, als op een drukke kermis, waarbij vrouwen zich aan de arm van hun mannen vastklampten en kinderen, op de schouders van hun vaders gehesen, met grote ogen rondkeken. Ze waren zich er allemaal van bewust dat ze een deel vormden van de grote proletarische macht.’
In deel 1 was me al duidelijk geworden dat deze Nobelprijswinnaar een meester was in het beschrijven van personen en hun omgeving; deel 2 is het bewijs dat hij bovendien historische gebeurtenissen tot in het geringste detail kan weergeven. Nooit las ik een boek met zoveel informatie van net voor WO I. De oorlog zelf komt nauwelijks aan bod. Niettemin krijgen we in de epiloog, waarin we Antoine in de laatste maanden van WO I volgen, een duidelijk beeld van alle ellende die de gevechten hebben veroorzaakt.
Aan de hand van verschillende personages zoals Daniel en Antoine wordt het oorlogsleed ons duidelijk gemaakt en toch zijn ze geen kapstokken waaraan historische gebeurtenissen worden opgehangen. Martin du Gard observeert de mensen scherp en tekent zijn personages minutieus zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant.
‘Terwijl hij (Vanheede) sprak, keek Jacques naar dit blinde engelengezicht en voor de zoveelste keer werd hij getroffen door het contrast tussen dit frêle omhulsel en de taaie kracht die je zo nu en dan voelde, als een harde pit binnen in deze kleurloze weke bolster.’
Het is meer dan een familiegeschiedenis, een schets van de Franse bourgeoisie, af en toe gekruid met een amoureuze escapade. De auteur kent zijn personages door en door: namen uit het eerste deel duiken plots hier weer op en alles klopt. Zowel hoofdpersonages zoals Jenny, Jacques en Antoine als de bijfiguren met de socialistische kameraden van Jacques en het personeel van Antoine komen daardoor echt tot leven.
‘Verstard van trots en schaamte, maar ook trillend van medelijden en liefde, vocht ze wanhopig tegen zichzelf. (...) Achter Jenny’s stilzwijgen bespeurde hij de werking van een wakker, evenwichtig, gezond verstand, waarschijnlijk slecht geoefend in theoretische discussies, maar in staat zich vrij boven vooroordelen te verheffen; en achter haar reserve, die ze niet liet varen, voelde hij een gevoelig hart trillen, dat bereid was elke nobele zaak die een totale opoffering waard was te omhelzen en te dienen.’
Roger Martin du Gard is niet alleen een meesterverteller wat het narratieve aspect betreft, hij is ook een nauwkeurig verslaggever van een donkere periode uit de geschiedenis die hij aan de hand van levensechte personages laat herleven. Zijn schrijfstijl toont een perfecte taalbeheersing met een rijke woordenschat. Dialogen brengen variatie in de verhalende delen waarin de zinsbouw aangenaam afwisselend is. De brieven en dagboekfragmenten op het einde benadrukken deze verscheidenheid.
Het tweede deel van ‘De Thibaults’ van Nobelprijswinnaar Roger Martin du Gard telt meer dan 1000 bladzijden. Toch zorgen de diversiteit in schrijfstijl en structuur, samen met de afwisseling tussen realistische personages en historische gebeurtenissen voor een aangename lectuur. Oorlog en vrede van Tolstoj was zijn grote voorbeeld: dit meesterwerk mag er gerust naast staan.
De zomer loopt van 28 juni tot 10 augustus 1914 en beschrijft heel gedetailleerd de aanloop naar WO I, het politieke gekonkel en vooral de gemiste kans op vrede. Roger Martin du Gard breekt een lans voor het pacifisme en doet me denken aan Romain Rolland die het Duitse en Franse volk dichter bij elkaar wou brengen. In dit deel speelt Jacques Thibault de hoofdrol. Hij heeft met zijn burgerlijk verleden gebroken en geeft zich helemaal voor het socialisme.
‘Vooraan marcheerden geordende groepen trots met hun vaandels. De rest stroomde er rommelig achteraan, als op een drukke kermis, waarbij vrouwen zich aan de arm van hun mannen vastklampten en kinderen, op de schouders van hun vaders gehesen, met grote ogen rondkeken. Ze waren zich er allemaal van bewust dat ze een deel vormden van de grote proletarische macht.’
In deel 1 was me al duidelijk geworden dat deze Nobelprijswinnaar een meester was in het beschrijven van personen en hun omgeving; deel 2 is het bewijs dat hij bovendien historische gebeurtenissen tot in het geringste detail kan weergeven. Nooit las ik een boek met zoveel informatie van net voor WO I. De oorlog zelf komt nauwelijks aan bod. Niettemin krijgen we in de epiloog, waarin we Antoine in de laatste maanden van WO I volgen, een duidelijk beeld van alle ellende die de gevechten hebben veroorzaakt.
Aan de hand van verschillende personages zoals Daniel en Antoine wordt het oorlogsleed ons duidelijk gemaakt en toch zijn ze geen kapstokken waaraan historische gebeurtenissen worden opgehangen. Martin du Gard observeert de mensen scherp en tekent zijn personages minutieus zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant.
‘Terwijl hij (Vanheede) sprak, keek Jacques naar dit blinde engelengezicht en voor de zoveelste keer werd hij getroffen door het contrast tussen dit frêle omhulsel en de taaie kracht die je zo nu en dan voelde, als een harde pit binnen in deze kleurloze weke bolster.’
Het is meer dan een familiegeschiedenis, een schets van de Franse bourgeoisie, af en toe gekruid met een amoureuze escapade. De auteur kent zijn personages door en door: namen uit het eerste deel duiken plots hier weer op en alles klopt. Zowel hoofdpersonages zoals Jenny, Jacques en Antoine als de bijfiguren met de socialistische kameraden van Jacques en het personeel van Antoine komen daardoor echt tot leven.
‘Verstard van trots en schaamte, maar ook trillend van medelijden en liefde, vocht ze wanhopig tegen zichzelf. (...) Achter Jenny’s stilzwijgen bespeurde hij de werking van een wakker, evenwichtig, gezond verstand, waarschijnlijk slecht geoefend in theoretische discussies, maar in staat zich vrij boven vooroordelen te verheffen; en achter haar reserve, die ze niet liet varen, voelde hij een gevoelig hart trillen, dat bereid was elke nobele zaak die een totale opoffering waard was te omhelzen en te dienen.’
Roger Martin du Gard is niet alleen een meesterverteller wat het narratieve aspect betreft, hij is ook een nauwkeurig verslaggever van een donkere periode uit de geschiedenis die hij aan de hand van levensechte personages laat herleven. Zijn schrijfstijl toont een perfecte taalbeheersing met een rijke woordenschat. Dialogen brengen variatie in de verhalende delen waarin de zinsbouw aangenaam afwisselend is. De brieven en dagboekfragmenten op het einde benadrukken deze verscheidenheid.
Het tweede deel van ‘De Thibaults’ van Nobelprijswinnaar Roger Martin du Gard telt meer dan 1000 bladzijden. Toch zorgen de diversiteit in schrijfstijl en structuur, samen met de afwisseling tussen realistische personages en historische gebeurtenissen voor een aangename lectuur. Oorlog en vrede van Tolstoj was zijn grote voorbeeld: dit meesterwerk mag er gerust naast staan.
2
Reageer op deze recensie
