Advertentie

We volgen het verhaal van de hoofdpersoon Martin (Tin) van Heel in drie belangrijke episoden in zijn leven die zich ook in drie verschillende plaatsen afspelen:
in Nederland in 1944, in Afrika in 1974 en in Cuba in 2004.

Het boek begint in 1944 en we zijn in Wellseind, een klein dorpje met slechts zeven dun bevolkte straten in Nederland in de provincie Gelderland. Vader en zoon steken 's nachts de rivier over naar bevrijd gebied. De zoon komt aan de overkant, de vader niet. Papa komt niet meer boven.

De radeloosheid, het balanceren tussen hoop en wanhoop is heel sterk aanwezig. Het ergste nog niet onder ogen kunnen komen, niet geloven dat het waar is.

Naar huis gaan durft Martin niet. Hij is bevreesd voor zijn moeder. Hij hoort haar stem: Had je niet beter kunnen opletten, domme jongen? Hoe moeten we nu de oorlog doorkomen? Waar haal ik het geld vandaan? En Martin weet, hij weet het, het is zijn schuld.

Vanaf dan blijven 'de woorden, de woede, het verdriet, de schuld altijd bij hem: ze zullen om hem heen zijn, als een onbegrijpelijke nacht, maar hij zal zelf onvindbaar blijven'. Zo groeit Martin op en tegelijk houdt zijn opgroeien tot een mature volwassene hier op.

De sfeer in het eerste deel is heel mooi. Het deed mij soms denken aan 'De zwemmer' van Zsusa Bank. Er is veel 'showing' in dit deel, weinig 'telling'. We zitten vooral in het hoofd van Tin en zijn psyche is grandioos uitgewerkt. De mooie zinnen schitteren over de bladzijden van het papier.

In deel 2 gaan we 'Iets rechtzetten', dat is wat de titel suggereert van het dikste deel. We zijn in Charleville, Afrika in het jaar 1974. Tin is gehuwd met de vlotte Victorine en ze hebben samen tot Tins grote spijt slecht één dochtertje Nikki. Zij is thuis gebleven. De grote Afrikareis is de droom van Vic. Hij doet het voor haar. Ze gaan op zoek in het binnenland naar een geadopteerd Afrikaans jongetje waar ze voor zorgen via Foster Parents Plan.

Bij aankomst zijn ze hun bagage kwijt. Victorine vindt het niet zo erg, ze geniet, is optimistisch. Tin wordt er gek van. Op de rand van het bed begint hij te huilen.

Die rampzalige gebeurtenis die dertig jaar geleden plaatsvond, is voor hem nog altijd prominent aanwezig. De onherstelbaarheid van het verlies, de schuld daarover en het plaatsvervangende gevoel zelf de afwezige te zijn. Het zit in hem en belet hem te genieten, te functioneren.

Of hoe een erge gebeurtenis nog jaren later doorwerkt en altijd met je meegaat naar waar je ook gaat.

Tijdens een boottochtje op een rivier in Afrika begint Tin te spreken over de rivier, over de nachtrivier van vroeger.

En zo wordt er in dit deel toch iets rechtgezet, eerst subtiel, nog niet prominent aanwezig maar het zaadje van heling en hoop is geplant. In deel 3 zal het verder groeien. We zitten dan al op het einde van het leven van Tin. Hij is oud en wit en ligt in een ziekbed in Cuba. En hij weet dat dit het einde is.



Wat ik in het eerste deel van het boek heel interessant vond, ging mij nadien tegensteken: het oeverloze uitweiden over de psyche van de hoofdpersoon, vaak tot herhalens toe. Het begon mij erg vervelend te worden.

Toch vind ik het tegelijk ook een schitterend boek: de vele mooie zinnen over de dood, over het leven, over verlies, schuld en hoop, maken dit boek meer dan waard om te lezen.

Op pagina 99 kom ik het woord 'Aanwezigheidsschaamte' tegen.

Je schamen om er te zijn. Omdat het beter was geweest dat hij er niet meer was geweest en zijn vader wel.

Of over leren dat leven met verlies en verdriet ook leven is. Het mag er zijn, het is er toch al.

Soms moet je eerst echt alles kwijt zijn om eindelijk de weg naar huis te kunnen aanvaarden.

Een eerlijk en sensitief geschreven verhaal dat het verdiend gelezen te worden.

Reacties op: Over verlies, schuld en hoop

421
De onderwaterzwemmer - P.F. Thomése
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker