Lezersrecensie
Een roman die na het lezen nog lang ‘nazindert’.
Het oog van de Kraanvogel - Peter W.J. Brouwer
In Japan is de kraanvogel het symbool van een lang leven, maar ook van eer en trouw, van zuiverheid en perfectie. Dit speelt in je achterhoofd bij het lezen van de geschiedenis van Marcus en Arthur, de twee hoofdpersonen van deze roman.
Het verhaal wordt in drie delen verteld, een bezoek aan Tokio in 2013, een stap terug in de tijd: 1988 Amsterdam en daarna weer naar Tokio in 2013.
Het begin is het eind, het eind is het begin!
Tussen door flitst het verhaal vaak terug naar het verleden, al deze stukjes geven info over de personages in de roman. Hierbij valt op dat er zo nu en dan met het perspectief tijd wordt gespeeld… Het is geen chronologische vertelling.
“… de werkelijkheid had bewogen…iets was verschoven en misschien was dat al eerder gebeurd…. Er had een gerucht geklonken… er leken dingen te zijn verschoven… een begoocheling….”( blz 9)
“… het was alsof het meisje tussen twee regels door was weggeglipt…”(blz 82)
Marcus heeft na een jaar conservatorium zijn pianostudie afgebroken en is geswitcht naar rechten. Als jurist is hij nu in Tokio om te bemiddelen in een conflict tussen de dirigent en een fluitiste uit het orkest.
Op het conservatorium was Marcus bevriend met Arthur die viool studeerde.
In schilderachtige termen verschijnt het decor voor je ogen, van een algemene ‘overview’ tot het inzoomen op een individu in dit decor. Hierdoor word je als lezer mee het decor ingezogen en directer bij het verhaal betrokken. De onverwachte ontmoeting met zijn ‘contactpersoon’ is zo’n pareltje. Het is alsof je in de donkere kamer (doka) staat. Het beeld van de persoon die hem tegemoet loopt is als een beeld dat in de ontwikkelaar langzaam helderder en scherper wordt… Tot het onvermijdelijke moment, ze staan tegenover elkaar en hij is het. Wie is hij? Is het echt Arthur? Wat is de relatie tussen hem en Marcus.
In het tweede deel (1988-89) leren we Marcus en Arthur als studenten in 1988 kennen. Het worden vrienden, maar hoe verloopt deze vriendschap. Hebben ze hier beide dezelfde gevoelens over?
“…Hij kende Arthur amper, ze bewogen onwennig om elkaar heen, gefocust en altijd met zijn tweeën…”
Als lezer zet je je vraagtekens bij de vriendschap die Arthur ongevraagd opdringt aan Marcus. Marcus is er zelf niet duidelijk over, vindt hij hem nu wel of niet leuk… En Arthur (waarvan je fijngevoeligheid verwacht) voelt hij dat nu wel aan of …? Ze spreken zich geen van tweeën uit.
Carlijn bevriend met Marcus, reageert fel op Arthur:
“… het voelt niet gelijkwaardig wanneer ik jullie samen zie... Arthur is anders, hij is vaag, ik weet niet wie ik voor me heb…”( blz 98, 103)
Is dit de ‘crux’ van het verhaal? Wordt Marcus zich ergens van bewust, zet Carlijn dat in gang? Marcus vraagt zich af waarom Carlijn zo fel is.
Daar tussen door loopt de vriendschap die Marcus heeft met Sofie, het meisje met de amandelvormige ogen. Maar Sofie laat hem niet toe in haar huis.
“… die plek is zo vol … daar kan niets meer bij…
het is een plek vol gestolde herinneringen….”(blz. 220)
Is er eenperfectie in de relatie met Sofie? Wie is Sofie werkelijk? Wat had ze ook al weer gezegd?
“… zolang je me niet ziet, tuin je erin…” (blz 246)
Levensvragen over identiteit, over geaardheid en vriendschap, je eerlijk uitspreken over je coming-out… dit alles komt in deze roman voor. Het is niet in moeilijke taal gegoten, dialogen en discussies worden reëel weergegeven. Momenten worden in taal gevat, filosofische overdenkingen.
Een sterke roman die handelt over relatievorming. Staat de ontwikkeling van je eigen identiteit relatievorming in de weg?
En die kraanvogel? Is er sprake van ‘eer, trouw, zuiverheid, perfectie’?
Is er trouw en zuiverheid in de relatie met Carlijn? Spreekt iedereen zich helder uit over relatievorming?
Arthur spreekt in 2013 af met Marcus in Tokio in de club: The Crane. Daar verloopt het gesprek tussen hen beide niet bepaald in volle harmonie. Arthur verwijt Marcus:
“… je bent ziende blind… je bent een gespleten idioot… ik heb met je te doen…”(blz 263)
Marcus ziet de kraanvogel boven de bar. De kraanvogel die als een scherprechter boven hen hangt….
Wat was waar, wie had gelijk, of hadden ze allebei gelijk?
Is het ‘waar’ of was dit bewustwordingsproces ‘waarde-vól’? Is de relatie Tussen hen wel authentiek?
Tijd, perspectief, personen veranderen in de eindscène weer, vloeien in elkaar over, nemen het van elkaar over. Eén wordt twee… en dan een begoocheling… er hapert iets, er stokt iets…
Gaat het leven door, staat het leven stil, vermengt het zich met anderen? Marcus wist niet wat hem te doen stond, nog niet…
De vragen die het verhaal oproept nadat je het boek dichtslaat…
Wat heeft me nu geraakt? Zijn het de verwikkelingen of de dilemma’s die aan de orde worden gesteld. Zijn de keuzes van Marcus authentiek of speelt Carlijn er een doorslaggevende rol in? Had Marcus niet aan kunnen voelen wat de bedoelingen waren van Arthur? Wie vind ik eigenlijk sympathiek? Wat maakt dat Arthur zo veel jaren later weer op het thema terug komt; heeft hij gelijk dat Marcus een kans liet liggen om ‘.. heel te worden…’
Zijn het de omstandigheden, is het de cultuur van destijds, of blijft het een actuele levensvraag, de vraag naar identiteit…
Hoe gaat Marcus verder met zijn leven?
Een roman die je tijdens het lezen in zijn ban houdt, maar wellicht nog veel meer erna.
Een roman die perfect geschikt is te bespreken in een leesgroep
Een roman die je aan het denken zet.
4sterren