Lezersrecensie
Een geruïneerde tuin vol gevallen engelen
Normaliter is een thriller of oorlogsverhaal niet mijn favoriete genre. Van mij hoeft er niet persé min of meer bloed te vloeien om een verhaal spannend te krijgen. Nog niet eerder las ik een boek van David Hewson. Dat gaat vanaf deze roman vast veranderen, wat hij hier voor een meesterlijk verhaal neerpent is het vergoten bloed meer dan waard. De opgevoerde dreiging is een noodzakelijk en essentieel onderdeel van een onder je huid kruipend plot. Steeds meer lees ik over Italianen in loyaliteit verscheurd door opkomst van het fascisme. Het op het bot toe opgedeeld worden in diverse strijdbare groeperingen als communisten, partizanen aan de ene kant en de Nazi’s en het Zwarte leger van Il Duce aan de andere overheersende kant. Vaak tegen wil en dank in. Met de actieve invoering van rassenwetten in 1938 door de fascisten werd het de burger onmogelijk gemaakt om een individu te zijn. La Serenissima Venetië was veel eerder eeuwenlang een welvarende republiek met een door patriciërs verkozen doge als ceremonieel staatshoofd met de stad Venetië als hoofdstad totdat ze ingelijfd werd door het Habsburgse Huis. De vernedering van bezetting zat nog in hun bloed op het moment dat Il Duce zich met Hitler inliet. Gesjeesde Nazi’s hielden onder de lokale bevolking van Venetië beestachtig huis en vierden op de resten van eeuwenlange vergane glorie hun bacchanalen. Dit verhaal van Hewson start evenwel in het Venetië van eind eeuwwisseling met de laatste telgen van de weverij-familie Ucello. Het gezin bestaat uit vader, zoon, en grootvader. Nonno Paolo heeft zijn oorlogsverleden in vijf delen vastgelegd. Op zijn sterfbed overhandigt hij deze stuk voor stuk aan zijn kleinzoon Nico. Hij dringt bij Nico aan het verhaal aandachtig te lezen en in elk geval geheim te houden voor zijn vader tot na zijn dood. Nonno Paolo beschouwt zijn verhaal als een inherent geschenk. Gaandeweg word je als lezer deelgenoot gemaakt hoe Venetianen sluipenderwijs vanaf 1943 reddeloos meegesleurd werden in een kolkende modderstroom aan wreedheid en machteloosheid zonder onderscheid des persoons. Ook de oorlogswees en tiener Paolo, aan het boze oog onttrokken achter een hogere muur in de Tuin der Engelen en beschermd door een loyale medewerkster van de weverij, ontkomt niet aan het moment dat hij gedwongen wordt te kiezen bij welke groepering hij zich aansluit. Het aangrijpende verhaal eindigt ook nog eens met een onthutsende eyeopener. L’histoire se répète!
De pracht en de angel van het verhaal zit ‘m in het tonen van het menselijk gezicht temidden van de hel. Met de metaforen van de weverij, de Giardino degli Angeli, de reproductie van Turner’s schilderij ‘De boten voor het Dogana en Salute’ of juist ook de brokstukken van gevallen engelen in de tuin van de weverij weet Hewson virtuoos en artistiek het vreesaanjagende in het verhaal te verweven. Alsof hij een parabel uit Genesis tot leven wekt. De zondeval overkomt ons keer op keer. En waarom toch? De hoofdpersonen geven een draai aan hun versie van een antwoord. Juist die schoonheid aan vertelkunst afgezet tegen de slachting van voorheen gerespecteerde Venetianen van aller tijden zet je aan het denken over je eigen motieven en waardering van je leven en de betekenis van de vrijheid om te mogen zijn wie je bent. Deze thriller is een van de beste oorlogsverhalen die ik heb gelezen. Ik ben benieuwd welke regisseur het oppikt om te verfilmen.
“Als medicus zocht hij altijd naar parallellen. In dit geval zag hij de symptomen van een ziekte die kwam en ging. Van een plaag die de mens op een dag hoopte te genezen, zoals polio of malaria. Al zou niemand weten of de behandeling echt had gewerkt en de ziekte voorgoed had uitgeroeid, of dat ze op een dag weer zou terugkeren, veranderd en beter bestand tegen behandeling en medicijnen dan eerst. Het was een deprimerende gedachte. Zelfs al werd Hitler verslagen - en ook dat zou gebeuren - dan nog maakten de omstandigheden die hem en zijn soort in het leven had geroepen misschien wel deel uit van de genetische bouwstenen van de mensheid. Een neiging tot barbarij die zich decennia in het bloed kon schuilhouden, eeuwen zelfs, maar die nooit kon worden uitgeroeid.”