Lezersrecensie
Hedendaags proza over de geprezen en verketterde Jeanne d’Arc
Wat is feit, wat is fictie? Historici doen hun best om die twee met elkaar in verband te brengen in hun reconstructie van het verleden. Af en toe, misschien wel altijd, heb je behoefte aan het aanvaarden van een tikkeltje magie om van een verhaal een heldenverhaal te maken. Zonder theoretisch anker halen we allemaal wel eens ons houvast uit dat soort epische verhalen, omdat ze ons verheffen. Door de eeuwen heen is men ook ervandoor gegaan met het verhaal over ‘de maagd van Orleans’. Het fenomeen en het lot wat de hoogvliegers treft.
“Dat is God niet die ons straft. Dat zijn mensen die elkaar straffen. Wat is er te leren uit zo’n les?”
Wie is Katherine Chen dat zij zich overgeeft aan een reconstructie van de opkomst en val van Jeanne d’Arc? Er is weinig anders bekend dan dat ze de titel van Master of Fine Arts in Painting ontvangen heeft van Boston University: “where she was a senior teaching fellow and awarded the Florence Engel Randall Fiction Prize”.
Het waarom ze over Jeanne is gaan schrijven wordt duidelijk tijdens het lezen en alsof dit nog niet genoeg is, in een uitgebreid nawoord. In dit indrukwekkende werk, gevuld met prachtig proza, volgen we het korte actieve leven van Jeanne volgens het inlevingsvermogen en creativiteit van Katherine Chen. In vier delen laat ze een Jeanne op vroege leeftijd opkomen voor eigen betekenis- en zingeving temidden van uitzonderlijk onzekere levensbedreigende omstandigheden tot aan haar verkettering toe. Heel knap begint elk deel met het uit elkaar houden van al die politieke spanningsvelden in en rondom Frankrijk.
Jeanne is nergens voor gevlucht, heeft niks vermeden en is daardoor sterker geworden dan menig normale Fransman begin deel twee. Ze was Française, een speelbal binnen een sterk op strijd gerichte geestelijke en wereldlijke macht en extreem vrouwonvriendelijk tijdsgewricht. Door de geschiedenis werd ze verheven tot een ikoon. Katherine Chen geeft Jeanne’s leven van alle opsmuk ontdaan in al haar integriteit weer terug aan het meisje en de vrouw Jeanne. Katherine Chen wijdt simpelweg haar proza toe aan:
“Voor Jeanne
(1412-1431)”