Advertentie

Jaren geleden meed ik Tolstoi als de lepra, omdat ik dacht dat zijn boeken onverteerbaar moralistisch waren. Maar in "De kunst van de roman" overtuigde Kundera mij van het tegendeel. "Anna Karenina" bijvoorbeeld is volgens Kundera geen veroordeling van overspel, en evenmin een verdediging daarvan: het is een ongelofelijk genuanceerde roman vol open vragen, waarin elk simpel oordeel juist wordt opgeschort. En precies daardoor een roman die als geen ander de wijsheid van de onzekerheid belichaamt: "Maar het is juist door het verlies van de zekerheid over de waarheid en de unanieme instemming van de anderen, dat de mens individu wordt. De roman [...] is het grondgebied waarin niemand de waarheid in pacht heeft, noch Anna, noch Karenin, maar waarbinnen allen het recht hebben begrepen te worden, zowel Anna als Karenin". Mooi gezegd, en helemaal waar bovendien: jaren geleden las ik "Anna Karenina" juichend, en deze vakantie herlas ik het jubelend. Ook dankzij de swingende nieuwe vertaling (uit 2017) van meestervertaler Hans Boland.

Veel in deze roman wordt in beweging gezet door de buitenechtelijke relatie van Anna met Vronski, een relatie waarin alle geschreven en ongeschreven conventies worden overtreden en waarin de passie regeert. Meesterlijk is de beschrijving van de allereerste indruk die Anna op Vronski maakt: "Haar schitterende grijze ogen, die een donkerder tint kregen door de volle wimpers, namen hem vriendelijk en met aandacht op, alsof ze hem meende te herkennen, maar dwaalden op hetzelfde ogenblik verder, over de menigte en het gedrang, waartussen ze iemand scheen te zoeken. In die ene oogopslag bespeurde Vronski iets van een ingehouden levenslust, weerspiegeld in het vlinderende spel tussen haar schitterende ogen en de ijle glimlach om haar kersrode lippen. Het leek of er diep in haar iets school dat naar buiten wilde en dat zij niet kon beheersen, zodat het nu eens in haar blik, dan weer in haar glimlach opvlamde: zodra zij het vuur in haar ogen wist te doven lichtte het weer op in haar glimlach, eigenmachtig". Vronski heeft op dat moment nog geen flauw idee van de gepassioneerde verhouding die tussen hem en Anna zal ontstaan: hij beseft dus nauwelijks de implicaties van de "ingehouden levenslust" die hij hier ziet of meent te zien. En Anna is zich die "ingehouden levenslust" -die diep in haar schuilt en onwillekeurig toch naar buiten wil- al evenmin bewust: op dit moment denkt ze nog volkomen tevreden te zijn met haar huwelijk met de veel oudere Karenin. Pas een tijd later valt haar ineens op dat Karenin van die vreemde oren heeft, en dat hij zo kil en gekunsteld praat..... Het ontstaan van de passie gebeurt dus als het ware voor- bewust, a-causaal, zonder duidelijk aanwijsbare reden, en zonder grijpbaar waarom. Die passie is een mysterie, en alle soms behoorlijk heftige verwikkelingen en hysterische aanvechtingen die uit die passie voortkomen vergroten dat mysterie alleen maar. Tolstoi verklaart dat mysterie niet, maar toont het: hij laat het voor-bewuste en a- causale van deze passie zien, en oordeelt niet. Grandioos vind ik dat.

Bovendien bedient Tolstoi zich niet van een alziende en alwetende verteller die ons vertelt hoe we Anna Karenina moeten zien, maar van een verteller die ons laat zien welke indruk Anna Karenina op een van de vele personages maakt. Die indruk wordt later aangevuld, gecorrigeerd of gecontrasteerd door de andere wijze waarop diverse andere personages Anna Karenina zien. Of door de wijze waarop Vronski zelf Anna later bekijkt: hijzelf en Anna veranderen, Vronski's beeld van Anna dus ook. Tolstoi benadrukt dus niet alleen het mysterieuze aspect van Anna's handelingen, maar ook dat hierop veel verschillende en uiteenlopende perspectieven mogelijk zijn. "Anna Karenina" is dus vol mysterie en pluriformiteit. Te meer omdat Tolstoi niet alleen van Anna een pluriform beeld geeft, maar ook van de andere personages. We worden bijvoorbeeld eerst helemaal meegenomen in de wijze waarop Anna zich langzaam, en bijna tegen haar eigen wil in, bewust wordt van Karenins kilte en gekunstelde wijze van spreken. Ook uit observaties van anderen, en de dingen die Karenin soms zegt, stijgt het beeld op van een wel heel ambtelijke, steile en weinig gevoelvolle man. Maar dan kijken we als volgt mee met de verteller in Karenins wanhopige hoofd: "[h]ij realiseerde zich dat hij geconfronteerd werd met omstandigheden waarin de logica ontbrak en die hij daarom niet kon verklaren, en hij wist niet hoe hij zoiets aan moest pakken. Hij stond oog in oog met het naakte bestaan, dat de mogelijkheid openliet voor zijn vrouw om iemand anders dan hem lief te hebben. Dat was buitengewoon verwarrend, want tot dusver had er voor hem uitsluitend ambtenarij bestaan, bureaucratie, een surrogaat van de werkelijkheid; zodra hij met het leven zelf in aanraking kwam deinsde hij terug. Hij ervoer wat iemand overkomt die op een brug over een ravijn loopt en plotseling voor een gapende afgrond staat. De afgrond was het echte leven, de brug het namaakbestaan dat hij leidde. Voor het eerst deed de vraag zich voor of het mogelijk was dat zijn vrouw van iemand anders hield, en hij werd vervuld van ontzetting". Prachtig, deze ook voor Karenin zelf volkomen onverwachte, naakte wanhoop. Die zo groot is dat Karenin er zelf geen grip meer op heeft: al zijn denkkaders storten immers in. En voor mij als lezer was het erg verrassend dat er zoveel ook door Karenin zelf niet vermoed gevoel schuilt in de zo kil lijkende Karenin. Terwijl ik tegelijk toch ook bleef meevoelen met Anna's groeiende afkeer voor Karenins kilte. Dus ik snap Kundera's eerder aangehaalde uitspraak helemaal: deze roman "is het grondgebied waarin niemand de waarheid in pacht heeft, noch Anna, noch Karenin, maar waarbinnen allen het recht hebben begrepen te worden, zowel Anna als Karenin".

Maar "Anna Karenina" is veel meer dan alleen maar de geschiedenis van Anna, Karenin en Vronski. Want deze, hoogst complexe en ongelofelijk genuanceerd beschreven driehoeksverhouding wordt met nog twee andere liefdesgeschiedenissen verweven. Ten eerste met de relatie van Stiva Oblonski (Anna's broer) met Dolly, die bol staat van ontrouw en schipperende compromissen en teleurstellingen maar ook van Stiva's levenslust en Dolly's vergevingsgezindheid. Maar vooral de relatie van de ongelofelijk meerkantige Ljovin met Kitty (Dolly's zuster): een relatie die in het teken staat van zoeken naar harmonie en het huwelijksideaal, wat voor Kitty - na vele wisselvalligheden- een bijna natuurlijk proces lijkt, maar voor de eeuwige zoeker Ljovin een eeuwige zoektocht. Te meer omdat Ljovin, door het verlies van geloof en door ijzingwekkend beschreven confrontaties met de dood, zeer vertwijfelde twijfels heeft over wat de zin zou moeten zijn van het leven. Kortom: drie verschillende relaties, die elkaar door hun contrasten en raakpunten in ander perspectief zetten. Terwijl er ook allerlei nevenpersonages zijn met weer andere liefdesverhoudingen, variërend van onuitgesproken tot corrupt en leugenachtig: ook dat voegt weer nieuwe contrapunten en perspectieven toe.

Daardoor kun je eindeloos doorgaan met het vergelijken van de verschillende relaties, zonder ooit tot een definitieve conclusie te komen. De liefde van Anna en Vronski eindigt bijvoorbeeld noodlottig, maar Anna is wel oprechter dan haar broer Stiva: niettemin is Stiva's oceaan van goedmoedigheid bijzonder aanstekelijk, en bewonderenswaardig bovendien. Dus kun je niet zeggen dat een van beide relaties "het goede leven" belichaamt. Ook de relatie van Ljovin met Kitty doet dat niet. Zeker, Anna's liefde eindigt in tragische zelfdoding, terwijl Ljovin in het afsluitende deel van deze roman een nauwelijks beredeneerbaar geluk vindt en zelfs een intuïtief vermoeden meent te hebben van "Het Goede" en zelfs een nieuw geloof. Maar hij zegt ook "ik zal bidden zonder te kunnen verklaren waarom", en heeft nog een heel ongewisse weg voor zich: zijn geluk en inzicht zijn voor de ratio ontoegankelijk en heel voorlopig, en we weten hoe makkelijk bij hem de totale twijfel kan toeslaan. Temeer omdat we gezien hebben hoe sterk Ljovins stemmingen kunnen meebewegen met de veranderende omstandigheden. Bovendien, Anna heeft het wel gewaagd om alle conventies te trotseren, tegen alle wetten van zelfbehoud en gezond verstand in, en Ljovin niet. Dus wie van de twee is eigenlijk heldhaftiger en bewonderenswaardiger? Ze belichamen allebei duidelijk een heel ander antwoord op de onbeantwoorde vraag "hoe te leven", maar beide antwoorden zijn voor mij even voorlopig en even intrigerend. Bovendien zijn zowel Ljovin als Anna ongelofelijk meeslepend in hun vertwijfeling en naaktheid, in hun vele momenten van totaal- niet- meer- weten: vooral daarom zijn ze mij beiden even lief.

"Anna Karenina" is kortom een onuitputtelijke klassieker. Heel ingenieus is bijvoorbeeld hoe de roman gebruik maakt van dromen, waarin met name Vronski en Anna omineuze voortekens zien die wijzen op een tragische afloop van hun gepassioneerde relatie. Alsof ze ergens, in een verdrongen uithoek van hun brein, meer weten of vermoeden dan hun bewustzijn weet. Wat nog weer onderstreept dat hun passie een mysterie is voor henzelf. Maar nog ingenieuzer vind ik hoe allerlei filosofische of existentiële twijfels vorm krijgen in levendige dialogen of levendige alleenspraken, vol met afdwalingen zoals je die in het leven van alledag ook hebt, en vol reacties op de concrete fenomenen en voortdurend veranderende omstandigheden die zich in het dagelijks leven voordoen. Karenin bijvoorbeeld merkt geregeld hoe religieuze of ambtelijke leerstelligheden soms prima werken op papier, maar totaal geen antwoord geven op de vragen waar hij mee zit. Ljovin heeft alle filosofen gelezen, en veel geleerden en theologen, maar hij merkt elke keer weer dat zijn ervaringen complexere vragen opwerpen en om complexere antwoorden vragen dan die de theorie hem biedt. Bovendien is in "Anna Karenina" elk dilemma van elk concreet personage een concreet ervaringsfeit, geworteld in de rijke complexiteit en de grillige onvoorspelbaarheid die het praktische leven nou eenmaal heeft. Daardoor is "Anna Karenina", naast een roman over liefde, ook een rijkelijk gevulde ideeën-roman, maar dan wel een ongelofelijk levendige. En een roman die alleen voorlopige antwoorden bevat, antwoorden die steeds nieuw grillig leven krijgen in nieuwe dialogen en innerlijke monologen. Voorts heeft "Anna Karenina" een naar mijn smaak schitterend, maar vooral ook open eind: alsof deze dialogen en innerlijke monologen met al hun voorlopige antwoorden ook na afloop van "Anna Karenina" door blijven gaan, tot in het oneindige.

Deze roman leverde mij kortom 1010 bladzijden puur herleesgenot op. Prachtig hoe Tolstoi ons een romanwereld vol tegenstijdigheden en ambivalentie voor ogen tovert. Schitterend hoe hij zulke totaal verschillende worstelingen met de liefde en het leven laat zien van zulke volkomen verschillende personages. Geweldig hoe hij de ook voor deze personages steeds zo mysterieuze motieven en emoties steeds loepzuiver ten tonele voert. Dat doet hij met volkomen natuurlijk ogende dialogen en monologen, die uiterst pregnant zichtbaar maken dat die personages elkaar en zichzelf nauwelijks begrijpen. En juist daarin voelen wij vol passie met hen mee, zonder oordeel maar met veel begrip.

Reacties op: Jubelend herlas ik "Anna Karenina", een onuitputtelijke klassieker

649
Anna Karenina - Lev Nikolajevitsj Tolstoj
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners