Advertentie

In "De bekentenis van de heer K." worden twee werelden vermengd waar ik wel van hou: de absurd- raadselachtige en unheimliche wereld van de afgrondige Kafka, en de even hilarische als ongeremd barokke wereld van de fabuleus fabulerende Willem Brakman. Nee, ik ga niet verkondigen dat "De bekentenis van de heer K." net zo groots is als Kafka's "Het proces". Niemand heeft immers zo'n geniale pen als Kafka, ook Willem Brakman niet. Maar ik vermaakte mij prima met "De bekentenis van de heer K".. Want zo'n volkomen oorspronkelijke en eigenzinnige draai geven aan Kafka, dat kan alleen Willem Brakman.

In Brakmans Kafka- boek herkennen we diverse personages uit "Het proces" en "Het slot", zij het steeds in een andere rol en gedaante. We herkennen vooral Jozef K., de hoofdpersoon in "Het proces". En we herkennen steeds Kafka's unheimliche surrealistische sfeer, zij het dan overgoten met Brakmans bizarre humor. Maar bij Brakman is Josef K., anders dan bij Kafka, de ik- figuur en dus de verteller, en een volstrekt onnavolgbaar fabulerende fantast met een wel heel ongewone jeugd en levensloop. Bovendien is JosefK. een volkomen onbetrouwbare verteller: hij vertelt ons dingen die hij onmogelijk kan weten, zoals zijn eigen executie die bijna een parodie is op de executie in "Het proces". Hij gunt ons bovendien allerlei blikken op zijn innerlijk die ons bij Kafka zelf niet worden gegund, alleen is alles wat hij ons over zichzelf vertelt van verdichting en verzinsel doordesemd of op zijn minst van dichterlijke overdrijving doordrenkt. Maar de meest opmerkelijke omkering is deze: Kafka's Josef K. vecht de hele roman door aan dat hij schuldig is, terwijl Brakmans Josef K. op bijna operateske en toneelmatige wijze allerlei vormen van schuld bekent. Wat die schuld is, en of die schuld wel echt als kenbaar fenomeen bestaat, dat blijft bij zowel Kafka als Brakman op magistraal- fascinerende wijze in nevelen gehuld. Maar dat belet Brakmans Josef K. niet om die schuld breed uit te meten met barokke woorden, toneelmatige gebaren, en bizarre verzinsels. Waardoor die schuld overigens alleen nog maar raadselachtiger wordt.

Brakmans Josef K. zegt daarover: "Dat de mens schuldig is, niet anders dan schuldig zijn kan, waarachtig ik had daar geen moeite mee, want zolang als ik mij herinner was ik altijd een even angstig als een zich schuldig voelend wezen. Dat die toestand niet afhangt van wat men heeft uitgespookt maar eerder van wat men in staat is te doen en aan te richten, ook dat ging er bij mij in als gesneden koek; een immer waakzaam metafysisch bewustzijn gleed met mij mee vanaf mijn prille kindsheid". En meer en meer wordt volgens mij duidelijk dat "wat men heeft uitgespookt" volgens Josef K. zelfs helemaal in het niet verzinkt in verhouding tot wat men "in staat is te doen", en dat wat men echt in staat is te doen klein bier is vergeleken bij waartoe men in staat is in de meest verborgen spelonken van het onbewuste en de verboden fantasie. Niet voor niets heeft Jozef K. het over "het speciale duister" van zijn "deerlijk verminkte oog". Niet voor niets zegt hij dat dit duister voor hem, als schrijver die zijn belevenissen en bekentenissen op schrift stelt, minstens zo wezenlijk is als "het maanachtig licht" van zijn schrijflamp. "Daar, tussen dat speciale licht en dat speciale duister, zal ik proberen op te schrijven wat ik mij heb voorgenomen op te schrijven". Elke bekentenis peilt, volgens mij, dat duister. Elke bekentenis is, volgens mij, een stilering van de krochten van het innerlijk. Een stilering dus van even heimelijke als geheime verlangens, angsten, aandriften, impulsen. Of op zijn minst de stilering van wat er gebeurt als een barokke geest zich overgeeft aan ongeremd fabuleren, zonder zich te laten storen door conventies of innerlijke verboden.

Veel van Josef K's bekentenissen worden ontmaskerd als ficties, als op effect berekend toneel. Wat voor Kafkaëske dubbele bodems zorgt: het lijkt soms wel alsof hij met die bekentenissen juist mensen van zijn wezenlijke onschuld wil overtuigen, en alsof juist dat zijn onpersoonlijke rechters overtuigt van zijn schuld. Bijna Kafkaesk- paradoxaal is ook de uitspraak van een pater: "Er zijn geen bekentenissen, als zij er waren dan zouden ze niet kunnen worden uitgesproken en als ze konden worden uitgesproken dan werden ze niet gehoord en als zij werden gehoord dan waren ze onecht". Maar aardig wat Brakmaniaanser zijn passages als: "Schuld is een verdwijnende kunst geworden, ze heeft zich bijna geheel teruggetrokken uit de gerechtshuizen om zich te vestigen in de oude stad, in concert en theater. Daar worden nog processen gevoerd die de uiterste gebieden weten te bereiken, met rechters van allure en beklaagden die zich zorgvuldig en hoogst begaafd van iedere beschuttende huidlaag hebben ontdaan. In een uiterste aan begrip wordt er wederzijds onthuld tot in het onvoorstelbaar schaamteloze, tot er schoonheden zichtbaar worden als wanhoop of vertwijfeling, als de wondere glans van het onrecht, de kille schittering van het recht". Schuld als verdwijnende kunst, daar moet je Brakman voor heten. En nog onbekende schoonheid puren uit wanhoop, vertwijfeling, onrecht, het ondoorgrondelijke recht..... daar moet je Brakman voor ZIJN. Want dit is de kunst van het onmogelijke die je volgens mij in zoveel van zijn boeken ziet: de Brakmaniaanse vertelkunst die in zijn barokke metaforiek, zijn grillige verhaalverloop en zijn duistere verbeeldingskracht steeds glimpen biedt van iets duisters dat onbenoembaar blijft en juist daardoor blijvend fascineert.

Na te vertellen is dit boek door zijn grilligheid niet. Samen te vatten is het door zijn meerduidige barokke beeldenkracht evenmin. Maar je hoeft maar een paar bladzijden te lezen om te begrijpen dat Josef K. alles inderdaad beschrijft vanuit "het speciale duister" van zijn "deerlijk verminkte oog", waardoor hij alles dus anders ziet dan wij. En dat hij daarom de Kafkaëske schuld, en ook de bekentenis, ziet als experimentele kunst die tast naar het onbenoembare. Daardoor is dit boek vintage Brakman, ook al ontleent het veel aan de unheimliche wereld van Kafka. Gelukkig ben ik een fan van beide schrijvers. Maar vooral de Brakman-fan in mij kwam goed aan zijn trekken!

Reacties op: Brakmans barokke variatie op Kafka

3
De bekentenis van de heer K. - Willem Brakman
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners