Advertentie

Vanaf 16 november tot en met 28 december was ik volkomen ondergedompeld in "Jahrestage", de vierdelige en ruim 1600 pagina's en 668.727 woorden tellende klassieker van Uwe Johnson die onlangs als één geheel werd vertaald en uitgegeven. Puur liefdewerk van Marc Hoogma, die geen professioneel vertaler is maar wel zeer houdt van dit boek. Met hulp van Theo Veenhof heeft hij bovendien voor een soepel lezende vertaling gezorgd, die nog verrijkt wordt met drie informatieve en heel enthousiasmerende nawoorden. Ik jubel! Want zonder Hoogma en Veenhof, en zonder uitgeverij Van Oorschot, zou ik nooit kennis hebben kunnen maken met dit meesterlijke boek.

"Jahrestage" zijn "jaardagen" of "gedenkdagen": dagen waarop een belangrijke historische gebeurtenis wordt herdacht die in een eerder jaar op die dag heeft plaatsgevonden. We volgen een jaar lang het leven van Gesine Cresspahl in New York, van 20 augustus 1967 t/m 20 augustus 1968. Elk hoofdstuk geeft intense impressionistische beelden van één dag, en elk hoofdstuk heeft de datum van die dag als titel. Het boek als geheel oogt daardoor als een oceanisch uitgestrekt dagboek, of als een onafzienbare opsomming van gedenkdagen. Met als impliciete boodschap dat elke dag een gedenkdag is, omdat elke alledaagsheid het waard is om jaren na dato nog steeds in de gedachten te worden bewaard. Die gedenkdagen staan steeds in het teken van het turbulente dagelijkse leven: de bonte en grillige dynamiek van het New York waar Gesine woont en werkt, maar ook de minstens zo bonte en grillige dynamiek van de nationale en internationale wereldpolitiek die Gesine aandachtig volgt via de New York Times, de krant die voor haar geldt als gesprekspartner die de wereld duidt en als dagboek van het dagelijks leven. En via de New York Times komt er veel op Gesine af: wisselende berichten over het vaak ongelofelijke geweld in Vietnam of over de toenemende aantallen moorden en rassenrellen in New York of andere Amerikaanse steden; de moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy; de Parijse studentenrellen van mei '68; de opkomst en helaas ook ondergang van de "Praagse lente", en van het even oplevende en vervolgens gesmoorde socialisme met een menselijk gezicht in Tsjecho- Slowakije...... .

Tegelijk gaat elk hoofdstuk - elke jaardag of gedenkdag- ook over herinneringsflarden van Gesine: over haar even intense als vergeefse pogingen om zich haar verre verleden weer tot in detail voor de geest te halen, en om haar persoonlijke geschiedenis te reconstrueren. Haar jeugd in het (verzonnen) Duitse dorpje Jerichow, een Mecklenburgs dorpje dat voor haar nog steeds de wereld is maar wel een voorgoed verloren wereld. Haar studiejaren in Gneez, een stad die volgens haar "lijkt op de poging van een mathematicus uit vroeger tijden om met veelkantige plankjes een veelhoek te construeren die een cirkel benadert". Een stad dus die in Gesines herinnering of verbeelding lijkt op de kwadratuur van de cirkel, een bekende metafoor voor het onmogelijke of van het onoplosbare raadsel. En dat past naar mijn idee naadloos bij de ondoorgrondelijkheid van Gesines verleden en dat van haar dierbaren: ze poogt zich uit alle macht voor te stellen hoe haar beide ouders de jaren op weg naar en tijdens WO II hebben beleefd, en ze heeft zelf ook levendige maar onduidbare herinneringen aan de oorlogsjaren en de heel verwarrende naoorlogse jaren in de nog piepjonge maar wel steeds repressiever wordende DDR. Duistere jaren waarin het politieke voortdurend het alledaagse binnensloop, op toen onbegrijpelijke en ook achteraf niet meer te begrijpen wijze. Alle herinneringen van Gesine staan dus bol van niet- weten, van niet kunnen duiden wat er in haar verleden precies gebeurde en waarom, en ook niet van wat zij en haar dierbaren voelden of meemaakten en waarom. Tegelijk echter staan al die herinneringen ook bol van het verlangen om dit toch te proberen, en om het verleden toch weer voor de geest te halen en te duiden. Tot in de meest irrelevant lijkende en mogelijk zelfs nooit opgemerkte details aan toe. Bovendien associeert Gesine voortdurend tussen heden en verleden: in alle hoofdstukken - alle gedenkdagen- wordt de onbegrijpelijke dynamiek van het Duitsland van toen op onnavolgbare wijze vermengd met de grillige dynamiek die opstijgt uit New York en de New York Times.

Deze vermenging van ondoorgrondelijk verleden en ongrijpbaar heden vraagt wel voortdurende concentratie en inspanning van de lezer. Maar daarvoor krijg je een heel intense leeservaring terug. Ik tenminste wel. En die intensiteit wordt nog vergroot door de enorme hoeveelheid van verhaallijnen en anekdotes, en door de vele verschillende stijlen waarin we die verhaallijnen krijgen opgediend. Vaak lezen we dialogen tussen Gesine en haar tienjarige dochter Marie: dialogen waarin je soms helemaal kwijtraakt wie wat zegt vanuit welk referentiekader, maar die toch ontroeren en boeien omdat Gesine en Marie zo gepassioneerd onderzoeken wat er gebeurt en alle raadsels van voor naar achter bekijken. Nog vaker zien we lange innerlijke monologen, waarin de 15-jarige Gesine van toen en de 35- jarige Gesine van nu voortdurend van rol wisselen, en waarin Gesine vele malen switcht tussen het ik- perspectief en het veel afstandelijkere zij- perspectief. Alsof de werkelijkheid die zij probeert te bevatten (te herinneren, te verbeelden) te complex is om te passen in één perspectief. Een indruk die nog sterker wordt in passages waarin bijvoorbeeld de complexe innerlijke roerselen aan bod komen van Gesines beide ouders: ongrijpbare roerselen, meerduidige flarden, allemaal gepresenteerd via innerlijke monologen van Gesine die daarin dus meerdere keren kan veranderen van perspectief. Of, beter gezegd: vanuit het veranderlijke en niet-wetende perspectief van de ouders, maar dan zoals Gesine zich dat perspectief tracht voor te stellen. Soms is het zelfs onduidelijk of het voortdurend veranderende perspectief van Gesine wel haar eigen perspectief is: er is immers ook een verteller, door Gesine "kameraad schrijver" genoemd en luisterend naar de naam Uwe Johnson, een verteller die we verder niet leren kennen maar die vanuit zijn ons onbekende perspectief kennelijk soms ook tastend duidt wat er is gebeurd en waarom. De tastende stem van die verteller raakt vaak vermengd met de al even tastende stem van Gesine, en vaak weten we niet wie van beiden aan het woord is. Waardoor het tastende karakter van de vertelling nog verder wordt versterkt.

De raadsels worden kortom niet opgelost, maar getoond en uitvergroot. En dat wordt nog versterkt door de veelheid van stijlen die dit boek kent. Er is zoals gezegd veel dialoog en daarnaast veel innerlijke monoloog; voorts zijn er soms lange, bijna abstract filosofische passages die dan ineens afgewisseld worden met gesprekken in sfeervol Mecklenburgs dialect; impressionistische passages vol poëtisch proza worden zomaar afgewisseld met lange opsommingen vol ogenschijnlijke trivialiteiten; politiek gekleurd krantenproza wordt afgewisseld met flarden van gesprekken zoals je die hoort op een metrostation; prachtige natuurimpressies vol verlangen naar een wereld die niet meer is gaan zomaar ineens over in parafrases of citaten van de New York Times.... Vaak is de keuze van vorm en stijl heel verrassend: alle rouw om de dood van Robert Kennedy krijgen we bijvoorbeeld opgediend in de vorm van aantekeningen voor een werkstuk van Marie. Maar juist die vele aantekeningen, en juist de wijze waarop die niet zijn samengevoegd in een sluitend verhaal, geven een heel wonderlijk en daardoor helemaal raak beeld van Kennedy's zo onbegrijpelijke dood.

De roman is door dit alles zonder meer gefragmenteerd te noemen. Of misschien een verzameling van gefragmenteerde romans: alsof je de brokstukken ziet van van psychologische roman, een historische roman, een sociologische roman, en een bundel prozagedichten. En mede daardoor is de roman ook oceanisch: zo boordevol fragmenten, personages, raadselen en sfeerbeelden dat je totaal het overzicht verliest. Te meer omdat elk fragment weer vele raadselen omvat. Geen enkel natuurtafereel wordt samengevat met een simpel label: we krijgen alleen verrassende en onconventioneel beschreven details, die door hun poëtische ongewoonheid frapperen of ontroeren. Geen van de tientallen personages wordt met een simpel label verklaard: we zien niet wat of wie iemand is, maar zien allerlei tegenstrijdige gedachten, vermoedens, verknopingen van slechtheid en goedheid, of van idealisme en lafheid, of van stemmingen die dat personage zelf niet eens kan benoemen. En Jakob, Gesines gestorven echtgenoot, blijft de hele roman lang een intrigerend enigma: wat hij dacht en voelde weten we niet, hoe hij aan zijn einde kwam evenmin, want we hebben alleen flarden van vermoedens. Elke gebeurtenis, scene en personage in dit boek is kortom een zee van raadselen, en duizelingwekkend veelkantig en genuanceerd. En ook dat maakt "Jahrestage" tot een oceaan. Niet voor niets opent dit boek als volgt: "Lange golven rollen schuin het strand op, welven fors gespierde ruggen, heffen trillende kammen, die omvallen als ze op hun groenst zijn. In die krachtige, al wit gestriemde kanteling wordt een ronde luchtholte omsloten die de heldere massa vervolgens verplettert alsof er iets geheims wordt gecreëerd en weer vernietigd." En "Jahrestage" eindigt met: "Al wandelend langs de zee liepen we een stukje het water in. Ratelende kiezelstenen rond onze enkels. We hielden elkaars hand vast: een kind; een man onderweg naar de plaats waar de doden zijn; en zij, het kind dat ik was.". Een kolkend oceanisch begin, waarin een raadsel zich opent te midden van de golven. En een stemmig slot, waarin Gesine afscheid neemt van het kind dat zij was en de illusies die zij had, ook weer bij de alles overspoelende zee......

Dit boek is overvol van motieven en thema's, dus is het onmogelijk om het vast te pinnen op één boodschap of betekenis. Maar precies dat is voor mij de boodschap en betekenis. De ideologen in het Nazistische Duitsland en in het Marxistische Oost- Duitsland waren uiteraard overtuigd van "het grote verhaal" waarin alles sluit: Johnson toont ons daarentegen een wereld vol van flarden en onbegrijpelijke details, rijk door zijn raadselachtigheid. Burgerlullen als ik lezen elke dag oppervlakkig de krant, op zoek naar orde in de chaos: Johnson daarentegen spelt de krant letter voor letter en dompelt ons onder in de oceanische chaos. Luilakken als ik plakken op elke gebeurtenis en persoon een label, en leggen dat vast in ons hoofd: Johnson dwingt zijn lezers echter om zich een voorstelling te maken van alle grillige details die niet passen in een label. Oppervlakkige angsthazen als ik willen de verschijnselen begrijpen en liefst zo transparant mogelijk verklaren; Johnson daarentegen leeft zich met maniakale intensiteit en precisie helemaal over aan alles wat niet transparant is maar wel wezenlijk. En mij sleepte hij ruim een maand helemaal mee in deze fascinerende zoektocht.

Reacties op: Een oceanische klassieker

3
Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl - Uwe Johnson
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners