Advertentie

"De linkshandige vrouw" is, zoals steeds bij Handke, wonderschoon van taal en prachtig door zijn ongrijpbaarheid. Het zegt, zoals bij Handke gebruikelijk, alles wat het zegt alleen impliciet en tussen de regels door. Meer nog dan bij andere Handke- boeken heb ik echter de neiging om te zwijgen over "De linkshandige vrouw", en om de zo poëtische vreemdheid ervan niet met een stukkie te neutraliseren. Want die poëtische vreemdheid is bij dit boek naar mijn smaak zelfs nog wat sterker dan de andere boeken die ik van Handke ken. En de ongrijpbaarheid ook. Maar goed, ik doe toch maar een poging om bij benadering iets over dit boek te vertellen. Hoe rudimentair ook.

Hoofdpersoon is Marianne, meestal aangeduid als "de vrouw", zoals ook veel andere personages vaak niet met hun naam worden aangeduid. Van de ene op de andere dag besluit ze alleen te willen leven, zonder man en alleen met haar zoontje. Zij kiest daarmee ook de anonimiteit, de eenzaamheid, een leven buiten het normale menselijke verkeer, en buiten de conventionele communicatieve en zingevende verhoudingen. Als lezer weet je niet waarom, want Handke ziet bewust af van psychologische motivaties of levensbeschouwelijke verklaringen. "De vrouw" verlaat immers de sfeer van zingevende verhoudingen, en dus ook die van psychologische verklaringen. Zelf noemt ze het een "merkwaardig idee, eigenlijk geen idee, maar een soort openbaring...… Maar ik wil er niet over praten". Een ander noemt haar een "privé- mystica". Kortom: zelf zegt "de vrouw" dat ze niet over haar openbaring kan of wil praten, en haar omgeving zegt in feite dat die openbaring zodanig mystiek en zodanig privé is dat communicatieve taal er geen vat op heeft. Anders gezegd: "de vrouw" kiest voor een leven in eenzaamheid dat zich zelfs aan betekenisgeving en taal onttrekt. Zonder precies te weten waarom. En zonder te weten waartoe het zal leiden, want ze zegt: "Eén ogenblik heb ik een keer mijn toekomstige leven heel duidelijk voor ogen gezien, waarbij ik tot in mijn binnenste koud ben geworden". Daarmee bevestigt ze bovendien deels wat iemand anders over haar zegt: "Het alleen- zijn veroorzaakt de meest ijselijke, walgelijke pijn: die van de wezenloosheid". Die ijselijke pijn van de wezenloosheid is de logische consequentie van Mariannes keuze om zich te onthechten aan alles, ook aan de eigen naam en identiteit, ook aan alles wat haar leven ooit zin leek te geven. Wat dan soms leidt tot wezenloos verdriet om die wezenloosheid:" 's Nachts zat de vrouw aan tafel; vanaf de onderrand van haar ogen steeg langzaam iets omhoog, bereikte de pupillen, die erdoor begonnen te glimmen; ze huilde, zonder geluid, zonder beweging". Maar toch houdt ze aan haar onthechting en wezenloosheid vast, want weer terugkeren naar de wereld van zingevende conventies voelt als verraad en vernedering van zichzelf. Hoe ondefinieerbaar dat "zichzelf" ook moge zijn.

Mooi is hoe Handke die onthechting voelbaar maakt door zijn soms bijna wezenloos ongrijpbare zinnen, en hoe hij tegelijk ook heel subtiel de leegte laat zien onder de conventies die Marianne niet langer wil volgen. Want de wereld van gekende conventies en gekende zinvolle verhoudingen is bij Handke de meest zinloze wereld van alle, een wereld waarin iedereen elkaar napraat en puur de gedragsregels volgt die hij gedachteloos tot zich neemt via de televisie. Nog mooier is hoe hij Mariannes heel tastende zoektocht beschrijft, haar verdriet en verstilde wanhoop, maar ook haar heel voorzichtige en soms maar half bewuste pogingen om in eenzaamheid nieuwe ervaringen te ontdekken die niet zijn vervalst en versimpeld door de gangbare woorden en begrippen. "Thuis stond de vrouw voor de spiegel en keek zich zelf lang in de ogen; niet om zich te bekijken, maar alsof dat een mogelijkheid was om rustig over zichzelf na te denken", zo wordt al vroeg gezegd. Met dat denken gaat ze een boek lang door, uiteraard zonder tot heldere nieuwe inzichten te komen. Maar niet zonder voortgang. Prachtig is bijvoorbeeld hoe ze haar vertrouwde omgeving bekijkt, op zeer onwennige wijze maar juist daardoor ook met nieuwe intensiteit. Even prachtig is haar natuurwandeling naar ijle hoogten, op een moment dat andere mensen zich in hun huis terugtrekken. Wat dan een niet- conventionele natuurervaring oplevert die alleen een zo onthecht iemand als "de vrouw" kan hebben. Ook niet onaardig is de vreemdsoortige puurheid die Marianne op enig moment schijnt te hebben: "Het bevalt me dat je haar alleen maar naar haar ruikt. Het is geen reuk maar wordt meteen een gevoel. En het bevalt me ook hoe je loopt: het is geen bijzondere gang zoals anders bij vrouwen: jij loopt alleen maar, en dat is mooi". En heel mooi vind ik hoe ze op enig moment aarzelend, maar beslist, haar wereld begint te tekenen: "Ze zat lange tijd helemaal stil, waarbij haar pupillen, onafgebroken pulserend, langzaam steeds groter werden; sprong plotseling op, haalde een potlood, een vel papier en begon zelf te tekenen; eerst haar voeten op de stoel, daarna de ruimte daarachter, het raam, de zich in de loop van de nacht veranderende sterrenhemel- elk voorwerp tot in de kleinste details. Ze tekende niet energiek, eerder beverig en onhandig; maar daar tussendoor lukten haar af en toe streken in één enkele beweging. Er vergingen uren voordat ze het vel weglegde. Ze keek er lang naar; tekende daarna verder."

Niet het voluit uitgetekende beeld telt bij Handke, maar het tastend schetsen van iets nieuws in onthechtende eenzaamheid. Dat zien we aan de tastende en vrij ongrijpbare ervaringen van "de vrouw". Dat zien we aan het tastende gehalte van Handkes mysterieuze zinnen. En daar hou ik van, al weet ik ook niet precies waarom.

Reacties op: Eenzame, tastende zoektocht met onbekende bestemming

5
Linkshandige vrouw - Peter Handke
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker