Advertentie

"Ongezocht ongeluk" geldt voor velen als een van Handkes highlights. Maar het kwam ook als een verrassing: juist Handke, de man die alle literaire conventies doorbrak om de weg vrij te maken voor geheel nieuwe manieren om de wereld te ervaren, kwam zomaar ineens met het verhaal over het treurige leven en de tragische zelfmoord van zijn moeder, en over de impact van die zelfmoord op Handke zelf. Betekent dit dat Handke, vanwege de hem persoonlijk zo rakende tragiek van dit onderwerp, voor één keer een niet- experimenteel en "gewoon" boek geschreven heeft? Nou, nee: de altijd experimenterende en conventies doorbrekende Handke is ook in "Ongezocht ongeluk" klaarwakker. Maar is het boek dan wel ontroerend? Nou, reken maar, zij het op een andere manier dan je bij zo'n onderwerp zou verwachten.

Zeer opvallend is om te beginnen de uiterst karige, ontluisterende stijl waarin het boek is geschreven. Handke psychologiseert niet, verklaart niet, maar toont. Hij duidt niet, geeft geen achtergronden, legt niks uit, maar vat samen in gecomprimeerde, originele en ongrijpbaar-suggestieve beelden. Hij legt dus niet bladzijden lang uit hoe hij zich voelde na de zelfmoord van zijn moeder en waarom, maar schrijft: "Soms verbaas ik mij erover dat dingen die ik vasthoud niet al lang uit mijn handen zijn gevallen, zo gevoelloos word ik plotseling bij de gedachte aan deze zelfmoord. En desondanks verlang ik naar zulke ogenblikken, omdat de stompzinnigheid dan ophoudt en mijn hoofd helemaal helder wordt. Het is iets verschrikkelijks, waarbij ik me weer goed voel: eindelijk geen verveling meer, een weerloos lichaam, geen vermoeiende afstanden, een pijnloos verstrijken van de tijd". Naar mijn gevoel typisch proza van iemand die altijd heel scherp analyseert wat hij zegt en hoe hij het zegt, omdat hij clichés en pasklare zinnen vermijden wil. En die dus niet wil zeggen wat elke bedroefde zoon in vergelijkbare situaties zegt, maar zo nauwkeurig mogelijk wil formuleren wat hij precies voelt en hoe weinig hij begrijpt van zijn eigen gevoel.

Ook het leven van zijn moeder wordt niet in pasklare zinnen beschreven, maar in raadselachtige beelden gevat: "Mijn moeder gedroeg zich bij alle gebeurtenissen alsof zij er met open mond bij stond. Zij werd niet schrikachtig, liet hoogstens, door de algemene schrik aangestoken, eventjes een lachje horen, terwijl ze zich op hetzelfde ogenblik al schaamde dat haar lichaam zich zo plotseling zelfstandig had gemaakt". De nijpende armoede en ellende waarin zijn moeder heeft geleefd wordt niet met larmoyante details voelbaar gemaakt, maar wordt geëvoceerd met zinnen als "hun leven [werd] zo abstract en boven iedere voorstelling verheven dat men hen kon vergeten. Van ellende bestonden aanschouwelijke beschrijvingen, van armoede nog slechts zinnebeelden". En later wordt gesproken van "een qua vorm perfecte ellende; iedere dag opnieuw weer de inspanning om het gezicht niet te verliezen, dat langzamerhand zielloos werd". Haar toenemende depressiviteit en toenemende angst om te leven worden niet psychologisch verklaard of met uitgesponnen voorbeelden beschreven, en zelfs niet expliciet benoemd, maar opgeroepen met verrassende beelden als: "De vroege levenslust van het hele lichaam maakte zich alleen nog maar af en toe merkbaar als aan de stille, zware hand verstolen en beschaamd een vinger trilde, waarop deze hand ook onmiddellijk door de andere werd bedekt". Dat is een talent van Handke: weinig schrijvers zijn zo precies en trefzeker met zo weinig woorden als hij. Dus kunnen ook weinig schrijvers met zulke karige zinnen zo glashard de troosteloze uitzichtloosheid raken: "Het alleen maar bestaan werd tot een marteling. Maar evenzeer huiverde zij voor het sterven". Maar die karigheid is ook een statement: waar anderen expliciteren, uitweiden en verklaren, de zaken van meerdere kanten belichten, en van alles uitdiepen, daar kiest Handke juist voor het gecomprimeerde beeld waarin veel ongezegd blijft. Waar anderen expliciteren en invullen, daar zwijgt Handke en kiest hij voor openheid.

"Ongezocht ongeluk" bevat bovendien opmerkelijk veel reflectie van Handke op het schrijven zelf. Dat verwacht je niet bij een onderwerp dat zo dicht op de huid van de auteur zit. Maar het onderstreept wel Handkes inzet om zich in zijn beschrijving van zijn moeders singuliere leven en lot zo min mogelijk te laten knechten door veralgemenende conventies, en dus ook niet door pasklare zinnen die geen recht doen aan het unieke. Armoede, religie, een volkomen troosteloos huwelijk, het benepen milieu waaruit zij afkomstig is, en diverse andere sociaal- culturele omstandigheden hebben zijn moeder van haar eigen identiteit beroofd. Dat vertelt Handke ons, op onnavolgbaar originele, indringende en bondige wijze. In even karige als bijtende zinnen. En hij weigert categorisch om haar nogmaals van haar identiteit te beroven door in al te conventionele stijl en vorm te vertellen over haar en zijn eigen verhouding tot haar.

Niet voor niets schrijft hij: "Het gevaarlijke bij […] abstracties en formuleringen is overigens dat zij er toe neigen een zelfstandig leven te gaan leiden. Zij vergeten dan de persoon van wie ze uitgegaan zijn - een kettingreactie van wendingen en zinnen als beelden in een droom, een literair ritueel waarin een individueel leven nog slechts als aanleiding functioneert". Niet voor niets vreest hij "het verdwijnen van een persoon in poëtische zinnen". Hij zegt dan ook expliciet dat zijn moeder geen kunstzinnig vormgegeven gestalte kan en mag worden in een kunstzinnig verhaal: "mijn moeder wordt en wordt niet […] tot een bevleugelde en in zichzelf trillende, hoe langer hoe lichter wordende kunstfiguur. Zij laat zich niet inkapselen, blijft ongrijpbaar, de zinnen storten neer in iets duisters en liggen door elkaar op het papier. 'Iets onbenoembaars' heet dat vaak in verhalen, of: 'iets onbeschrijfelijks', en ik houd dat meestal voor luie uitvluchten; maar in dit verhaal gaat het nu werkelijk om het nameloze, om sprakeloze seconden van ontzetting. Het gaat over momenten waarin het bewustzijn een schok krijgt van afgrijzen; over schriktoestanden zo kort dat de taal daarvoor altijd te laat komt; over droomprocessen zo afschuwelijk dat je ze als werkelijke, levende wormen in het bewustzijn ervaart". Handke spreekt dan ook nogal ironisch over "een gebruikelijk schema voor een levensloop door te schrijven: ''Toen- later', 'omdat- hoewel', 'was- werd- werd niets'". Dat gebruikelijke schema is dus precies wat Handke niet wil. Hem interesseren juist de momenten "waar de grootst mogelijke behoefte om mij uit te drukken samenvalt met de grootst mogelijke sprakeloosheid". En dan zonder dat die sprakeloosheid, over de niet in taal te vatten uniciteit van leven en lot van zijn moeder, wordt gladgestreken in het schematische verhaal van toen- later- omdat- waardoor...….

Sprakeloos vertelt Handke dus over het sprakeloos makende leven en lot van zijn moeder. In slechts 98 pagina's, omdat elke conventionele opsmuk en uitweiding wordt vermeden. Op het eind in aforistische fragmenten, die de openheid en ongrijpbare raadselachtigheid hebben van haiku's. In één ervan staat: "[D]e horror vacui in het bewustzijn. De voorstelling is juist bezig zich te vormen en merkt plotseling dat er niets meer is om zich voor te stellen. Daarop stort zij neer als een figuurtje in een tekenfilm dat bemerkt dat het de hele tijd al over niets dan lucht aan het lopen is". Zo, wellicht, was soms de voorstelling die Handkes moeder had van zichzelf. Zo, wellicht, voelde Handke zich soms terwijl hij over zijn moeder schreef. En zo voelen wij ons misschien soms als we denken over ons eigen singuliere ongeluk of dat van onze dierbaren. Alleen kunnen wij niet zo virtuoos schrijven over sprakeloosheid als Peter Handke.

Reacties op: Sprakeloos vertellen over een bodemloos ongelukkig leven

6
Ongezocht ongeluk - Peter Handke
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker