Advertentie

Onlangs las ik het formidabele "Das Glasperlenspiel", volgens velen Hesses magnum opus, en ontdekte ik dat ik Hesse altijd miskend had. Dus las ik meteen daarna "Siddhartha", Hesses beroemdste boek. Dat is een allegorische vertelling, over een Indische jongen in de tijd van Boeddha, en de naam van deze jongen is Sanskriet voor "hij die zijn doel heeft bereikt". En inderdaad, Siddhartha zoekt een boek lang naar spirituele voltooiing en zingeving, die hij op het eind ook vindt, na allerlei parabel- achtige omzwervingen vol symboliek. Dat soort vertellingen wantrouw ik als fanatieke agnost en radicale scepticus zeer, want ik geloof niet in "DE zin" van "HET leven". Zulke noties ervaar ik zelfs als volkomen misleidende flauwekul. Dus een allegorisch verhaal waarin een spiritueel zoeker zijn doel bereikt...… Brrrrrrr. Bovendien vond ik de symboliek soms te nadrukkelijk, en bij sommige passages droop naar mijn smaak de zoetige stroop van de pagina's. Maar toch vond ik ook dit weer een mooi en boeiend boek.

Heel intrigerend vond ik bijvoorbeeld de gepassioneerde onrust en de tot op de bodem doorborende vragen van Siddhartha aan het begin van het verhaal. Als goed onderrichte, voorbeeldige zoon van een geleerde brahmaan is hij reeds erg doorkneed in het spiritueel zoeken naar dieper gelegen waarheid, en in het ontmantelen van alle aardse schijn en illusie die ons het zicht ontneemt op De Hogere Essentie. Maar het is hem gewoon niet genoeg. Want wie zegt dat ook die brahmaanse leer, hoe prachtig en diep doorvragend ook, niet ook zelf een illusie is? "Was het echt Prajapati, die de wereld had geschapen? Was het niet eerder Atman, Hij, de enige, de eenzame? Waren de goden geen vormen, geschapen zoals jij en ik, onderworpen aan de tijd, vergankelijk? Was het dus goed, was het juist, was het een zinvolle en hoogstaande handeling om aan de goden te offeren? Aan wie anders moest worden geofferd, aan wie anders moest eer worden bewezen dan aan Hem, de enige, de Atman? En waar was Atman te vinden, waar woonde Hij, waar sloeg Zijn eeuwige hart, waar anders dan in het eigen ik, in het innerlijk, in het onverwoestbare leven dat ieder in zich droeg? Maar waar, waar was dit ik, dit innerlijk, dit diepste? Het was geen vlees of bot, het was geen denken of bewustzijn, onderwezen de wijze mannen. Waar, waar was het dan?". Dringende vragen en twijfels, die Siddhartha sterk obsederen, zeker in combinatie met de vraag "Maar waar waren de brahmanen, waar de priesters, waar de wijze mannen of de boetelingen die het was gelukt dit diepste wezen niet alleen te weten, maar ook te beleven? Waar was de ingewijde die het gevoel in Atman thuis te zijn vanuit de slaap over kon toveren naar het wakkerzijn, naar het leven, naar hand en tand, naar woord en daad?". Al deze vragen leiden ertoe dat Siddhartha de Brahmanen verlaat, zoekend naar "de oerbron in het eigen ik". Die "oerbron" is naar Siddhartha's stellige en groeiende overtuiging strikt individueel: het gaat om de mysterieuze, niet in woorden te vatten kern van zijn strikt singuliere ik. Wat ook betekent dat geen enkele leer die oerbron kan onthullen, want een leer is per definitie veralgemenend en tot meerdere mensen gericht. Bovendien, het gaat Siddhartha niet om mededeelbare kennis maar om beleving, om doorleefde strikt individuele ervaring, dus niet om iets wat je leren kan maar om iets wat je strikt individueel ervaren en doorvoelen moet.

Siddhartha is dus radicaal tegen de keer, conformeert zich aan geen enkele leer, neemt met geen enkele veralgemenende regel of levenswijsheid genoegen. Zelfs niet zodra hij Boeddha in eigen persoon tegenkomt. Siddhartha is weliswaar helemaal ervan overtuigd dat Boeddha de oerbron van diens eigen ik gevonden heeft, maar Siddhartha gelooft gewoon niet dat Boeddha's leer in rechte lijn naar de oerbron van Siddhartha voert. Oftewel: ook Boeddha's weg, hoe bewonderenswaardig ook, is niet mededeelbaar en navolgbaar voor anderen, dus moet Siddhartha zijn eigen weg vinden. Kortom: de naam "Siddharta" mag dan "hij die zijn doel heeft bereikt" betekenen, maar dat "doel" is in geen enkele leer geformuleerd, ook niet in de Boeddhistische leer. Dat verraste mij, en het verraste mij aangenaam. Sowieso vond ik dat de ontwikkeling en de uiteindelijke transformatie van Siddhartha, zijn "dood" en zijn "wedergeboorte" waarna hij zichzelf en de wereld als nieuw ziet, in mooie suggestieve beelden en symbolen werd gevat. Ook vond ik het heel aardig dat Siddhartha zich voor iedereen open stelt en van iedereen op zijn eigen wijze wat leert: niet alleen van Boeddha, geestelijken, uiterst onthechte en hongerende asceten, en een wijze veerman bij de rivier, maar anders dan je zou verwachten ook van bezeten dobbelaars, een courtisane die hem inwijdt in lage lusten, een koopman vol winstbejag, en allerlei mensen die volledig gepassioneerd zijn door puur aardse en platte doelen. Kortom: ook van personen en ervaringshorizonten die helemaal haaks staan op zijn eigen persoon en ervaringshorizon. Daarin meen ik Hesses fascinatie te herkennen voor het "mysterium coniunctionis": de werkelijkheid is één onontwarbare kluwen van verknoopte tegenstellingen, elke waarheid is incompleet zonder zijn tegendeel, elke ervaring moet zich verrijken met ervaringshorizonten en perspectieven die haaks op die ervaring lijken te staan. Maar ook herken ik, deels in samenhang daarmee, iets anders: de door Hesse wel vaker bepleite totale ontvankelijkheid en openheid voor alle mogelijkheden, gedachten, dingen, ervaringen en perspectieven, ook de meest nietswaardige of negatieve. Daarover later meer, maar ik verklap nu al dat die combinatie van tegendelen en die totale openheid mij erg aanspreken. Ik vind het dus wel mooi dat Siddhartha's transformatie en ontwikkeling precies die twee aspecten sterk voorop zet. En het zou mijn leespret dus zeer hebben bedorven als die transformatie zou hebben geleid tot een "gewone" bekering tot Boeddhist, Christen, Islamiet, Hindoe, of wat voor religieuze leerstelling dan ook.

Maar wat is dan dat "doel" dat Siddhartha uiteindelijk bereikt? En: ervaart? Hij verlaat om te beginnen zijn vroegere, Brahmaanse gedachte dat al het aardse louter schijn is en verwerpelijke illusie, waarachter het Goddelijke (de ware Zin, het Ware Wezen) huist. Integendeel, het wezen en de zin is in de dingen zelf, indien bekeken met volstrekt open en onbevooroordeelde, niet oordelende blik. "Blauw was blauw, rivier was rivier en als ook in het blauw en de rivier binnen in Siddhartha het ene en goddelijke verborgen leefde, was het dus juist de aard en de zin van het goddelijke hier geel, hier blauw, daar hemel, daar woud en hier Siddhartha te zijn. Zin en wezen lagen niet ergens achter de dingen, ze zaten erin, in alles". Alles wordt kortom zonder oordeel bekeken, alsof het voor het eerst wordt gezien, en dat leidt tot een volkomen niet- routineuze en daardoor heel intense ervaring van de wereld. Het doel van Siddhartha's lange zoektocht is dan ook, zo bedenkt hij op een gegeven moment, "niets anders dan een innerlijke bereidheid, een gave, een geheime kunst om op elk moment, midden in het leven, de gedachte van de eenheid te denken, de eenheid te voelen en in te kunnen ademen". Die eenheid echter is wezenlijk pluriform en veranderlijk: "alles was met elkaar verweven en verknoopt, duizendmaal verstrengeld. En alles bij elkaar, alle stemmen, alle doelen, al het verlangen, al het lijden, alle lust, al het goede en kwade, dat alles bij elkaar was de wereld. Dat alles bij elkaar was de rivier van de gebeurtenissen, was de muziek van het leven". Die "muziek van het leven" en "rivier van de gebeurtenissen" vereist wel een toestand van "vrij zijn, openstaan, geen doel hebben". Siddhartha vervloekte eerst al zijn teleurstellingen, frustraties en leed, en al zijn innerlijke wonden, maar dat was omdat hij alles toetste aan de meetlat van een doel, een nagestreefde volmaaktheid, een oordeel over hoe de dingen zouden moeten zijn. Zonder die meetlat, en die nagestreefde volmaaktheid, ervaart hij de dingen binnen en buiten zichzelf zonder oordeel. En dat maakt hem ontvankelijk voor ervaringen als de volgende: "Dat wat is lijkt me daarom goed, het lijkt me zowel dood als leven, zowel zonde als heiligheid, zowel schranderheid als dwaasheid, alles moet zo zijn, alles heeft alleen mijn toestemming maar nodig, alleen mijn bereidwilligheid, mijn liefhebbende instemming, en zo is het goed voor mij, het kan me alleen maar vooruithelpen, me nooit benadelen. Ik heb aan lichaam en ziel ervaren dat ik grote behoefte had aan de zonde, ik had behoefte aan wellust, het streven naar bezittingen, ijdelheid, ik had behoefte aan de schandelijkste vertwijfeling om mijn tegenstribbelingen te leren opgeven, om van de wereld te leren houden, om haar niet meer te vergelijken met een of andere door mij gewenste, mezelf aangeprate wereld, een door mij bedachte soort van volmaaktheid, maar haar te laten zoals ze is en van haar te houden, en er met liefde deel van uit te maken. - Dat zijn een paar van de gedachten, o Govinda, die in me zijn opgekomen". Wat ook betekent dat hij het leven niet langer ten behoeve van een hogere waarheid en eenheid wil ontstijgen, zoals hij als brahmaan nog wilde, maar dat hij het juist in al zijn verknooptheid en meerkantigheid wil ervaren. Transcendentie is niet langer het doel: wat hij nu verlangt en bezig is te bereiken komt neer op totale ontvankelijkheid en intense onderdompeling.

Vooral de laatste hierboven geciteerde passage zit naar mijn smaak wel wat te vol met mierzoete stroop. Maar de relativerende laatste zin maakt voor mij veel goed, evenals Siddhartha's relativerende opmerking dat deze woorden erg onvolkomen zijn en voor veel mensen zelfs pure dwaasheid zullen lijken, en zijn gedachte dat ook dit geen voor anderen mededeelbare ervaring is. Siddhartha vertolkt dus geen leer: hij vertelt hoe hij, op basis van puur persoonlijke ervaringen, tot een puur persoonlijk soort ontvankelijkheid is gekomen voor de "muziek van de wereld" en de "rivier van de gebeurtenissen". Anderen bereiken misschien een vergelijkbare ontvankelijkheid, maar via andere ervaringen, en ze zullen die ontvankelijkheid vast anders ervaren en ook met andere beelden en metaforen benoemen. Althans, dat is wat de roman "Siddhartha" volgens mij suggereert: Siddhartha's vriend Govinda bijvoorbeeld heeft, iets nadat Siddharta het bovenstaande aan hem verteld heeft, ook een - overigens prachtig beschreven- visioen waarin hij voor even ziet hoe alles met alles is verknoopt, maar dat visioen geeft toch andere verknopingen te zien en leiden bij Govinda tot een ander, open vervolg.

Bovendien, hoe meer het boek vordert, hoe harder en vaker Siddhartha lacht. Ook, of zelfs juist, als hij zich openstelt voor en luistert naar de "rivier der gebeurtenissen". Want juist die rivier lacht, volgens Siddhartha. Op enig moment voelt Siddhartha zich zwaar innerlijk verwond, omdat zijn zoon een eigen weg kiest die op pijnlijke wijze totaal tegengesteld is aan alles waar Siddhartha voor stond. Maar dan ervaart hij, mediterend en blijmoedig zich onthechtend van oordelen, dat dit onderdeel is van een even onomkeerbare als komische kringloop: Siddhartha's zoon krenkt Siddhartha door een totaal eigen weg te kiezen en zijn vader te verstoten, zoals Siddhartha zelf zijn vader krenkte door diens brahmaanse leer en de vader zelf voorgoed te verlaten. Dat alles herhaalt zich dus voortdurend, in velerlei vormen, in het rad van vele vormen en wordingen dat ons bestaan nou eenmaal is. En in dat rad is alles betrekkelijk, want veranderlijk. Althans, als je dat rad - en alle leed, ongein, ongeluk, desillusie en teleurstelling die je zelf beleeft- tenminste met open oog en open oor doorleeft. En al helemaal als je vreugde en teleurstelling of opkomst en ondergang als één verknoopt geheel opvat, en elk tijdsverloop daartussen als illusie. Dan kun je schaterlachen om alles, in voortdurende verwondering en verrukking, en ervan doordrongen dat alles - ook alle ogenschijnlijke zwaarheid en tragiek, en elk verval dat op elke bloei volgt- met vrolijke blijmoedigheid tegemoet kan worden getreden.

"Siddhartha" zegt in mijn beleving niet dat we nu allemaal ontvankelijk moeten worden voor de "muziek van de wereld" en de "rivier van de gebeurtenissen", en leert ons volgens mij ook niet hoe we dat precies zouden moeten doen. Gelukkig niet. Maar volgens mij kan "Siddhartha" ons wel inspireren om iets dergelijks, met mate, eens op eigen wijze uit te proberen. Zelf ben ik niet van plan - en ook niet in staat- om alles wat ik zie en beleef tot eenheid met elkaar te verknopen, en al helemaal niet om daardoor alles in de wereld met liefde te bezien. Ook lachen om alles zal ik nooit helemaal beheersen, en ik wil dat zelfs niet eens. Maar ik denk wel, op basis van beperkte eigen ervaring, dat het soms loont om de bonte stroom van soms naargeestige persoonlijke lotgevallen zonder oordeel en met een bepaalde blijmoedigheid te beleven. Acceptatie van wat is zonder innerlijk protest over de redeloosheid ervan, en gewoon ondergaan van tegenslag zonder te jammeren dat ik die tegenslag en teleurstelling liever niet had gehad en ook niet verdien, geeft op zijn minst rust en misschien ook meer blijmoedigheid en lichtheid. En deze korte roman, hoe zoet hij soms ook is, inspireert mij wel om die ervaring nog eens op mijn eigen manier verder te gaan verkennen. Misschien helpt het om nu een volgend boek van Hesse te gaan lezen?

Reacties op: Volstrekt open staan voor de stromende muziek van de wereld, op basis van strikt persoonlijke ervaring

147
Siddhartha - Hermann Hesse
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 15,00 Bestel het e-book € 7,99
E-book prijsvergelijker