Lezersrecensie
Zeno & Oblomov
Verleden jaar was ik op het idee gekomen om de eindejaar cadeau van m’n werkgever te verzilveren met ’n boekenbon, en me daarbij te laten inspireren door de favorieten-lijsten van lezers van de Hebban-boekenclub die liefhebbers zijn van het klassieke literatuur genre.
Daar zijn toen twee veelbelovende titels uitgekomen, die ik zo bij onze plaatselijke boekenwinkel kon bestellen : “De bekentenissen van Zeno”, van Italo Svevo (1923), en “De Toverberg”, van Thomas Mann (1924).
Als ik het juist voor heb vallen beide boeken onder “modernistische literatuur” (beide zijn, met ’n jaar verschil, quasi tegelijkertijd uitgebracht).
En ik ben dus begonnen met Svevo’s “… Zeno”, het bekendste werk van deze Duits-Italiaanse schrijver (Svevo is het pseudoniem van Aron Hector (Ettore) Schmitz, zoon van een Duitse vader, Francesco Schmitz, en een Italiaanse moeder, Allegra Moravia, zo leert mij wikipedia).
Kort gezegd is Zeno ’n nogal rare kwast die het aan de stok krijgt met zijn psychiater, waar hij officieel in behandeling is voor een rookverslaving. Dit laatste komt maar aan bod in de inleiding (van dit nogal lijvige boek), het blijkt een “rookgordijn” te zijn voor dieperliggende mentale problemen die alle tot ’n kluifje voor zijn dokter zouden moeten evolueren (wiens naam je niet te weten komt, halverwege aangeduid met “dokter S.”). Maar zoals in het begin wordt uitgelegd, heeft dokter S. er de brui aan gegeven, en Zeno dan maar geïnstrueerd zijn memoires bij wijze van therapie ’s uit te schrijven. En zo is dit boek dan ontstaan.
Daarvoor had je dokter Muli, dokter Canestrini, dokter Coprosich, dokter Paoli, dokter Mali, ja, die Zeno heeft iets met dokters, en vooral, iets met ingebeelde ziektes.
Op z’n zachtst uitgedrukt is Zeno ’n vreselijke hypochonder (de meest aangehaalde ziekte is stekende pijnen in de rechteronderarm en heup die blijkbaar in elke stresssituatie optreden, als Zeno tenminste niet aan het manken is omdat hij de “54 onderdelen die tijdens het lopen worden aangesproken niet kan onderscheiden”).
Vóór dokter S. lag Zeno ook met z’n vader overhoop, die er in zijn ogen zeer moraliserende beschouwingen op nahield, totdat die sterft en Zeno spijt krijgt van z’n ruzies.
Zeno jaagt (onhandig) op vrouwen, geraakt via ’n lange omweg dan uiteindelijk aan ’n vrouw waarmee hij trouwt (alhoewel hij die oorspronkelijk niet wou), bedriegt ze met ’n maîtresse (maar krijgt daar later dan ook weer spijt van), voelt zich later aangetrokken tot ’n andere wel zéér jonge vrouw (of eerder kind …), heeft een zaak met z’n schoonbroer (die faliekant afloopt, zowel de zaak als de schoonbroer …), en uiteindelijk een behandeling bij dokter S. die hij ten langen leste waardeloos vindt.
Dit boek heb ik aangevat met de instelling “sommige werken moet men ooit gelezen hebben”; om “principiële redenen” heb ik het uitgelezen, maar ik heb moeite moeten doen.
Enkele recensies op Hebban maken gewag van een hilarisch boek; af en toe heb ik weliswaar met de glimlach zitten lezen, doch ’n ware “billenkletser” is het voor mij toch niet geworden.
De stijl deed me ’n beetje oubollig aan, sommige stukken kunnen heel langdradig zijn.
Iemand had dit boek vergeleken met Gontsjarov’s “Oblomov”. “Oblomov” heb ik ooit, in m’n jeugdjaren, ook gelezen, en ik herinner me dat ik dat boek wél erg goed en humoristisch vond. Of m’n smaak inmiddels is veranderd kan ik zo direct niet zeggen, maar hetzelfde uitgelaten gevoel heb ik bij Svevo’s “Zeno” niet gehad. Oblomov was nog ’n grappige luierik, een fysieke lamzak die de energie mist om het leven aan te pakken zoals het hoort, Zeno daarentegen is eerder een mentale lamzak die de wil mist om met mensen om te gaan zoals het hoort, en aldus, mijns inziens, met recht en rede op dokter S. een irritante en gestoorde indruk maakt.
Ergens kan ik begrijpen dat sommige mensen dit boek als ‘n “must” omschrijven, voor mij hoefde het niet echt. Daarom slechts 3 sterren.
Ik stel mijn hoop nu op Thomas Mann’s “Toverberg”.