Lezersrecensie
De laatste der Mohikanen ?
Bij de aanvang van de lezing van dit boek moest ik onwillekeurig denken aan “American Sniper” van Chris Kyle (over de missies van een “Seal” in Irak tijdens het eerste decennium van deze eeuw).
“Terroristenjager” echter gaat over de mensen in de speciale interventie-eenheid SIE, gegroepeerd onder de DSU van de Belgische Federale Politie.
Samen met “Operator” van Robert O’Neill lijken dergelijke boeken misschien voor ’n bepaald lezerspubliek als ’n verheerlijking van ‘n machocultuur binnen speciale politiediensten of militaire eenheden.
Echter, ik heb “Terroristenjager” vanuit ’n totale andere insteek gelezen (zie verder …).
Voor vele Belgen zal het SIE-eskadron bekender zijn onder de naam van “de groep Diane”, of de oorspronkelijke “Brigade Diane” toen die in 1973 binnen de Belgische Rijkswacht werd opgericht in de nasleep van de moordende aanslag op de Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen in 1972.
Lionel D. (“Lio” in het boek) heeft in samenwerking met Annemie Bulté zijn verhaal laten opschrijven over zijn carrière bij de SIE waar hij na z’n studies in de Criminologie via de politie van Etterbeek is “ingerold”.
Het minste wat je kunt zeggen is dat deze samenwerking uitstekend gelukt is, kan ook moeilijk anders, want Annemie Bulté is bij ons in Vlaanderen gekend als Humo-journaliste en schrijfster over beruchte misdaaddossiers zoals de Bende van Nijvel (“Overlever van de Bende van Nijvel”, en “Niet Schieten, dat is mijn papa!”) of Marc Dutroux (“De X-dossiers”).
Het boek leest werkelijk als ’n trein, je voelt als het ware de chronische stress en emotionele en fysieke uitputting van Lio en zijn collega’s wanneer deze weer worden ingezet tijdens de meest geruchtmakende en gewelddadige crisissen in de Belgische misdaadbestrijding.
Na z’n korte aanloop bij de politie komt Lio door eerder toevallige omstandigheden in het keiharde selectieprogramma van de SIE terecht waar van de 230 kandidaten uiteindelijk maar ‘n 30-tal kunnen doorgaan naar de opleiding. Hiervan schiet nog maar ’s slechts een derde over om finaal als “Iris” (de bijnaam van de commando’s die het effectieve zware interventiewerk “in het veld” uitvoeren) in het SIE te gaan dienen. Het zijn niet louter de sterksten die de eindmeet halen, maar diegenen die na mentaal en fysiek gekraakt te zijn nog van geen opgeven weten.
In het begin van hun carrière lijkt deze onmeedogenloze gemeen harde opleiding “overkill” voor de arrestatie-opdrachten van criminelen, interventies en huiszoekingen die zij moeten doen. Door hun reputatie zijn misdadigers van gemeen recht doodsbang voor de agenten van de SIE; alleen al de verschijning van de zwaar bewapende “Irissen” maakt dat de meeste criminelen zich onmiddellijk overgeven : zij willen immers ten allen prijzen blijven leven.
Tot in januari 2015, wanneer de terroristische aanslagen in Parijs (Charlie Hebdo) plaatsvinden.
Een week later heeft de interventie in Verviers (bij Luik) plaats, waar de SIE-agenten voor het eerst ondervinden dat zij voortaan zullen moeten strijden tegen moslimterroristen die geen enkel elementair menselijk normbesef meer hebben.
België komt dan samen met de Europese landen mee in ’n zware terreur-crisis terecht, waarvoor de autoriteiten door andere landen zoals de VS en Frankrijk (terecht) zwaar worden bekritiseerd wegens hun laks beleid t.o.v. moslim-extremisme en -terreur (en waar inmiddels nog niks aan veranderd is). Het land wordt beschouwd als “safe haven” voor moslimterroristen en uitvalsbasis voor aanslagen in de omringende landen op het Europese vastenland.
Het slechte imago wordt iets gemilderd door de succesvolle arrestatie in het Brusselse Sint-Jans Molenbeek van de toenmalige meest gezochte terrorist Salah Abdeslam, 18 maart 2016. De interventies van het SIE na de Franse aanslagen van november 2015 (Bataclan etc) hebben er vermoedelijk ook voor gezorgd dat terroristen werden gestopt die de Nederlandse luchthaven Schiphol als doelwit zouden hebben uitgekozen (men heeft het tot dusver niet echt kunnen bewijzen).
Maar de opgedreven activiteiten van de Belgische speciale eenheden in het voorjaar van 2016 doorkruisen de plannen van de terroristen om ’n nog grotere aanslag te plegen in Frankrijk, tijdens de EK-voetbalkampioenschappen in juni 2016. Er wordt door de nog niet omgekomen of gearresteerde terroristen in allerlijl ’n blitz-aanslag in gang gestoken tegen ’n ander doelwit, in België zelf : de luchthaven van Zaventem en de metro van Maalbeek. Op dinsdag 22 maart 2016 beleeft België z’n eigen “9/11”, met 32 onschuldige slachtoffers en meer dan 340 gewonden.
Het boek eindigt met de getuigenissen van enkele SIE-leden die nooit in de media zullen terecht komen, en wiens (sociale) leven en gezondheid zwaar getekend en aangetast zijn door hun loopbaan bij de SIE. Uiteindelijk blijkt dat de DSU-directie en de Belgische overheid hen laat vallen als ’n baksteen. Ook de overlevende terreur-slachtoffers moeten ervaren dat België in vergelijking met de andere landen z’n eigen mensen het slechtst behandelt.
Vanuit m’n eigen beleving heb ik dit boek op ’n totaal andere wijze gelezen : op zondag 20 maart van dat jaar 2016 sta ik omstreeks 8 u ’s morgens met m’n vrouw aan de incheckbalies voor ‘n (verre) afreis naar ’n vakantiebestemming in Kaapverdië. Twee dagen later wanneer we ons naar het ontbijtbuffet in het hotel willen begeven krijgen we van m’n schoonzuster een sms over de aanslagen en de doden in Zaventem en Brussel. Dat is m’n grootste rotvakantie dusver geweest, waarbij we de tijd doden aan ’t zwembad met boeken lezen, maar voortdurend met de gebeurtenissen in ons hoofd zitten.
Later realiseer ik me dat we dus precies op de zelfde plek hebben gestaan waar niet langer dan 48 u later de bommen zijn afgegaan. Als het noodlot nog iets slechter had uitgepakt hadden we erbij kunnen zijn.
Tijdens onze dagen op Kaapverdië bereikten ons ook via andere Belgische toeristen uit het Brusselse de ongefilterde berichten over jongeren in concentratiescholen die bij het horen van de nieuwsberichten spontaan begonnen te applaudisseren en te feesten. Vele maanden later zal de vicepremier en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon politiek zwaar op de korrel worden genomen omwille van z’n uitspraak over “dansende moslims”, voornamelijk door die linkse partijen zoals Groen die het moeten hebben van hun moslim-kiezers. Dankzij de rechtstreekse berichten vanuit Brussel behoren wij dus tot de weinigen die weten dat hij wel degelijk de waarheid sprak.
Na de lezing van dit boek stel ik me dus de vraag waar men de vrijwilligers vandaan gaat blijven halen die vandaag de dag zo’n werk nog willen blijven doen, zowel bij de gespecialiseerde eskadrons, of bij de paracommando’s in het leger, of de gewone lokale burgerpolitie die meestal de eerste klappen in ontvangst mogen nemen.
Respect voor deze mensen.