Lezersrecensie
Déjà vu : de PVDA is uw kameraad niet
Aanvankelijk dacht ik dat Louis Van Dievel’s laatste roman “De dokter is uw kameraad niet – Uit het leven van Guust Van Mol“ een parodie was op het extreem-linkse milieu in België.
Een paar klikken opzoekingswerk in Google leert mij meteen dat Guust Van Mol de schuilnaam was van ’n bestaande persoon, nl. Jan Van Duppen, een gewezen militant van de Amada (“Alle macht aan de arbeiders”), het latere Belgische PVDA, later parlementslid van de SP(A) (socialisten), en later huisarts zonder verder politiek mandaat. Louis Van Dievel en Jan Van Duppen blijken goede vrienden te zijn, in het verre verleden politieke aartsvijanden : Louis was ooit trotskist, Jan (“Guust”) was ooit marxist-leninist (maar geen echte stalinist zoals later zal blijken). Jaren nadat Jan zijn politieke jasje (ontgoocheld) aan de wilgen had gehangen kon Louis hem overhalen zijn verhaal over zijn wilde linkse avonturen aan hem toe te vertrouwen, die er dan een boek over schreef.
Een zeer ontluisterend verhaal over het Belgische links-extremistische milieu, volgens de woorden van Guust Van Mol : “intern had de PVDA alle kenmerken van een sekte”. Het boek is een aaneenrijging van gebeurtenissen, aan elkaar gepraat door de antwoorden van Guust op de vragen van Louis en extracten uit zijn memoires (van Guust’ jeugd en “studententijd” bij de Amada, zijn “proletarisering” door te gaan werken in de fabriek en de mijnen, zijn ontslag uit de PVDA, zijn nieuwe ontgoochelingen bij de Belgische socialistische partij en weerom ontslag, zijn dokterspraktijk in Turnhout en later in Rotterdam in een multidisciplinair medisch centrum in een achterstandswijk, Guust heeft een en ander meegemaakt).
Zoals eerder gezegd wordt voor de hoofdpersoon (en ook diens familie) zijn schuilnaam gebruikt die in die tijd door het partij-apparaat aan alle leden werd opgelegd in het dagelijkse gebruik om de “fasiestiese imperialistiese polisiestaat” te vlug af te zijn. Andere protagonisten worden vernoemd met hun echte voornaam en de eerste letter van hun echte familienaam; wie het Belgische politieke leven en verleden ’n beetje kent herkent vrij gemakkelijk de werkelijke personen achter de initialen.
Heel leerzaam is het om te lezen welke journalisten van de toenmalige BRT oorspronkelijk van de Amada/PVDA afkomstig zijn (het fenomeen van uiterst linkse journalisten in de nationale Belgische omroep werd ooit door Walter Zinzen in ’n interview na zijn pensionering zonder enige schroom toegegeven).
Nog erger is het gesteld met de bevestiging dat deze groepering sympathieën en banden had met de Berlijnse communisten en de daaruit ontstane extremisten zoals Ulrike Meinhof die de terroristische Rote Armee Fraktion hebben gevormd, of de Duitse KPD/ML (die veel later zijn overgegaan in de Duitse Grünen …).
In dit boek mis ik wel de typische Louis Van Dievel stijl van zijn vorige romans. De toon is ernstiger, hier en daar een anecdote met ’n vleugje ironie, het lijkt op ’n afrekening van zowel de hoofdpersoon als de schrijver zelf met ’n verleden dat niet bijster koosjer was.
Voor mij persoonlijk echter was het déjà vu gevoelen hallucinant. De Leuvense Amada-periode speelt zich af in de jaren ’70, echter, meer dan 10 jaar later waren de escapades van extreem-linkse knokploegen in de studentenstad er niet minder om : de beelden van brandende autobanden, vernielde voertuigen, ingesmeten winkelruiten, opgebroken kasseien en straatstenen, en de veldslagen tussen “pacifistische” anarchistische punkers en politie staan nog steeds op het netvlies gebrand. Eender welke solitaire gebeurtenis op het Amerikaanse continent was aanleiding genoeg om in eigen land de straatterreur los te laten en het eigen nest voor fascistisch en racistisch te verketteren, de geschiedenis blijft zich herhalen.
Na de Amada en de PVDA loopt Guust dus weg van het links-extremistische spectrum en zoekt hij zijn heil bij de SP. Hij hekelt het clientelisme van de partij, de vriendjespolitiek van Patrick Janssens en de “gratispolitiek” van Steve Stevaert komen aan bod.
Guust komt terecht bij De Loge in Turnhout en andere “werkplaatsen”. In deze periode begint hij kritiek te geven op ontwikkelingshulp, op de gewelddadige ontwikkelingen in Zuid-Afrika en de hypocrisie van het Westen na de boycot van het land en de machtsgreep van het ANC, later op de hulporganisaties voor bootvluchtelingen die hij medewerkers van de mensensmokkel-maffia noemt.
Vele jaren is hij ’n graag geziene huisdokter in Turnhout. Zijn idealen is hij nog niet kwijt als hij de politiek reeds verlaten heeft, zijn dokterspraktijk verhuist op een zeker ogenblik naar Rotterdam waar hij in aanraking komt met diverse pluimage van “de onderkant van de maatschappij”.
Door zijn ervaringen met zijn patiënten aldaar en zijn activiteiten bij de vrijmetselaars drijft Guust helemaal weg van het linkse spectrum, hij wordt conservatief, een fervente aanhanger van de stellingen van Theodore Dalrymple (pseudoniem van Anthony M. Daniels, gewezen arts-psychiater in de achterstandswijken van Birmingham, cultureel-conservatieve criticus van het links-liberale gedachtegoed en van utopisch denken). Guust heeft, vrij logisch, zijn mentor in Theodore Dalrymple gevonden, gezien de sterke parallellen tussen hun beide levens : “The law of immiseration : misery increases to meet the means available for its alleviation”.
Naarmate de jaren verstrijken wordt Guust echt rechts in zijn denken …, zodanig, … dat volgens hem ongelimiteerde migratie en asiel onze maatschappijvorm eroderen en fataal aantasten … dat volgens hem de islam een bijzonder flexibele en goed georganiseerde ideologie is die bij haar predikers en leiders nauwelijks te onderscheiden is van het fascisme van de nationaalsocialisten … dat hij de vernietigende conclusie trekt … “De intelligentsia zet gewoon een lange traditie verder … het verraad van de intellectuelen is alleen maar van gedaante veranderd. Zoals ze destijds het communisme in bescherming namen, zo nemen ze vandaag de islam in bescherming. Zoals ze indertijd critici van het politieke totalitarisme wegzetten als “vijanden van het volk” en “lakeien van het kapitalisme”, zo zetten ze vandaag critici van het religieuze totalitarisme weg als “islamofoben” en “racisten”. De facto is onze intellectuele elite de objectieve bondgenoot – of is het de nuttige idioot ?- van een vrijheidsdodende godsdienst”.
Van marxist-leninist tot conservatief-rechts, het lijkt ’n onwaarschijnlijke evolutie. Voor de lezer die geïnteresseerd is in de mechanismen van het dogmatisch denken kan dit boek beslist ’n opsteker zijn.