Lezersrecensie
Niet over rozen maar door de drek
‘Het werd zomer en ik knipte mijn broek af. Louis Claus kwam naar school in een clownspak’
De eerste twee zinnen van Het aanbidden van Louis Claus, de debuutroman van Helena Hoogenkamp zijn opvallend. Het dragen van het clownspak in die hitte is zelfs bizar. En dat is nog pas het begin want het hele boek door belandt de lezer van de ene in andere emotie. Het leven van hoofdpersoon Carla gaat namelijk niet over rozen, het gaat voornamelijk door de drek. De lezer mag zich gelukkig prijzen dat hij niet in Carla’s schoenen staat maar heeft het enorm met haar te doen. De extremen in haar leven buitelen over elkaar en worden onopgesmukt, rauw en koud opgediend.
Het is slikken geblazen in Het aanbidden van Louis Claus.
Het is 2003. Carla is veertien en tot over haar oren verliefd op Louis Claus. Ze heeft seks met hem en bewondert hem mateloos. Het grootste deel van de tijd probeert ze bij hem thuis te zijn want in haar eigen huis is het niet zo fijn. Carla leest geen kranten en heeft geen aspiraties om iets te bereiken in haar leven. Haar hoogste doel is trouwen met een oudejaarsloterijwinnaar. Dat ze de loterij zelf zou kunnen winnen komt niet eens bij haar op.
In 2018 loopt Carla hem weer tegen het lijf en dat blijft niet zonder gevolgen. In de tussentijd is er een hoop gebeurd of beter gezegd, niet gebeurd.
Het boek begint als een film, startend met een belangrijk fragment waarna de achtergrond wordt ingekleurd. Dat inkleuren gebeurt met humor, in heldere, bondige taal en met een indirecte wijze van schrijven. Zo schetst de auteur in twee zinnen hoe Carla in elkaar steekt: ze leest geen kranten en wilt de loterijwinnaar trouwen. En iemand met een baard duidt ze aan als ‘de collega van Jezus’. Alleen het hoogstnodige wordt benoemd; Hoogenkamp heeft aan een half woord genoeg. Wie tussen de regels doorleest merkt dat Carla een disfunctionele familie heeft waarin een flinke portie gevoelsarmoede heerst. De onbedoelde wreedheden zijn niet van de lucht.
‘En je knipte steeds je lange haar af, ik heb je kaalgeschoren om het je af te leren’
Vrolijk word je niet van dit boek want het leven van Carla is nogal deprimerend, zo erg dat het je regelmatig je adem beneemt. Dat komt ook terug in de beschrijving van de omgeving zoals bij de bruiloft- een verheugende aangelegenheid- die plaats vindt tussen de rottende matrassen in een half vergane fabriek. Maar ook de gebeurtenissen zelf zijn ronduit schrijnend en ellendig. Zo spreekt op de begrafenis van medescholier Rico diens dermatoloog. Het is niet best als hij de persoon is die het meest dichtbij staat. En zelfs de humor is ronduit pijnlijk. Zo heeft Carla rode Lack tafeltjes van Ikea ‘die tafels werden veel gebruikt in amateurporno’. Is dat nu om te lachen of om te huilen?
‘Ik zet een blauwe envelop schuin tegen de deur. Zo kun je controleren of je buren nog leven’
Wat bijdraagt aan het drama is een schijnbare gladde overgang in een scène waar Carla de lippenstift van de moeder van Louis gebruikt, vervolgens de boeken van zijn vader leest en dan naadloos in haar eigen huis belandt. Het bezorgt de lezer een schok door het rauwe besef dat ze zich bij zijn ouders meer thuis voelt dan in haar eigen huis. Dat komt op deze wijze des te harder binnen.
‘Ik wou dat mensen van me hielden zoals ze van Louis hielden’
Tijdens haar leven worstelt Carla met haar identiteit. Die blijkt haast afwezig want ze weet niet wat ze wil. Een gebrek aan eigenwaarde speelt haar parten. Ook zoekt ze naar haar geaardheid. Is ze lesbisch, bi of hetero? Deze vraag loopt als een rode lijn door het boek. Daarnaast zijn ook eenzaamheid ,vertrouwen en depressie belangrijke thema’s die de auteur op magnifieke wijze diepgang weet te geven.
Het aanbidden van Louis Claus is een schitterend debuut met veel diepgang, rauwheid en met een onverwachte plotwending die op het juiste moment wordt geserveerd. Het is een dun boekje maar het verdient een langzame en aandachtige lezing zodat dat wat tussen de regels gebeurt, niet gemist wordt.