Lezersrecensie
En alles draait om Martha
Alle wegen in Stad O. leiden naar Martha, die net zo geheimzinnig en even ongrijpbaar is, als de Tovenaar van Oz. Zelfs de brede lanen en de afwezigheid van auto’s brengen associaties met de film de Tovenaar van Oz. En evenals in de film schittert de buitenkant maar tiert de rot welig van binnen. Dit geldt voor zowel de bewoners als de maatschappijstructuur. Is het allemaal klatergoud? Dat is eigenlijk niet de vraag. Want die luidt, wil je liever de waarheid of het klatergoud. Het is duidelijk dat de waarheid onder ogen zien tot de allerlaagste prioriteit behoort op straffe van sociale uitsluiting. Zo houden bestuur en inwoners elkaar in het gareel.
Hoofdpersonages Bethe en Tobias zijn uitverkoren om in deze prachtige stad te wonen. Maar Bethe gaat het leven in deze ‘super’stad steeds minder goed af. En dat heeft effect op haar, haar man en haar relaties. Vooral wanneer het krijgen van kinderen uitblijft, nemen haar problemen toe. Hoe zal zij zich redden wanneer de rot steeds meer komt bovendrijven?
‘Tegen de tijd dat hun vrienden aanbellen staat hun ruzie in het kleed gesleten’
In het dystopische ‘Stad O.’ - het tweede boek van Koen Caris -draait het, net als in zijn eerste, om de invloed en reikwijdte van groepsgedrag op de individuele mens. De setting en de omstandigheden in debuut ‘Stenen Eten’ verschillen nogal. Dat geldt ook voor de schrijfstijl en hoe het verhaal bij de lezer binnenkomt.
In ‘Stenen Eten’ is het heet, broeit het, voeren emoties de boventoon en is de omgeving landelijk. Het uit de kast komen speelt een grote rol. De personages zijn voornamelijk tieners waarmee het boek ook goed bij jongere lezers past.
Stad O. is eerder geschikt voor een ouder publiek want het vormen van gezinnetjes lijkt de core-business te zijn in de stad. Het verhaal komt ook afstandelijker over hoewel de onderliggende emoties heftig maar onderdrukt en gedempt opborrelen. Ook in stad O is sprake van diversiteit, eenzaamheid, uitstoting en afgeslotenheid van de buitenwereld. Het verschil is echter dat het groepsgedrag van bovenaf, door een systeem wordt opgelegd en dat afwijkingen niet zijn toegestaan.
‘Zo is het een paria te zijn, de vleeseter tussen de veganisten’
De tegenstellingen die het systeem hierbij gebruikt doen denken aan dystopische boeken zoals 1984 van George Orwell maar je kunt er ook het fascistisch handboek op naslaan. Tegenstellingen zijn er genoeg, zoals de veronderstelling dat er geen hiërarchie is. Dit wordt uitgedrukt door de uniforme zwarte pakken die de werknemers van de fabriek Martha dragen. De werkelijkheid blijkt anders maar jaloezie en andere ‘negatieve’ emoties dienen natuurlijk onderdrukt te worden. Ook typisch is het aanduiden van autoriteiten als Moeders. Het geeft de suggestie van zorgzaamheid, geassocieerd met vrouwen. In werkelijkheid worden de autoriteiten merendeels bemenst door mannen.
‘Ze wist dat geheimen als strandballen zijn, je kunt ze niet onder water houden, ze willen naar de oppervlakte’
De soepele schrijfstijl kenmerkt zich door de aanwezigheid van metaforen en overpeinzingen die vrij kort, niet heel bloemrijk maar wel heel treffend en verhelderend zijn. Zij geven dieper inzicht in de stad en haar bewoners en scheppen een vervreemdende en sombere sfeer. Deze vervreemding zorgt voor een zekere afstandelijkheid richting de lezer terwijl het tegelijkertijd een onderliggende intensiteit blootlegt die de diepere gelaagdheid in het verhaal aangeeft. Ook het gebruik van speaking names verdiept de leeservaring. Zo betekent de naam Martha ‘heerseres’ en dat is zeer treffend want alles in Stad O. draait om Martha.
‘Een van de belangrijkste dingen die ze hier heeft gevonden, is mensen om na te doen’
De personages blijven wat op afstand en komen op het eerste gezicht oppervlakkig over. Dit is echter schijn want onder het oppervlak broeit van alles wat het daglicht in Stad O. niet mag bereiken. Die onderliggende druk en onvrede is zeker voelbaar. Daarmee past de ervaren afstandelijkheid heel goed bij de houding van de inwoners en die van hoofdpersonage Bethe. Stad O. vraagt zijn inwoners tenslotte om te allen tijde een imago van geluk en tevredenheid uit te stralen waarmee het ervoor zorgt dat mensen van zichzelf vervreemden en zich zelfcensuur opleggen. Dat resulteert in een sfeer van oppervlakkige gezelligheid. Het personage Bethe heeft daarnaast nog een eigen manier en reden om zichzelf te doen vervagen. De afstandelijke en beschouwelijke indruk die de lezer ervaart is precies wat de personages zichzelf opleggen en waarmee ze zichzelf geweld aandoen. Dat is soms tenenkrommend om te lezen.
Het slot komt onverwacht en is onvoorspelbaar. Het is aan de lezer zelf om te kiezen hoe Bethe haar innerlijke strijd oplost en wat de boodschap van het chipszakje op de vloer betekent. Het vrijwel voortdurend boeiende verhaal komt daardoor wat onaf over. Misschien is het de opdracht aan de lezer om te bedenken wat diens innerlijke Bethe zou besluiten om met zichzelf in het reine te komen. Want wat het lezen van de Stad O. oproept, is dat er akelig veel overeenkomsten zijn met onze huidige werkelijkheid.
Hoofdpersonages Bethe en Tobias zijn uitverkoren om in deze prachtige stad te wonen. Maar Bethe gaat het leven in deze ‘super’stad steeds minder goed af. En dat heeft effect op haar, haar man en haar relaties. Vooral wanneer het krijgen van kinderen uitblijft, nemen haar problemen toe. Hoe zal zij zich redden wanneer de rot steeds meer komt bovendrijven?
‘Tegen de tijd dat hun vrienden aanbellen staat hun ruzie in het kleed gesleten’
In het dystopische ‘Stad O.’ - het tweede boek van Koen Caris -draait het, net als in zijn eerste, om de invloed en reikwijdte van groepsgedrag op de individuele mens. De setting en de omstandigheden in debuut ‘Stenen Eten’ verschillen nogal. Dat geldt ook voor de schrijfstijl en hoe het verhaal bij de lezer binnenkomt.
In ‘Stenen Eten’ is het heet, broeit het, voeren emoties de boventoon en is de omgeving landelijk. Het uit de kast komen speelt een grote rol. De personages zijn voornamelijk tieners waarmee het boek ook goed bij jongere lezers past.
Stad O. is eerder geschikt voor een ouder publiek want het vormen van gezinnetjes lijkt de core-business te zijn in de stad. Het verhaal komt ook afstandelijker over hoewel de onderliggende emoties heftig maar onderdrukt en gedempt opborrelen. Ook in stad O is sprake van diversiteit, eenzaamheid, uitstoting en afgeslotenheid van de buitenwereld. Het verschil is echter dat het groepsgedrag van bovenaf, door een systeem wordt opgelegd en dat afwijkingen niet zijn toegestaan.
‘Zo is het een paria te zijn, de vleeseter tussen de veganisten’
De tegenstellingen die het systeem hierbij gebruikt doen denken aan dystopische boeken zoals 1984 van George Orwell maar je kunt er ook het fascistisch handboek op naslaan. Tegenstellingen zijn er genoeg, zoals de veronderstelling dat er geen hiërarchie is. Dit wordt uitgedrukt door de uniforme zwarte pakken die de werknemers van de fabriek Martha dragen. De werkelijkheid blijkt anders maar jaloezie en andere ‘negatieve’ emoties dienen natuurlijk onderdrukt te worden. Ook typisch is het aanduiden van autoriteiten als Moeders. Het geeft de suggestie van zorgzaamheid, geassocieerd met vrouwen. In werkelijkheid worden de autoriteiten merendeels bemenst door mannen.
‘Ze wist dat geheimen als strandballen zijn, je kunt ze niet onder water houden, ze willen naar de oppervlakte’
De soepele schrijfstijl kenmerkt zich door de aanwezigheid van metaforen en overpeinzingen die vrij kort, niet heel bloemrijk maar wel heel treffend en verhelderend zijn. Zij geven dieper inzicht in de stad en haar bewoners en scheppen een vervreemdende en sombere sfeer. Deze vervreemding zorgt voor een zekere afstandelijkheid richting de lezer terwijl het tegelijkertijd een onderliggende intensiteit blootlegt die de diepere gelaagdheid in het verhaal aangeeft. Ook het gebruik van speaking names verdiept de leeservaring. Zo betekent de naam Martha ‘heerseres’ en dat is zeer treffend want alles in Stad O. draait om Martha.
‘Een van de belangrijkste dingen die ze hier heeft gevonden, is mensen om na te doen’
De personages blijven wat op afstand en komen op het eerste gezicht oppervlakkig over. Dit is echter schijn want onder het oppervlak broeit van alles wat het daglicht in Stad O. niet mag bereiken. Die onderliggende druk en onvrede is zeker voelbaar. Daarmee past de ervaren afstandelijkheid heel goed bij de houding van de inwoners en die van hoofdpersonage Bethe. Stad O. vraagt zijn inwoners tenslotte om te allen tijde een imago van geluk en tevredenheid uit te stralen waarmee het ervoor zorgt dat mensen van zichzelf vervreemden en zich zelfcensuur opleggen. Dat resulteert in een sfeer van oppervlakkige gezelligheid. Het personage Bethe heeft daarnaast nog een eigen manier en reden om zichzelf te doen vervagen. De afstandelijke en beschouwelijke indruk die de lezer ervaart is precies wat de personages zichzelf opleggen en waarmee ze zichzelf geweld aandoen. Dat is soms tenenkrommend om te lezen.
Het slot komt onverwacht en is onvoorspelbaar. Het is aan de lezer zelf om te kiezen hoe Bethe haar innerlijke strijd oplost en wat de boodschap van het chipszakje op de vloer betekent. Het vrijwel voortdurend boeiende verhaal komt daardoor wat onaf over. Misschien is het de opdracht aan de lezer om te bedenken wat diens innerlijke Bethe zou besluiten om met zichzelf in het reine te komen. Want wat het lezen van de Stad O. oproept, is dat er akelig veel overeenkomsten zijn met onze huidige werkelijkheid.
1
Reageer op deze recensie
