Advertentie
    Tea. Hebban Team

Hoe fijn is het om een voorwoord te vinden ter inleiding van een roman die enige duiding goed kan gebruiken. En wanneer Jan Brokken zich bereid vond dit boek te voorzien van enige historische en literaire context weet je als lezer dat het verhaal hiermee een extra dimensie krijgt. Wie Jane Eyre van Charlotte Brontë las is wellicht in het voordeel, want Jean Rhys liet zich met De wijde Sargossozee inspireren door Brontës klassieker en durfde het aan de eerste mevrouw Rochester tot leven te wekken.

De vaderloze Antoinette Cosway groeit op in Jamaica waar ze met haar moeder, vaders tweede vrouw, een plantage in verval bewoont. Pijnlijk zichtbaar wordt de vergane glorie door de verwaarloosde staat van het eigendom en ook de veranderde verhoudingen tussen de vrijgelaten slaven en hun vroegere eigenaren lieten hun sporen na. De sociale onrust is één van de thema’s in het boek en vormt het decor van Antoinettes jeugd die getekend wordt door eenzaamheid.

‘Naar zwarte mensen die ik niet kende, keek ik nooit. Die verachtten ons. Die noemden ons witte kakkerlakken. Geen slapende honden wakker maken. Op een dag liep er een meisje achter me aan, dat zong: ‘Ga weg, witte kakkerlak, ga weg, ga weg.’ Ik liep stevig door maar zij liep harder. ‘Witte kakkerlak, witte kakkerlak. Jou moeten we niet. Ga weg.’

De opbouw van het boek is bijzonder en laat het verhaal vertellen vanuit drie perspectieven. Deel één wordt verteld door Antoinette, waarbij gezegd moet dat Christophine, waarmee Antoinette een innige band heeft, de eerste zinnen voor haar rekening neemt. Deze band tussen de twee is ontroerend uitgewerkt en is vooral zo mooi vanwege de magische krachten waarover Christophine beschikt. Tijdens het lezen komen van tijd tot tijd gothic elementen naar voren die wonderwel passen bij het leven in het Caraïbisch gebied en ook bij de tijd waarin het zich afspeelt, net vóór 1847, dat is de periode van de romantiek. Christophine behoort tot een van de weinige loyale bedienden en is, net als Antoinette en haar moeder, een outsider.

In deel twee is Rochester, de echtgenoot van Antoinette, de verteller. Zijn relaas beslaat veel meer dan een derde van het totaal. Hun huwelijk is gearrangeerd

‘Alles was erg fel van kleur, erg vreemd, maar het zei me niets. Zij, het meisje met wie ik zou trouwen, evenmin. Toen ik eindelijk aan haar gepresenteerd werd, maakte ik een buiging, glimlachte, kuste haar hand en danste met haar. Ik speelde de rol die mij was toebedacht. Zij had met mij niets uitstaande.’

De verstandhouding tussen de twee jonge geliefden is gecompliceerd. Hun verschillen in afkomst en karakter moeten wel leiden tot een botsing op een gegeven moment. De paradijselijke omgeving kan weinig doen om het naderend onheil te keren, destructieve krachten zorgen voor een spanning die langzaam wordt opgebouwd. De echtgenoot wordt meegenomen naar een buitenverblijf uit de nalatenschap van Antoinettes moeder, daar zullen ze hun wittebroodsweken doorbrengen. Boze tongen spreken kwaad over Antoinette, de echtgenoot wordt ongerust en twijfelt over de juistheid van zijn beslissing deze vrouw tot echtgenote te nemen. De broeierigheid van het plantageleven wordt prachtig beschreven. Traditionele gebruiken geven een exotische noot en hij, Rochester, wordt door Rhys neergezet als een temperamentvolle kerel. Zij heeft zich te voegen naar zijn wensen en hij gaat zijn gang, trouw is niet zijn sterkte kant. Je zou Antoinette willen beschermen tegen alles en iedereen die haar kwaad wil doen, maar bovenaardse krachten laten zich niet tegenhouden. Over de moeder van Antoinette valt ook het een en ander op te merken, niet dat ze zich veel met de opvoeding bemoeide, dat was de rol van Christophine, maar wel haar labiele mentale toestand die zijn weerslag had op haar dochter.

In deel drie is Antoinette wederom aan het woord, in dit korte deel bevindt ze zich in Engeland. Opgesloten en diep ongelukkig vraagt ze zich af wat er allemaal gebeurt. Een tragische ontknoping geeft het verhaal een waardig slot en nodigt uit tot het (her)lezen van Jane Eyre.

De negen jaar die de auteur nodig had deze roman te schrijven geeft aan dat het lezen ervan ook enige aandacht vraagt. Niet dat het taalgebruik of de thema’s barrières opwerpen, denk eerder aan de rijkdom van de taal die, vermengd met het exotisch decor en de luciditeit van Antoinettes waarnemen, een ravissant boek oplevert dat zich slechts langzaam genietend laat veroveren.

Jean Rhys (1890-1979) schreef in deze roman niet alleen over de eerste mevrouw Rochester, maar tevens over haar eigen leven. Ook zij voelde zich buitengesloten op het eiland (Dominica) waar ze haar jeugd doorbracht. Daardoor kon ze Antoinette levensecht neerzetten in de paradijselijke omgeving die in zo’n groot contrast stond met haar gemoedstoestand. Het leven van Jean Rhys ging niet over rozen en laat zich moeilijk vangen in een paar regels. In de jaren twintig schreef ze haar eerste roman Quartet. Zij leidde in die tijd een turbulent leven in Parijs, Londen, Wenen en Boedapest. Meerdere huwelijken die niet allemaal even gladjes verliepen, het gebrek aan comfort in het koude Engeland en zucht naar alcohol maakten haar latere leven bitter en uitputtend. Schrijven ging moeilijk, toch wist ze in eind jaren ‘50 een begin te maken met De wijde Sargassozee.

Zoals gezegd had ze negen jaar nodig om dit boek te schrijven. Het schrijfproces wordt door Jan Brokken helder verklaard in zijn voorwoord. Zo weet hij te vertellen dat Rhys haar boek in eerste instantie in poëzie schreef, maar haar redacteur wist haar te overtuigen dat het proza moest worden. Onlangs verscheen Het eiland van Jean Rhys waarin Brokken verslag doet van zijn reis naar Dominica en hiermee een beeld schetst van 'het eiland, van Jean Rhys en de bronnen van haar schrijverschap.

Reacties op: Meesterlijk waagstuk over liefde, waanzin en het broeierige plantageleven

12
De wijde Sargassozee - Jean Rhys
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners