Meessen (nu Mesen, West-Vlaanderen), 1074. Adela, een bejaarde gravin, voormalig echtgenote van de graaf van Vlaanderen, trekt zich terug uit de wereld en wil in Meessen haar laatste levensjaren doorbrengen in de plaatselijke vrouwenabdij. In het kleine stadje in volle ontwikkeling, zoekt ze contact met jong en oud, van de adellijke Frisilde tot de jonge vrijgevochten Itta. Bovendien heeft ze belangstelling voor de Keltische tradities in de gemeenschap. Hoewel bejaard is ze niet honkvast. Ze bezoekt haar dochter Machteld (Mathilde) in Winchester, de vrouw van Willem de Veroveraar...

We treffen in dit boek de handelsmerken van Maria Jacques aan: historisch, vrouwen in de hoofdrol, een belangrijke bijrol voor "mysterie". Ze situeert Meessen (in het zuiden van het huidige West-Vlaanderen, België) op de breuklijn tussen Germaanse en Keltische invloed. Adela, schoonmoeder van Willem de Veroveraar, gravin van Vlaanderen, met haar inzichten à la Karel de Grote, die een ondergeschikte rol van de vrouw voorstaat, wordt geconfronteerd met de Keltische zienswijze met de vrouw als evenwaardige partner. Origineel. Rond dat conflict bouwt Maria Jacques haar roman, met aandacht voor historische feiten die ze inpast in haar verhaal. Niet haar beste boek, voor mij pas echt boeiend vanaf de helft, maar beslist lezenswaardig voor wie interesse heeft in de periode rondom het jaar 1000, die niet zo veel aan bod komt in romans.

Reacties op: Breuklijn tussen Germaans en Keltisch

4
De heuvel van Meessen - Maria Jacques
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
Gesponsorde boeken