Lezersrecensie
Wie zich hier aan waagt
Ferrara en omgeving (Emilia-Romagna, Italië), ca. 1923-1980. Een verhalenbundel, dit laatste deel in de 6-delige cyclus “Het verhaal van Ferrara” (1). Die serie begon met “Binnen de muren”, een verhalenbundel! Het laatste relaas in “De geur van hooi” komt terug op degene uit “Binnen de muren”. Daarmee is de cirkel rond. Cirkels, globes, Giorgio Bassani (Ferrara, 1916- Rome, 2000) heeft er iets mee, zo bekent hij in dit boek. Het zijn abstracte vormen in zijn hoofd, die de basis leggen voor vele van zijn romans. Als 2 globes die elk op zichzelf draaien en elkaar nooit raken, zo staan verscheidene van zijn romanfiguren in parallelle werelden.
Toch weer iets speciaals, deze “Geur van hooi” dat 6 verhalen telt. De meeste erg persoonlijk. Wie zich hier aan waagt, aan deze dunne parel “De geur van hooi”, doet er goed aan de 5 vorige te hebben gelezen.
“Twee sprookjes” heet de eerste vertelling. Sprookje 1 speelt in de jaren 1930. De joodse Egle is 32 en nog ongehuwd. Tot een Oekraïens gezin in Ferrara komt en de prachtige lachende ogen van zoon Yuri de hare ontmoeten. Welke toekomst wacht hen? Sprookje 2 neemt de lezer mee naar Ferrara’s Hotel Tripoli net voor 1940, de donkerste jaren van het fascisme. Wat droomt Buda, de sjofele man in dit groezelige hotel?
Dan volgt “Meer over Bruno Lattes”, dat zich in 1938-39 situeert, de jaren van de rassenwetten. De jonge Bruno heeft een katholieke moeder en een joodse vader. Hij is verliefd op Adriana. Hoe ver gaat hij om haar liefde te winnen? En zij?
“Ravenna” is het volgende in de rij. Deze stad, die Bassani vervult met zowel kinderlijke vrolijkheid als weerzin, was een vaste tussenstop op de weg naar de kust. In de jaren 1920-30 kostte het een hele voormiddag om met vaders Fiat de afstand van 100 km vanuit Ferrara over de ongeasfalteerde wegen te overbruggen. Met de fiets ging het soms vlugger! Dat groezelige café waar ze zaten, was dat niet van de squadristi (2)? En welke gevoelens koesterde vader ten aanzien van het fascisme?
In “Les neiges d’antan” staan Marco Giori en Uller Tumaini centraal. Niemand had in de jaren 1930 zo veel aanzien en bewondering als de eerste. De tweede werd De Luiwammes genoemd. Schitterde ook zijn ster? Wat is er van hen geworden einde jaren 1950?
In “Drie apologieën” deelt de auteur fragmenten uit zijn eigen leven met de lezer. Banaliteiten? Nee, bij Bassani nooit! Apologie 1 speelt tijdens een autorit van Ferrara naar Rome. Een hele tocht toen er nog geen grote autostrades waren... In de 2de rede zijn we met Bassani in Napels in 1944, waar Engelstalige opschriften in de stad klinken als bevrijdingsslogans en Amerikaans corned beef de magen vult na hongerwinter 43-44... In het 3de pleidooi buigt Giorgio zich over een reeks portretten. Door die grijns van een oud, gemoedelijk levenswrak wordt hij danig geïnspireerd…
“Daar, aan het einde van de gang” sluit de reeks. Hoe kwamen Bassani’s eerste verhalen moeizaam tot stand? Wie moedigde hem aan? Hoe zitten ze compositorisch in elkaar? Welke rol speelt Ferrara? Het verleden? En hijzelf?
Sommige verhalen zijn krachtig, kernachtig en aandoenlijk; andere lijken mozaïeken van indrukken, schijnen eerder vingeroefeningen en zijn bijzonder door hun opbouw. Enkele vertonen parallellen met eerdere boeken uit het zesluik of gaan over plekken en personages die er in voorkomen.
Voor wie vertrouwd is met het oeuvre van Bassani, is dit het briljante slot van de cyclus. Het onthult Giorgio’s worsteling als beginnend auteur en geeft zicht op zijn werkwijze. Het voelt of je mee kijkt in het hoofd van de meesterschrijver. Elk van zijn vorige 5 boeken, krijgt door het lezen van dit 6de deel meer betekenis. Een boek met vele dimensies.
“Goede avond, beste lezer! Ga zitten en neem even de tijd. Ik zal je wat vertellen,” lijkt Giorgio Bassani te zeggen aan wie dit boek ter hand neemt. Ik schreef het reeds toen ik in 2021 mijn leesbeleving over “Binnen de muren” meedeelde. En zo ervaar ik het nog steeds. Deze lieve, geduldige, erudiete auteur vertelde alsof ik tegenover hem in de sofa zat. Alledaags en bijzonder, diepmenselijk, erg genuanceerd, contextrijk en opgebouwd uit vele laagjes. Aan de oppervlakte simpel, maar met een enorme psychologische en sociologische diepgang. En het is net die onderstroom die spreekt.
Als ik de 6 verhalen uit “De geur van hooi” afzonderlijk zou beoordelen, dan is het laatste veruit het sterkste (5*), gevolgd door het eerste, tweede en vierde (4*) en vijfde (3*). Een 4*-beoordeling lijkt me een gepaste score voor de hele bundel.
(1) Deel 1 “Binnen de muren”, 2 “De gouden bril”, 3 “De tuin van de familie Finzi-Contini”, 4 “Achter de deur”, 5 “De reiger” gingen hieraan vooraf.
(2) Squadristi: gewapende paramilitaire groepen, knokploegen bekend als “Zwarthemden”.
Toch weer iets speciaals, deze “Geur van hooi” dat 6 verhalen telt. De meeste erg persoonlijk. Wie zich hier aan waagt, aan deze dunne parel “De geur van hooi”, doet er goed aan de 5 vorige te hebben gelezen.
“Twee sprookjes” heet de eerste vertelling. Sprookje 1 speelt in de jaren 1930. De joodse Egle is 32 en nog ongehuwd. Tot een Oekraïens gezin in Ferrara komt en de prachtige lachende ogen van zoon Yuri de hare ontmoeten. Welke toekomst wacht hen? Sprookje 2 neemt de lezer mee naar Ferrara’s Hotel Tripoli net voor 1940, de donkerste jaren van het fascisme. Wat droomt Buda, de sjofele man in dit groezelige hotel?
Dan volgt “Meer over Bruno Lattes”, dat zich in 1938-39 situeert, de jaren van de rassenwetten. De jonge Bruno heeft een katholieke moeder en een joodse vader. Hij is verliefd op Adriana. Hoe ver gaat hij om haar liefde te winnen? En zij?
“Ravenna” is het volgende in de rij. Deze stad, die Bassani vervult met zowel kinderlijke vrolijkheid als weerzin, was een vaste tussenstop op de weg naar de kust. In de jaren 1920-30 kostte het een hele voormiddag om met vaders Fiat de afstand van 100 km vanuit Ferrara over de ongeasfalteerde wegen te overbruggen. Met de fiets ging het soms vlugger! Dat groezelige café waar ze zaten, was dat niet van de squadristi (2)? En welke gevoelens koesterde vader ten aanzien van het fascisme?
In “Les neiges d’antan” staan Marco Giori en Uller Tumaini centraal. Niemand had in de jaren 1930 zo veel aanzien en bewondering als de eerste. De tweede werd De Luiwammes genoemd. Schitterde ook zijn ster? Wat is er van hen geworden einde jaren 1950?
In “Drie apologieën” deelt de auteur fragmenten uit zijn eigen leven met de lezer. Banaliteiten? Nee, bij Bassani nooit! Apologie 1 speelt tijdens een autorit van Ferrara naar Rome. Een hele tocht toen er nog geen grote autostrades waren... In de 2de rede zijn we met Bassani in Napels in 1944, waar Engelstalige opschriften in de stad klinken als bevrijdingsslogans en Amerikaans corned beef de magen vult na hongerwinter 43-44... In het 3de pleidooi buigt Giorgio zich over een reeks portretten. Door die grijns van een oud, gemoedelijk levenswrak wordt hij danig geïnspireerd…
“Daar, aan het einde van de gang” sluit de reeks. Hoe kwamen Bassani’s eerste verhalen moeizaam tot stand? Wie moedigde hem aan? Hoe zitten ze compositorisch in elkaar? Welke rol speelt Ferrara? Het verleden? En hijzelf?
Sommige verhalen zijn krachtig, kernachtig en aandoenlijk; andere lijken mozaïeken van indrukken, schijnen eerder vingeroefeningen en zijn bijzonder door hun opbouw. Enkele vertonen parallellen met eerdere boeken uit het zesluik of gaan over plekken en personages die er in voorkomen.
Voor wie vertrouwd is met het oeuvre van Bassani, is dit het briljante slot van de cyclus. Het onthult Giorgio’s worsteling als beginnend auteur en geeft zicht op zijn werkwijze. Het voelt of je mee kijkt in het hoofd van de meesterschrijver. Elk van zijn vorige 5 boeken, krijgt door het lezen van dit 6de deel meer betekenis. Een boek met vele dimensies.
“Goede avond, beste lezer! Ga zitten en neem even de tijd. Ik zal je wat vertellen,” lijkt Giorgio Bassani te zeggen aan wie dit boek ter hand neemt. Ik schreef het reeds toen ik in 2021 mijn leesbeleving over “Binnen de muren” meedeelde. En zo ervaar ik het nog steeds. Deze lieve, geduldige, erudiete auteur vertelde alsof ik tegenover hem in de sofa zat. Alledaags en bijzonder, diepmenselijk, erg genuanceerd, contextrijk en opgebouwd uit vele laagjes. Aan de oppervlakte simpel, maar met een enorme psychologische en sociologische diepgang. En het is net die onderstroom die spreekt.
Als ik de 6 verhalen uit “De geur van hooi” afzonderlijk zou beoordelen, dan is het laatste veruit het sterkste (5*), gevolgd door het eerste, tweede en vierde (4*) en vijfde (3*). Een 4*-beoordeling lijkt me een gepaste score voor de hele bundel.
(1) Deel 1 “Binnen de muren”, 2 “De gouden bril”, 3 “De tuin van de familie Finzi-Contini”, 4 “Achter de deur”, 5 “De reiger” gingen hieraan vooraf.
(2) Squadristi: gewapende paramilitaire groepen, knokploegen bekend als “Zwarthemden”.
1
Reageer op deze recensie
