Lezersrecensie
Jobstudenten op een camping zitten met een lijk
Wat ik wel vaker zal zeggen tijdens deze bespreking: erg merkwaardig. De plot zit goed in mekaar, de feiten en gebeurtenissen kloppen al speelt het toeval wel een grote rol. Telkens weer komt de schrijver met antwoorden op vragen die nog moeten gesteld worden terwijl wanneer dat dan aan de orde is het toch weer een plottwist blijkt te zijn.
Er zijn twee verhaallijnen die in het boek parallel naast mekaar chronlogisch van begin tot climax lopen. Maar het tweede verhaal begint waar het eerte eindigt. Wat dus van verhaallijn 1 eigenlijk een flashback maakt. Geen ultrakorte hoofdstukjes maar toch kort genoeg om de leessneljheid op te drijven. Dat geldt ook voor de vorm met gedachten en dialogen en zelfs de aktie die vooral bewegingsgericht is.
Het knappe is dat je als lezer al snel doorkrijgt dat verhaallijn twee het vervolg op vehaallijn 1 is en je dan automatisch informatie uit twee probeert te pure om vooruit te lopen op 1. En dat lukt niet echt. Een voorbeeld is dat je weet dat er een dode gaat vallen, want twee gaat over het wegwerken van een lijk, en dat moet dus in 1 gebeuren. Toch blijft de identiteit van het lijk en de manier waarop verborgen.
Het komt levensecht over, jongeren die een vakantiejob doen op een camping in Frankrijk, tegen hun zin en puur voor het geld, en te maken krijgen met vervelende campeerders, collega’s en hun baas. Maar 7 van die jongeren die moeten samenwerken om een moord te verdoezelen maakt het wel uniek en het hoe en waarom maakt het weer erg merkwaardig.
Bijna elke gebeurtenis lijkt voorspelbaar en toch blijkt dat haast altijd anders te lopen, andere gevolgen te hebben en dus het verhaal steeds weer een andere wending te geven. Als lezer lijk je wel aan een elastiek te hangen waar de zwaartekracht van het verhaal je de ene kant optrekt en de middelpuntvliegende kracht van de fantasie van de schrijver de andere kant.
De jobstudenten zijn jong, oppervlakkig en lui. Ze denken vooral aan het vermijden van verantwoordelijkheden en de bijhorende problemen, plezier maken, eten, drinken en seks. De campeerders hebben nukken en grillen, willen meer dan waar ze voor betaald hebben en proberen de jobstudenten voor hun karretje te spannen. De campingbaas vermijdt alle contact met de wereld, is enkel op geld uit zonder problemen te krijgen of er zelf voor te moeten werken.
De jongeren onderling vormen kliekjes naargelang hun functie, animator, barpersoneel, keuken, balie, redders, enz.
Dit is levensecht, wat niet verwonderlijk is daar de schrijver hier een stukje autobiografisch materiaal verwerkt. Uit de tekst blijkt ook zijn grondige kennis van zowel het Frans als de verbasterde belgische versie er van (hij is dan ook leraar Frans).
Diepgang en ontwikkeling van de karakters zit er niet in. Dat hoort er ook niet bij. Zowel de karakters als het boek op zich geven blijk van platvloers egoïsme, jeugd en luiheid. Het feit dat het over de totale tijdspanne van het boek de zomervakantiemaanden van 1 bepaald jaar beslaan laat ook niet veel karakterevolutie toe.
De locatie is een camping in Frankrijk tijdens de zomermaanden. De drukte, de taalproblemen, het lawaai, de vakantiestemming en de irritaties vallen elk jaar weer opnieuw op elke camping te beleven. Dat stuk is een gecondenseeerd biografisch stuk uit het leven van de schrijver (waar het wel meerdere jaren beslaat) en absoluut echt. Het ongeluk/de moord en het ontwijken van de schuld is dan weer de vrijheid van de schrijver om van een alledaags gegeven een thriller te maken.
Er zijn heel veel (kleine) spannende momenten terwijl er ook nog een een constante spanningslijn doorheen het boek loopt. Doordat de schrijver er voor gekozen heeft om de twee verhaallijnen doormekaar te laten lopen terwijl ze eigenlijk chronologisch na mekaar komen krijg je als lezer de neiging om constant terug te willen bladeren. Naargelang verhaallijn 1 vordert wil je teruggaan in verhaallijn twee omdat dan pas vele details in hun context passen. En anderzijds wil je het omgekeerde doen naargelang verhaallijn twee vordert omdat je natuurlijk in de tijd vooruitspringt en terug wil om het hoe en het waarom met mekaar in verband te brengen.
De grote spanning zou kunnen zijn of er wel een moord zal volgen, maar doordat de gevolgen van de moord het beginpunt van verhaallijn twee zijn, weet je dit uiteraard al vanaf het begin. Wie de dode is blijft dan weer een verrassing als wordt pas veel later duidelijk waarom dat eigenlijk heel spannend is. De grote climax is de vraag of ze er mee zullen wegkomen dan wel naar de gevangenis gaan. Een vraag die beantwoord wordt maar waar de schrijver toch de spanning weer naar de context en niet naar het feit zelf verlegt.
Net zoals de vorm van het verhaal is ook het onderdeel ‘spanning’ merkwaardig te noemen. De spanning zit in de kleine, onverwachte wendingen die het verhaal neemt en veel minder in de grote vragen die gewoonlijk bij thrillers de dienst uitmaken.
Dit verhaal is erg beeldend. Om in Frankrijk te blijven, de Académie Française zal dit nooit een goed boek vinden omdat het helemaal niet hoogdravend is, de nadruk ligt op de jonge, jolige, bruuske spreektaal van vandaag en helemaal niet op prachtige taalkundige volzinnen en vondsten.
Het is misschien niet mijn kopje thee en toont toch wel aan dat de schrijfervaring van de auteur tot hiertoe bestond uit jeugdboeken. Dat geeft het wel een aparte insteek.
Het leest vlot en prettig weg, de arrogantie, oppervlakkigheid en egoïsme van de jonge jobstudenten zorgt soms voor irritatie, wat eerder wijst op mijn onverdraagzaamheid en gevorderde leeftijd dan op een fout van de schrijver. Om te eindigen zoals ik begon: het is vooral een heel merkwaardig boek, dat verdient om gelezen te worden.