Lezersrecensie
Een aangename wandeling in korte stukjes proza
´Op een morgen, toen mij de lust bekroop een wandeling te maken, zette ik mijn hoed op mijn hoofd, liep mijn schrijf- of spookamer uit en de trap af om haastig de straat op te gaan.´ Zo begint de novelle ´De wandeling´ (´Der Spaziergang´) van de Zwitserse schrijver Robert Walser. Wat volgt is een meer dan aangename beschrijving van de zaken en personen die de schrijver onderweg tegenkomt, doorspekt van zijn mijmeringen, in zichzelf uitgesproken breedvoerige redevoeringen, zijn euforie en verbazing en al dan niet opgekropte meningen of visies.
Feitelijk zijn het volstrekt losse prozastukjes achter elkaar geplakt, met als enige bindmiddel dat de schrijver het allemaal tegenkomt. Maar zo is een wandeling nu eenmaal. Landwegen, bos, straten met winkels of met kinderen, toevallige voorbijgangers, voorgenomen handelingen en afspraakjes lopen als vanzelf in elkaar over. Boek en opzet zijn daarmee heel herkenbaar en je gaat als lezer vanzelf mee in de traagheid van het beschrevene. Want ook traagheid, geduld en aandacht voor het detail sieren de wandelaar waarvoor het wandelen op zich het doel is en niet een middel om ergens te komen.
De wandelaar spreekt zichzelf toe tijdens de Spaziergang en zo nu en dan ook de lezer als een soort metgezel of medeplichtige van zijn gedachten. Euforie en verontwaardiging lossen elkaar af. En over dat laatste volgen meteen uitgebreide en deemoedige verontschuldigingen, want in het denkraam van de schrijver staat de noodzaak tot ´beschaafdheid´ boven alles: ´Het fatsoen gebiedt ons erop te letten dat wij met onszelf even streng omgaan als met anderen, dat wij anderen net zo mild beoordelen als onszelf, en dat laatste doen wij zoals bekend telkens onwillekeurig´.
Ondertussen verrast hij de lezer met zijn visies. Over het verkeer bijvoorbeeld: ´Wee, de langsrijdende automobielen die kil en wreed het kinderspel, de kinderlijke hemel binnenrijden, kleine, onschuldige, menselijke wezens het risico laten lopen vermorzeld te worden (…). Voor mensen die in een suizende automobiel zitten trek ik steeds een streng gezicht´ (bedenk dat dit verhaal al in 1917 verscheen!).
Voor het wandelen moet hij zich overigens bijna verontschuldigen. ´We zien u wandelen´, zegt de ambtenaar der belastingen als de schrijver hem vertelt weinig inkomsten te hebben. Met andere woorden: als je kunt lanterfanten, moet je toch wel geld genoeg hebben.
'De wandeling' is vooral een vrolijk boek. Alleen op het einde wordt het zwaarmoedig; melancholische herinneringen komen op over verloren liefdes en dergelijke. Maar dat is als het eenmaal donker wordt. Het symboliseert de levensloop van de Zwitserse schrijver Walser (1878-1956): een schrijver die op het einde niet veel te makken had, graag gehuwd had willen zijn, maar niet in staat relaties met vrouwen aan te gaan.
‘De Wandeling’ is een absolute aanrader om te lezen. Het boek werd voor het eerst gepubliceerd in 1917, nu in vertaling verschenen bij uitgever Lebowski.
Vooraf: neem de rust om de tekst te lezen. Doe het niet te gehaast, neem tijd! Besef dat de wandelaar stap voor stap gaat en neem zijn traagheid over. Zit in een prettige stoel – of sta, zoals ik wel vaker doe - op een goed verlichte plek. Nip tussendoor rustig aan een kopje koffie of desgewenst vanwege het moment van de dag aan een aperitiefje. Dan zal Walser uw aangenaam metgezel zijn en zult u samen met de schrijver een uiterst aangename wandeling hebben. Ik heb in elk geval prettig samen met hem opgelopen.
Een wat uitgebreidere versie van deze recensie staat op: https://tonhirdes.wordpress.com/2015/05/20/boek-robert-walser-de-wandeling/