Lezersrecensie
Oorlog? Wat oorlog? De privékwestie gaat voor alles
Je kent dat wel: van de schrijver waarvan je voor het eerst een boek las dat fascinerend blijkt te zijn, wil je graag nog wat lezen. Soms valt dat tegen. Soms zelfs blijft het 2e boek ongelezen liggen; de magie is blijkbaar niet groot genoeg. Gelukkig is dat niet het geval bij de Italiaanse schrijver Beppe Fenoglio waarvan ik na ‘De laatste dag’ nu ook ‘Een privékwestie’ gelezen heb; anders van opzet, maar evenzeer adembenemend.
‘Een privékwestie’ speelt in 1944, ruim een jaar na de wapenstilstand van Cassibile van 8 september 1943. Mussolini was afgezet en de Italiaanse regering gaf zich over aan de geallieerden. Daarop viel Duitsland Italië binnen en bezette het land. Mussolini keerde als marionet terug aan de macht en de fascisten vochten onder Duits commando nu ook tegen de verschillende groepen Italiaanse verzetsstrijders.
Hoofdpersoon in het boek is de jonge student Milton, een partizaan. Hij maakt deel uit van de ‘Badogliani’, oftewel de ‘blauwen’ die in de bergen van Piëtmont vechten tegen de fascisten. Als hij de villa van zijn jeugdliefde Fulvia bezoekt, suggereert de huishoudster dat Fulvia – die inmiddels naar Triest is vertrekken - iets heeft gehad met zijn vriend Giorgio, die ook partizaan is. Vanaf dat moment wil Milton alleen nog maar Giorgio spreken: klopt het wel dat verhaal? Heeft Fulvia voor hem gekozen? De oorlog kan hem niets meer schelen, hij wil zekerheid; de privékwestie gaat voor alles. ‘Het kan me gewoon allemaal niks meer schelen. Zomaar ineens niks meer. De oorlog, de vrijheid, mijn maten, de vijand. Alleen die waarheid nog’. Hij vraagt een dag verlof en gaat op zoek naar Giorgio die elders in de bergen bij een ander detachement zit. Giorgio blijkt echter net door de vijand te zijn gevangengenomen. En Milton probeert een weg te vinden hem te redden, hij gaat op zoek naar een gevangen fascist om te ruilen. Maar eigenlijk alleen omdat hij hoe dan ook moet weten hoe het zit met Fulvia.
‘Een privékwestie’ is een fascinerend verhaal over de oorlog, de mist, regen en modder, het afzien, het inerte en de ontregeling van het dagelijks leven.
Fenoglio vocht zelf als partizaan in de bergen van zijn geboortestreek Piëmont; deed dat zowel bij de ‘Garibaldini’ (de roden) als bij de *Badogliani.*Dat laatste waren de groepen die zich schaarden achter de Italiaanse maarschalk Badoglio, die in 1944 een antifascistische regering had gevormd. Vanwege hun uniform werden ze ook wel de ‘blauwen’ genoemd. De verschillen tussen de groepen partizanen komen ook aan bod bij Fenoglio. De ‘blauwen’ kregen wapens en andere materialen van de Engelsen; de communisten hadden veel minder spullen ter beschikking.
Het boek is ergens begin jaren vijftig geschreven, maar verscheen postuum pas in 1963. Italo Calvino noemde dit ‘het boek dat onze generatie had willen schrijven’.
Was ‘De laatste dag’ (zie mijn recensie) bijna geschreven als een filmscenario; ‘Een privékwestie’ voelt en leest als een ‘normale’ roman. Maar ook hier zijn de gedachten en handelingen van de personages kort en zakelijk beschreven, en voel je met een paar simpele woorden hun hele psyche en de diepgewortelde geschiedenis die daaraan ten grondslag ligt. Viereneenhalve ster (maar die halve extra past niet in de Dizzie-systematiek).
Deze recensie staat ook op mijn weblog https://tonhirdes.wordpress.com