Lezersrecensie

Een keuze van zes verhalen


wemkok wemkok
15 apr 2026

In deze Rainbow pocketeditie van 2010 zijn een zestal verhalen van Tsjechov bijeengebracht, door de vertalers Tom Eekman, Anne Stoffel en Aai Prins. Er is geen nawoord of voorwoord, wat jammer is, ik had graag willen weten waar de keuze vandaan kwam. Het zijn verhalen uit de periode dat Tsjechov meer bekendheid en waardering gaat krijgen, 1888 en 1889. De volledige vertaalde verhalen zijn te vinden in de van Oorschot bibliotheek.

Voor ‘Een vervelende geschiedenis’ uit 1889 (Russisch: "Скучная история", in het Engels ‘A dreary story’, dus niet ‘Onaangenaam’ maar ‘Saai’) moet men de tijd nemen om in te schatten of de hoofdpersoon en professor in de anatomie Nikolaj Stepanovitsj nu eigenlijk de meest verstandige is van het verhaal of dat hij juist lijdend voorwerp is. Hij bepaalt de blik van het verhaal, want het zijn zijn aantekeningen. We moeten echter voorzichtig zijn met ‘Aantekeningen’ in de Russische literatuur, Dostojevski heeft ze ook geschreven. Hij weet dat hij nog maar een half jaar te leven heeft maar geeft niet op zijn eigen identiteit als belangrijke professor te bewaren. Tussendoor siepelen echter allerlei opmerkingen waardoor je langzaam begint te twijfelen aan zijn leidende rol. In zijn eigen analogie is hij nog koning en niet slaaf: hij is zelfstandig en kan vrij denken. Maar af en toe is hij de controle kwijt en jammert dan.
Aan zijn gezin besteedt hij weinig aandacht, zijn vrouw vermijdt hij liever; hoewel vermakelijk, is zijn dochter Liza met een vreemde snuiter verloofd die hij het liefst bespot en aan zijn studenten heeft hij eigenlijk een hekel. Zijn aangenomen dochter Katja mag hij nog het meest maar ze zijn wel erg ver van elkaar verwijderd. Aan het eind is er de vraag, hoe houd je nu het ‘algehele idee’ van de samenleving of het bestaan bij elkaar en word je niet onverschillig jegens andere perspectieven.
Het verhaal is geschreven in het jaar dat Anton’s oudere broer Nikolaj aan typhus overleed in het zomerverblijf dat Anton had gehuurd voor de familie. De dood is zeker nabij voor Nikolaj de professor, en dat maakt toch wel dat hier een serieus verhaal over een levenshouding wordt verteld.
Volgens Shoshana Knapp (internet, JSTOR, ‘ Herbert Spencer in Chekhov’s “Skussnaja Istoria” and “Duel”: The love of Science and the Science of Love’ uit 1985 ) had Tsjechov de in het Russisch vertaalde en populaire Spencer essays gelezen over educatie, waarin wetenschap en de kunst als elkaar aanvullend worden gezien, en waarbij beide door een zelfstandig denkend mens te benaderen zijn. Een thema dat Tsjechov voortdurend aansnijdt in andere verhalen, hoe die twee te verbinden. Het ‘algemene idee’ van het bestaan waar de hoofdpersoon Nikolai aan het eind mee worstelt en wat niet alleen uit wetenschap ontstaat, ontgaat hem. Dat is de reden van zijn saaiheid, of eenzijdigheid, hij is de wetenschapper die verder niets begrijpt.

Bij ‘Schoonheden’ (Russisch: Красавицы) uit 1888 word je in het eerste deel herinnerd aan het verhaal van de ‘Steppe’ waar door de schrijver als kind ook de Armeniër wordt bezocht, die een prachtige dochter Masja heeft. De aandachtige blik op de Armeniër zelf geeft aan dit deel prijs dat het een echte herinnering is. In het tweede deel is hij een oudere student en wordt een meisje bij de trein bekeken, de waarschijnlijke dochter van de stationschef.

Anjoeta (1888) is een student verhaal, waar het gebrek aan empathie van af straalt, de harde werkelijkheid van een meisje dat voor een idiote medisch student de woning schoonhoudt. Een verhaal over klasse verschil, zonder oordeel. Dat Tsjechov de jongeman als idioot kan laten handelen en voor Anjoeta ons medelijden opwekt is natuurlijk grote kunst.

Narigheid (1888) (Russisch: ‘Неприятность‘) wordt in de nieuwere vertaling bij Hans Boland vertaald als ‘Een ongelukkig geval’, in het Engels ‘An unpleasantness’, beschrijft de ervaring van districtsarts Grigory Ovtsjennikov in zijn ziekenhuis waar hij al 8 jaar werkt. Opeens heeft hij geen beheersing meer, verkoopt zijn hulparts een muilpeer en dat verwijt hij zichzelf vervolgens. Je denkt dat ‘Dom, dom, dom’ dan slaat op die gebeurtenis. De echte achterliggende reden voor zijn gedrag moest ik twee keer nalezen: hij heeft onvoldoende zeggenschap binnen het ziekenhuis en wil er mee stoppen. Ook na het bezoek aan de vrederechter en districtsbestuurshoofd is hij niets opgeschoten, hij zal blijven werken en dan klinkt nog steeds het ‘Dom, dom, dom’. De titel ‘Narigheid’ die Anne Stoffel aan het verhaal gaf vond ik daarom goed gevonden, het is niet ‘een geval’.

‘Het verhaal van een onbekende’ (Russisch: ‘Рассказ неизвестного человека‘) stamt ongepubliceerd uit 1887-1888 en werd pas later weer bewerkt en verscheen in 1893. Het is een vertelling met meer invalshoeken. Er is een simpel verhaal over de hofjonker Orlov, en een vrouw Zinaida die haar man verlaat voor hem, maar hij wil haar eigenlijk alleen maar als minnares. Tegelijk wordt, ook in het begin, het gedrag besproken van mensen uit Petersburg (de drie vrienden die vrij onbetamelijk zijn), terwijl de hoofdpersoon Orlov zelf zich juist van alles distantieert met een ironische levenshouding. Er is een foto van Tsjechov uit die tijd, als hij op bezoek is bij zijn uitgever Soevorin in St Petersburg. De mannen die daar op staan zouden zomaar de beschreven figuren kunnen zijn. De drie Petersburgers, die zich helemaal niet verbazen over hun metgezel Orlov en de situatie ook wat grimmiger maken. Maar de vertellende ik figuur, die als lakei infiltreert bij Orlov om er iets te weten te komen over diens vader die in de regering zit, welk verhaal zit daar nu in, hij is een vreemde figuur, hij is angstig en heeft het in zich om zijn gedachten verdubbeld te zien, en de controle te verliezen. In feite zijn na enkele hoofdstukken zowel de ‘ik’ als de vrouw Zinaida ‘gevallen’ figuren en daarmee voor elkaar niet meer betrouwbaar. Orlov wordt uiteindelijk wel interessant door de kritische vergelijking die de ‘ik’ persoon maakt tussen Orlov en de Aziatische houding, waar alles ‘in de kan’ wordt teruggebracht, dat wil zeggen tot een ongevoeligheid die onkwetsbaar maakt. De ‘ik’ figuur noemt Orlov ook ‘gevallen’ maar bedoelt daar iets anders mee, meer het ontmaskerd worden van iemand die niet echt kan leven. Waar Tsjechov dan aan toevoegt dat het duizenden Russische jonge mannen betreft die deze distantiërende houding nastreven. Daarmee had het verhaal kunnen eindigen en dat was misschien wel beter geweest.
Het tweede deel, waar de vertellende ‘ik’ met Zinaida dan op reis gaat naar het buitenland, is een sneer naar Toergenjev. (Orlov die aan zijn vrienden uitlegt dat hij iets van Toergenjev heeft geleerd, maar dat hij niet zoals Toergenjev een vrouw nodig heeft om Bulgarije te veroveren). Eigenlijk wordt hier niet zoveel toegevoegd aan het verhaal, behalve dat de ‘ik’ ook nog eens terugkeert naar SPB en Orlov aan het eind niet zal toegeven dat hij ongelijk had.

‘Slaap’ (Russisch: Спать хочется) is uit 1888 en is het ontroerende maar donkere verhaal van het dertienjarige meisje Varka of Varja zoals ze later bij Hans Boland heet, dat in de nacht moet oppassen op de baby van haar wrede ‘weldoeners’. Het is een kort verhaal ‘dat je plotseling de adem afsnijdt’ zoals Natalia Ginzburg zegt in haar Tsjechov biografie.

Reacties

Meer recensies van wemkok

Boeken van dezelfde auteur