(Deze recensie is eerder verschenen in het Elf Fantasy Magazine)

In het Domein, een magische versie van Middeleeuws Engeland, leeft de jongen Will een rustig leventje. Dan verschijnt de reizende druïde-magiër Gwydion in het dorp, vertelt Will dat hij niet is opgevoed door zijn echte ouders en bestemd is voor grootse daden, en dat hij als leerjongen met hem mee moet. Uiteraard heeft de overdonderde puber daar geen zin in, maar de magiër laat hem geen keuze. Gaandeweg draait Will echter bij, en Gwydion leert hem over de geschiedenis, de werking van magie en de karakters van stenen: sommige zijn goedaardig, maar andere proberen het Domein in het verderf te storten door de geesten van de edelen te benevelen met gedachten over oorlog. Deze kwaadwillende stenen moeten Gwydion en Will opsporen voor de strijd losbarst.

Hoewel het plot van de Taal der Stenen langs een overbekende weg verloopt, compenseert Carter daar ruimschoots voor met zijn boeiende schrijf- en vertelkwaliteiten. Hij heeft oog voor detail, doseert de (overvloedige) informatie goed en besteedt veel aandacht aan de psychologie van mensen en hoe die beïnvloed wordt door de stenen. Ook de vertaling is van prima kwaliteit. Zelfs de ‘wijze lessen’ over goed en kwaad en de omgang met de natuur storen niet, door de sceptische instelling van de hoofdpersoon en de zelfspot van Gwydion, die wel machtig maar niet perfect is. Mooi detail is het nawoord waarin Carter als een soort reisgids beschrijft welke Engelse locaties ‘model hebben gestaan’ voor de dorpen en heilige plaatsen in zijn verhaal. Een fijn boek.

Reacties op: De taal der stenen: een bekend plot fris uitgewerkt