Advertentie

"De avond is ongemak", het romandebuut van Marieke Lucas Rijneveld is in veel recensies zeer bejubeld: een "wervelend debuut", zo wordt gezegd, een roman die sommige recensenten heeft "verpletterd". Ik jubel deze keer niet mee: te veel passages kwamen bij mij niet binnen, te veel bladzijden verveelden mij, en het kostte mij moeite het einde te halen. Niettemin vond ik veel zinnen en veel bladzijden werkelijk briljant, prachtig, van netvliesscheurende schoonheid. Wat een beeldenrijkdom, soms, en wat een ongebreideld originele schrijfkracht. Het begon voor mij moeizaam, maar zo ergens tussen blz. 20 en 60 dacht ik dat het een ultieme topper ging worden; daarna zakte het voor mij in, maar het veerde het op de gekste momenten ook weer sprankelend op. Ondanks de briljante momenten vond ik het boek in zijn geheel toch niet helemaal overtuigend. Maar door die briljante momenten, en de enorme originaliteit ervan, zou het mij niks verbazen als zij mij met een volgend boek echt he-le-maal omver blaast. En misschien zou zij dat nu al doen met haar dichtbundels, die ik echter nog niet ken.

De openingszin luidt: "Ik was tien jaar en deed mijn jas niet meer uit". Geen onaardige binnenkomer. De "ik" in kwestie is een jong meisje, dat "Jas" wordt genoemd (we begrijpen uit de openingszin waarom). Zij groeit op in een behoorlijk versmorend, zwaar Christelijk boerenmilieu, dat totaal verlamd raakt door het verlies van een kind: Jas' oudere broer Matthies. Geleidelijk aan ontsporen de ouders, Jas' zus en Jas' overgebleven broer meer en meer: kilte, onbegrip, onmacht om elkaar en zichzelf te bereiken nemen meer en meer toe, en als de boerderij ook nog eens door MKZ wordt getroffen is de toch al onhanteerbare troosteloosheid al helemaal niet meer te hanteren. Jas droomt van "de overkant": soms lijkt dat de stad, soms een onbenoemde plaats ver weg van de verstikkende boerderij en het al even verstikkende boerendorp, soms ook de angstwekkende maar ook verlossing belovende dood in sneeuw, ijs en vrieskou. Tegelijk is die dood nu precies het fenomeen waarmee Jas zeer worstelt: zij en haar familieleden kunnen de dood van Matthies immers geen plaats geven, kunnen zich niet voorstellen wat er is gebeurd en waarom dan en hoe het voor Matthies voelde. Mogelijk daarom worden er ook de nodige dieren gepijnigd of zelfs dood gemaakt: om zich bij benadering die doodservaring te kunnen voorstellen, maar ook als een soort rituele bezwering van de dood en de eigen angsten voor de dood. En wie weet is ook de vreemde, naar conventionele smaak soms zelfs behoorlijk perverse seksualiteit van de jeugdige personages zo'n ritueel, terwijl het tegelijk een vorm is van ontsporing. En ook van wanhopig zoeken naar liefde en lust in een alles versmorend en deprimerend milieu, waarbij de onconventionele perversiteit misschien wel de enige manier is om aan de wetten van dat milieu te ontkomen. Ook is er veel smerigheid: poep, snot, neusgepeuter, gewroet in elkaars besmeurde aarsgat, onaangename sadistische acties met een scherp instrument in de reet van een koe, en zo meer. Volkomen geaberreerd, zou je als lezende burgerman kunnen vinden, maar toch functioneel: ook dit illustreert de ontsporing, ook dit illustreert de onmogelijke manieren die met name Jas wanhopig zoekt om tenminste IETS te kunnen voelen in een door verdriet ontregeld, en sowieso toch al verstikkend milieu dat alle gevoel onderdrukt. Of, beter gezegd misschien, een milieu dat alle normale gevoel onderdrukt, zodat het abnormale wellicht de enige uitweg biedt. "De onrust schenkt vleugels aan de verbeelding", zo luidt het aan Gilliams ontleende motto van dit boek. Welnu, verstikking en onmachtig verdriet zorgen bij Jas voor enorme onrust, en die geeft vleugels aan verbeelding vol geaberreerde seks en smerigheid. Verbeelding tegen de keer, op de rand van totale ontsporing.

Daar moet je als lezer wel tegen kunnen. Vaak kon ik er prima tegen, en vond ik het zelfs ontroerend en van onverwachte schoonheid. Maar soms werd het mij echt te veel, zoals ook alle ellende mij soms te veel werd. Ook worstelde ik met enkele "ongeloofwaardige" elementen in het verhaal. Jas zegt dat ze vanaf haar tiende haar jas niet meer uitdeed, en is op een gegeven moment 12: doet ze dan echt twee jaar lang haar jas niet uit? Op haar 12e is ze opmerkelijk vroegwijs, maar gelooft ze ook nog steeds in Sinterklaas. Ze zegt haar navel met een punaise te doorboren, die dan vervolgens maanden lang gewoon vastgeprikt in die navel blijft zitten. Ze houdt twee padden gevangen, die maar niet eten en maar niet eten, en toch gaan ze ook maar niet dood. En ze claimt dat ze twee jaar lang nauwelijks poept, met alle pijnlijke overlast van dien. En zo is er meer. Iets in mij stoort zich hieraan: het maakt het verhaal voor mij ongeloofwaardig, en dat verstoort weer mijn medegevoel voor de hoofdpersoon. Iets in mij vindt het aan de andere kant ook weer ontroerend: al dit soort ongeloofwaardige elementen laten immers ook zien hoe Jas in een hermetische kinderwereld gevangen zit, hoezeer haar fantasie - en mogelijke overdrijvingen door die fantasie- voor haar wel een uiterst urgente ervaringswerkelijkheid zijn. Dat het onmogelijk is dat ze twee jaar lang nauwelijks poept, oké, maar wezenlijk is dat het voor haar wel gewoon zo is. En het is misschien ook een pregnant beeld dat illustreert hoe alles in haar vast zit, hoe onmachtig ze is om ook maar iets los te laten: een extreme hyperbool, maar wel een die past bij haar extreme gevoel. Dat ze op haar twaalfde nog steeds gelooft in Sinterklaas (en in Dieuwertje Blok van het Sinterklaas- journaal) mag vreemd lijken, maar het laat aan de andere kant wel ontroerend zien hoe wanhopig ze vastklampt aan alles wat ooit houvast gaf. Afscheid van het geloof in Sinterklaas staat dan bijna symbool voor het onmogelijk pijnlijke afscheid van alle geloof, ook in God. En dat raakt mij dan weer wel. En dat ze zich twee jaar lang afschermt door zich in haar jas te verstoppen, tja, dat lijkt mij wel onwaarschijnlijk, maar het illustreert ook hoe urgent dat omhulsel voor haar is. Kortom, ik was nogal ambivalent: de ene keer zat ik verveeld mijn hoofd te schudden over alle voor mij ongeloofwaardige elementen, en even later raakte ik er zeer door ontroerd. Het werkte dus vaak wel, en goed ook, maar vaak ook niet.

Maar goed, het meest opmerkelijke aan dit boek is de taal en de stijl. Ik bewonder passages als "Iedereen in het dorp kent ons verlies, maar hoe langer Matthies van huis is, hoe meer mensen eraan wennen dat we nog maar uit vijf mensen bestaan, dat er zelfs alweer mensen in het dorp komen wonen die niet beter weten. Langzaam groeit mijn broer uit verschillende hoofden, terwijl hij bij ons er steeds meer in komt". Die laatste zin, dat is wel even pure poëzie. Ook pregnant vind ik de volgende zinnen, als associaties bij het pekelen van komijnekaas: "Soms vraag ik mij af of het zou helpen als we vaderen moeder kopje- onder duwen in het pekelbad, als we ze opnieuw dopen 'in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest', zodat ze een steviger vorm krijgen en langer houdbaar zijn. Het valt me nu ook pas op dat de huid rondom moeders ogen gelig ziet en dof. Alsof ze steeds meer op het peertje boven de eettafel gaat lijken, de bloemenschort om haar middel als lampenkap, en net als de schakelaar gaat ze continu van licht naar donker […] ". Hier zien we treffend hoe Jas' onrust vleugels geeft aan haar verbeelding, die van associatie naar associatie leidt, en daarmee voor mijn gevoel ook haar eigen onrust en de onrust van haar moeder nadoet. En die even barok als poëtisch de wankele onvastheid van Jas' ouders in beelden vat, de onbestendigheid van twee mensen die voortdurend op het punt van instorten staan. Je kunt dat soort passages ook overdadig vinden, te weinig geserreerd, maar dat past wel weer mooi bij de chaos van over elkaar buitelende emoties in Jas' hoofd. Ook weet Jas haar eigen wanhopig isolement heel origineel te raken in de volgende droomscene: "Dan ineens verschuiven de koplampen zich langzaam naar mij. Ik ben geen mens, maar een klapstoel die verlaten bij de steiger staat. Niemand heeft me meer nodig om zich aan vast te houden. Mijn poten voelen koud aan, mijn leuning mist handen". Hier vind ik vooral de tweede zin pure poëzie, waarin veel tussen de regels wordt gezegd. Zo zou ik nog heel lang kunnen doorgaan met citeren van naar mijn smaak heel originele, rake en mij betoverende zinnen en beelden. Oké, daar kan ik ook meerdere beelden tegenover zetten die ik minder gelukt vond, en soms zelfs clichématig of al te sentimenteel. En ik zou ook uitgebreid kunnen toelichten waarom ik soms helemaal groggy werd van al die over elkaar buitelende barokke beelden, die maar door en door en door gaan: dat past zoals gezegd prima bij de turbulentie in Jas' hoofd, maar ik ben vast niet de enige lezer voor wie dat soms echt te veel wordt. Want je wilt soms ook wat lucht, of wat stilte en rust tussen alle barokke buitelingen door. Maar ach, laat ik daar niet te lang bij stilstaan: mijn punt is dat Rijneveld prachtig KAN schrijven, en dat ze dit in "De avond is ongemak" ook vaak doet.

Dus wat heb ik gelezen? Een boek waarbij ik mij soms zat te vervelen, maar dat mij geregeld deed opveren en mij vaak zelfs euforisch maakte met beelden vol vernieuwende schrijfkracht. Een boek dat voor mij soms niet werkte, en soms ineens weer wel. Een boek dat mij soms door alle barokke overdaad te veel werd, terwijl ik op andere momenten juist helemaal vrolijk werd van die barokke overdaad. Het overtuigde mij kortom niet helemaal. Maar wat een belofte voor de toekomst!

Reacties op: Niet helemaal overtuigend, maar bij vlagen prachtig: een intrigerend debuut, dat wellicht veel belooft

Steun je favoriete boekhandel

Bestel je boeken op Hebban bij Libris of Blz. en steun een boekhandel bij jou in de buurt. Vanaf €15,- gratis bezorgd.

Bestel het boek bij Libris vanaf 19,99
Bestel het boek bij Blz. vanaf 19,99
bestellen
bestellen
bestellen
Proxisbestellen

  Klik hier voor een overzicht van alle aanbieders

Bestel dit ebook vanaf  €6,99 bij



Bestel dit luisterboek voor  €12,99 bij

bestellen