Advertentie

Onlangs las ik "Gelatenheid in de kunst" van Gerard Visser, waarin o.a. een mooi hoofdstuk over Kawabata stond. Daardoor geïnspireerd geraakt herlas ik "Snow Country" (Sneeuwland), wat prachtig was en verslavend. Dus greep ik daarna meteen naar "House of the sleeping beauties", en dat dat vond ik eveneens onbenoembaar schitterend en raadselachtig prachtig.

Het verhaal - of liever: de open, associatieve stroom van zintuiglijke belevingen, dromen, herinneringen en gevoelens- draait om een aantal bezoeken van de oude heer Eguchi aan een huis, waarin oudere - vaak impotente, soms seniele- mannen de nacht doorbrengen naast diep in slaap gebrachte, jonge en maagdelijke vrouwen. Elke nacht is voor Eguchi een ontmoeting met een andere slapende jonge maagd. En elke ontmoeting zet weer andere reeksen van melancholieke, maar ook uiterst esthetische associaties en dromen in beweging. Die associaties bepalen het verhaal, zijn het verhaal. Met de geobsedeerde blik van de oude, zijn mannelijkheid verliezende man, absorbeert Eguchi bij elke ontmoeting elk lichamelijk detail van de slapende maagd die hij dan ontmoet, elke verandering in haar houding, het licht dat op haar valt, de kamer waarin zij ligt, enzovoort. Ook is Eguchi uiterst sensitief voor elke geur, voor elke tactiele nuance die hij met zijn strelende vingers voelt of met zijn tong proeft, en voor elk geluid: niet alleen het soms onhoorbare gemurmureer van het meisje in haar slaap, maar ook het geruis of ook de stilte van de nabij het huis stromende zee. Alle zintuigen van de oude, zich afgeleefd voelende Eguchi staan dus wijd open voor elke zintuigelijke beleving. Met al zijn zintuigen tast hij alle subtiele nuances af van elke jonge maagd. Maar ook van zichzelf, want door die zintuiglijke beleving worden dromen opgewekt, en lang vergeten herinneringen, vaak aan vrouwen uit Eguchi's jeugd maar ook aan Eguchi's dochters. En bovendien diverse ook voor hemzelf uiterst verrassende emoties en aandriften, tot bijna necrofiele lust en zelfs erotisch getinte moordneigingen aan toe. Die herinneringen zijn dan vaak totaalkunstwerken van geur, licht, tastzin en geluid, net als de ontmoetingen van Eguchi met de slapende maagden. En de soms opmerkelijk transgressieve aandriften zijn dat eveneens.

Kortom: elke ontmoeting van Eguchi met een in slaap gebrachte maagd is een adembenemend totaalkunstwerk van zintuiglijke beleving, associatieve herinneringen die eveneens vol zintuiglijkheid zijn, meanderende dromen, en grillige lust. Dat alles is volkomen doorregen van eros en thanatos: het contrast tussen de jeugd en maagdelijkheid van de slaapsters en de naar de dood toe rennende ouderdom van Eguchi. Want elke vorm van jeugd en schoonheid die hij ziet, aftast, hoort, proeft, zich herinnert of fantaseert, roept tegelijk verrukking op en diepe melancholie, want alle jeugd en schoonheid onderstreept voor Eguchi dat hijzelf geen schoonheid of jeugd meer heeft. Elke schone slaapster is dus reden voor verrukte vreugde en diepe treurnis. Zoals ook elke scene bij mij als lezer esthetische vreugde oproept door Kawabata's geweldige stijl, maar tegelijk ook treurnis omdat Kawabata Eguchi's gewaarwordingen van wanhoop en innerlijke leegte voor mij heel pregnant invoelbaar maakt.

Een soortgelijke dubbelzinnigheid is, in mijn beleving, op geweldige wijze samengebald in het centrale gegeven dat de slapende maagden helemaal uitgeleverd zijn aan alle zintuigen van de oude Eguchi, maar dat ze door hun bewusteloosheid en Eguchi's afnemende mannelijkheid tegelijk het symbool bij uitstek zijn van onbereikbaarheid. En trouwens ook van totale verdorvenheid (het zijn in feite immers prostituees), ongereptheid (het zijn immers maagden) en zelfs van een soort aan het aardse ontstegen verhevenheid (door de onschuld en sereniteit die zij al slapend uitstralen). De schone slaapsters worden door Eguchi zelfs als hoeren én als Boeddha's opgevat, als bron van leven door hun jeugd en schoonheid én als bron van melancholie door hun onbereikbaarheid. Dubbelzinnigheid viert kortom hoogtij. Twee tegenstrijdige stemmingen doordesemen volgens mij dan ook dit boek: verwonderde vreugde over de enorme schoonheid van onze aan subtiele details zo rijke wereld, en tegelijk melancholieke droefenis omdat al deze schoonheid en rijkdom vergankelijk is, door perversie bezoedeld wordt en uiteindelijk vergeefs is. En volgens mij versmelten die stemmingen uiteindelijk één: de stemming van melancholieke vervoering, van treurige verrukking. Alsof alles leeg en vergeefs is en tegelijk volprachtig en een verborgen genot voor alle zintuigen. Alsof alles onherroepelijk geperverteerd is en tegelijk toch jubel oproept vanwege zijn zuiverheid van ooit. Alsof die leegte en perversie zich samen met die zuiverheid en volprachtigheid als één ondoorgrondelijke stroom manifesteren in Eguchi's heel melancholieke maar ook uiterst sensitieve en ontvankelijke gemoed. En alsof al die onverenigbaarheden van waarnemingen en gevoelens voor Eguchi samensmelten tot één ondoorgrondelijke melodie. Wat dan, heel misschien, te maken heeft met het "inbegrip van alle dingen" dat Kawabata in zijn Nobelprijsrede noemde, waarin alles wat wij met ons verstand of onze moraal van elkaar onderscheiden in één stroom versmelt. Zodat fenomenen als bijvoorbeeld 'perversie', 'schoonheid' , verrukking' en 'dood' niet tegenover elkaar staan, maar in elkaar overglijden.

De termen "stroom" en "melodie" worden in deze roman niet voor niets een aantal malen expliciet genoemd. Bijvoorbeeld in de volgende waarneming van Eguchi, en de daardoor opgeroepen herinnering aan zijn dochter in een tempeltuin met camelia's: "And what was it? Was that why, in "the house of the sleeping beauties", as he lay with the girl's arm over his eyes, the images of the camellia in full bloom and the other flowers came to him? There was of course neither in the girl sleeping nor in Eguchi's daughter the richness of the camelia. But the richness of a girl's body was not something one knew by looking at her or by lying quietly beside her. It was not to be compared with the richness of camellias. What flowed deep behind his eyelids from the girl's arm was the current of life, the melody of life, the lure of life, and, for an old man, the recovery of life". Die "current of life" en "melody of life" is dan niet een simpel ervaringsfeit of een grijpbaar fenomeen: het is, in mijn beleving, een vermoeden of een grondstemming die zich alleen manifesteert als je alle zintuigen openzet, alle dromen laat stromen, alle associaties en herinneringen laat komen. En ook alle gevoelens van melancholie, doodsangst, verrukking, schoonheidservaring, perverse lust, ziekelijke erotiek en esthetische vervoering. Zo althans lijkt de "current of life" voelbaar te worden voor Eguchi, en zo lijkt de "melody of life" op te klinken in Eguchi's gemoed.

In het eerder genoemde "Gelatenheid in de kunst" concludeert Gerard Visser: "In 'De schone slaapsters' blijkt […] dat niet is voor te schrijven hoe de weg van loutering, als die al mogelijk is, zich voltrekt. De oude heer Eguchi ervaart zuivering van schuld en verzoening met de dood in een ziekelijke vorm van erotisch contact, die hij aanvankelijk slechts als uit nieuwsgierigheid had opgezocht. Maar ook de kwalificatie van het ziekelijke komt te zweven in Kawabata's als door een fijne energie vanuit het verborgene van de levensstroom gevoede beschrijvingen van nog de minuscuulste lijfelijke en zintuigelijke sensaties". Inderdaad, alles komt te zweven in deze mooie kleine roman. Ook de begrippen "zuivering" en "verzoening" trouwens, die Visser in dit mooie citaat misschien wat al te haastig gebruikt. Eguchi stelt zich met alle zintuigen en gevoelsvermogens maximaal open voor alles wat in hem leeft, ook voor de meest onverwoordbare en meest minuscule facetten daarvan, ook voor al het negatieve. "Had he not come to this house seeking the ultimate in the ugliness of old age?'", zo mijmert Eguchi of de verteller al vrij vroeg in deze roman: precies dat ultiem doorleven van alle lelijkheid, gecombineerd met het ultiem doorleven van alle schoonheid en van elke grillige perversie en onverwachte associatieve herinnering, staat bij Eguchi voorop. En dat alles kan dan, voor even, vrij stromen en met elkaar communiceren in zijn gemoed, niet geremd door enig moreel oordeel of door enige belemmering van de ratio. In mijn beleving bereikt Eguchi, voor even, een maximale meditatieve openheid en een maximaal aangescherpte waarneming. Ik lees dat niet als permanente verzoening of zuivering, niet als een definitief bereikte toestand waarin hij voorgoed bevrijd is van de angst voor de dood. Maar ik lees het wel als een adembenemend beschreven totaalervaring waarin de ondoorgrondelijke melodie van het leven, inclusief alle spanningsvolle tegenstrijdigheden en dus ook de perverse aandriften en de naar de strot grijpende angsten voor verval en dood, vrij en zonder oordeel kunnen stromen. Niet voor altijd, wel voor even. Wat dan geen definitieve verlossing biedt, maar wel een tijdelijke troost of een vorm van rust en acceptatie. En dat is al geweldig, vooral ook voor de lezer.

Of die ervaring Eguchi veel en langdurige troost brengt weten we volgens mij niet: deze roman heeft een open midden en een open eind, en trekt geen definitieve conclusies. Maar voor mij, als steeds trager wordende zestigjarige, was dit een boek vol vreemde schoonheid en raadselachtige troost. Het is duidelijk: met Kawabata ben ik nog lang niet klaar.

Reacties op: Kawabata's sensitieve beleving van de melodie van leven, liefde, perversie, erotiek, schoonheid en dood

4
De schone slaapsters - Yasunari Kawabata
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker