Rond 1930 publiceerde de Argentijn Roberto Arlt het tweeluik "De zeven gekken" en "De vlammenwerpers", dat vanwege zijn totaal waanzinnige inhoud en vorm volkomen de grond in werd geboord. Maar later werd het bejubeld als meesterwerk en klassieker, vooral in Argentinië zelf maar ook daarbuiten. En nu ik beide boeken eindelijk eens een keer gelezen heb jubel ik uit volle borst mee. Dit tweeluik vereist door zijn grillige plot en barokke stijl wel veel concentratie, en zelf had ik ook forse moeite om enige greep erop te krijgen, maar toen ik eenmaal het koortsachtige en waanzinnige ritme goed te pakken had was ik ook helemaal verkocht.

Het verhaal wordt in beweging gezet door de koortsachtige wanhoop en de grillige waanbeelden van een aantal hooglijk buitenissige personages: een gedemoraliseerde klaploper en fraudeur die geniet van en bodemloos lijdt onder zijn voortdurende zelfvernedering en die broedt op het ontwerp van een alles verdelgende soort gifgas, een sinistere fanaticus die de hele wereld wil vernietigen wat dan gefinancierd moet worden door een keten van lugubere bordelen, een "melancholieke pooier" die op vrij vernederende wijze vrouwen uitbaat en collega's bedriegt om zichzelf en de conventies te tarten, en zo meer. Al deze personages zijn bezeten van woede en wanhoop, en razend over de leegte van de wereld. Ze vervloeken God omdat hij niet bestaat, ze verketteren de wereld omdat hij vies en voos is, ze worden geteisterd door existentiële angsten en door zelfverachting vanwege die angsten. Bovendien voelen zij zich net zo vies en voos als de wereld zonder God die zij zo haten, en dus haten en verachten zij vaak ook zichzelf. Vandaar ook hun barokke plannen en complotten die moeten leiden tot vernietiging van de wereld en van henzelf. Plannen overigens die vaak het karakter hebben van een hallucinatoire en onwerkelijke droom, of van een cynische komedie: ze zijn volkomen richtingloos en onwerkelijk, dus niet te verwezenlijken. Eigenlijk zijn ze zelfs belachelijk, ridicuul, idioot: even zinloos als de wereld die door die plannen vernietigd had moeten worden. De personages weten dat, en ook dat voedt hun wanhoop, zelfhaat, hoon en woede.

Je kunt het boek waarderen om zijn tijdsbeeld: de desillusie van WO I en van veel in Argentinië verdwaalde gelukzoekers klinkt er heel pregnant in door. Je kunt het ook lezen als angstaanjagend rake profetie: de vooraankondiging van de Nazistische waanzin en van de Peronistische terreur die enige jaren later over Argentinië zou neerdalen. Zelf waardeer ik het vooral door zijn existentialistische karakter: het bijzonder meeslepend overgebrachte gevoel dat je gedoemd bent tot vrijheid, en dat je geworpen bent op een wereld die geheel zinloos is en geen enkele absolute waarheid kent. Dat gevoel wordt overgebracht door de krankjorume grilligheid van verhaal en plot: dat is totaal chaotisch, zonder enige causaliteit, zonder enige richting, even stuurloos dus als de wereld zonder God. En ook de behoorlijk barokke stijl evoceert voor mij treffend de waanzin van deze wereld. Bijvoorbeeld: "In Erdosain zat al het leed van de wereld opgesloten. Waar op aarde kon je een mens vinden met meer rimpels van bitterheid in zijn huid? Hij had het gevoel dat hij geen mens meer was, maar een met huid bedekte wond die verstijfde en gilde bij elk kloppen van zijn aderen. Maar hij leefde. Hij leefde in verre verwijdering en angstaanjagende nabijheid van zijn lichaam tegelijk. Hij was nu geen organisme meer dat kwellingen in zich opzoog maar iets onmenselijkers...misschien.... een in zichzelf opgerold monster in de zwarte buik van de kamer. Iedere laag duisternis die van zijn oogleden neerdaalde, was een placenta-achtig weefsel dat hem steeds meer van het menselijk universum isoleerde". Prachtig proza, vind ik: vol van duistere intensiteit, erg onconventioneel ook. En dus typisch proza dat past bij personages die vol wanhoop de duistere leegte peilen van de wereld en van zichzelf, en nauwelijks kunnen verwoorden wat zij daarbij ervaren en zien.

Nee, vrolijk is dit tweeluik niet, ook al is het vol pikzwarte humor. Maar ik bewonder de compromisloze originaliteit ervan, en werd meegesleept door de duistere intensiteit. De leegte van de wereld en de existentiële wanhoop daaraan zie je in meer boeken, maar zelden in zulke originele en scherpe kleuren als hier. Je ziet niet zo vaak dat iemand de waanzin van de wereld zo treffend oproept met zijn stijl en zijn plot, en je leest niet vaak boeken die de lezer zo voortdurend verrassen door het verhaalverloop en de woordkeus. Ja, het tweeluik is ongehoord zwartgallig. Maar toch ben ik na lezing ervan tamelijk opgetogen!


Reacties op: De waanzinnige wereld van een vergeten grootheid uit Argentinie