Lezersrecensie
Boek zou niet misstaan in de rubriek Noir fiction
Na het zien van de cover, het lezen van de achterflaptekst en de preview van het eerste hoofdstuk op Hebban heb ik mij enthousiast aangemeld voor de leesclub voor het thrillerdebuut Zestien paarden van Greg Buchanan. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het is dankzij de leesclub dat ik het boek niet opzij heb gelegd en nu beter kan benoemen wat me tegenstond aan dit verhaal dat in potentie zeer interessant is, want zeg nu zelf hoeveel thrillers met een forensisch dierenarts in de hoofdrol zijn er nu eenmaal? Het verhaal begint sterk met de vondst van zestien paardenhoofden en om die te onderzoeken wordt forensisch dierenarts Cooper ingeschakeld en werkt zij samen met rechercheur Alec in een mistroostig kustplaatsje in Engeland. Tijdens hun onderzoek komen allerlei misstanden binnen het lokale gemeenschap aan het licht. Maar welke daarvan heeft met de paardenmoorden te maken?
Daar waar het verhaal sterk begon, zo langdradig wordt de rest van het boek. Wat me stoorde aan het verhaal was dat er heel veel zijverhalen meegenomen zijn die er niet allemaal toedoen, terwijl de hoofdpersonages naar mijn mening niet genoeg uitgediept zijn, waarbij de beweegredenen van de dader(s) mij aan het einde van het verhaal nog steeds niet duidelijk zijn en ik tevens de rollen van de personages niet realistisch vind, want sinds wanneer is een dierenarts bevoegd om politie-onderzoeken te leiden?
Wat ik persoonlijk ook storend vond was de opmaak van het boek. Opgebroken alinea’s, soms met en soms zonder witregels. Terugblikken in de tijd die tussendoor in een hoofdstuk zijn opgenomen en niet meteen duidelijk wanneer je de gedachten van de dader(s) aan het lezen was. Juist een goede opmaak had het verhaal enige verbetering kunnen geven. Bijvoorbeeld kopjes met “… jaar eerder”, gebruik van cursieve tekst voor de dader(s) en alinea’s beter gegroepeerd. Wat mij betreft echt een gemiste kans en een ware verbetering van de leeservaring.
Wat mij op een bepaalde manier wel trok was de schrijfstijl, want als je de tijd neemt om rustig en met aandacht te lezen heeft het staccato-achtige tempo van de veelal korte zinnen wel iets. Zeker omdat het heel beeldend beschreven is en de somberheid van mens en omgeving van de pagina’s afspat. Bijvoorbeeld “Donkere auto’s reden over donkere straten. Door schaduwen die ooit moeras waren geweest, sloot het lange, vlakke landschap zijn tanden om hun heen. Rode en blauwe lichten dansten door het donker, door de leegte. Ze gingen in de richting van de zee.” (p. 163)
Uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat dit boek niet zou misstaan in de rubriek Noir fiction (de literaire tegenhanger van Film noir). Het verhaal speelt zich af in een nietszeggende en sombere omgeving waarin zwaar geweld gebruikt wordt en waarbij het personage een eenzame (anti)held is. Wellicht zou deze auteur beter tot zijn recht komen als scriptschrijver en is dit een verhaal dat beter verfilmd kan worden.