Advertentie

Laat ik met de deur in huis vallen: dit is een boek om te lezen en te herlezen. Om te overdenken en te bespreken. Om te koesteren en te omarmen. Als de meeste mensen deugen, gloort er hoop voor een polariserende wereld. Hoop die voortkomt uit wie wij zijn als mens, gemaakt voor verbinding met onze medemens. Maar het boek laat ook zien dat het kwaad dichtbij is, in ons, vermomd als het goede.

Auteur Rutger Bregman weet waar hij aan begint. Hij kent de experimenten en denkbeelden waaruit zou blijken dat de mens van nature slecht en egoïstisch is en slechts door een klein laagje beschaving in toom wordt gehouden. Hij behandelt deze obstakels vrijwel allemaal en dankzij grondig onderzoek blijkt keer op keer een heel andere conclusie mogelijk: de mens is van nature helemaal niet slecht, maar juist gericht op verbinding met de ander. Toegepast op democratie, onderwijs, religie, kapitalisme, of milieu-activisme leidt dit tot verrassende inzichten.

Onthutsend is het verhaal van het Stanford Prison Experiment: vijftien jaar geleden kreeg ik het op de universiteit nog voorgeschoteld als schoolvoorbeeld van sociale psychologie. Inmiddels is het ontmaskerd als hoax (zie bijvoorbeeld NRC en Wikipedia): het experiment is van begin tot eind beïnvloedt door de onderzoeker en is niet reproduceerbaar. De boodschap van het experiment - door een foute omgeving kan een mens vrij gemakkelijk ontsporen tot een bruut wezen - paste misschien bij het naoorlogse denken over het kwaad, maar kan inmiddels de prullenbak in.

Het bijzondere is: in 2013 nam Bregman zelf de conclusies van het Stanford experiment kritiekloos over in zijn boek “de geschiedenis van de vooruitgang”. Inmiddels geeft hij dit ruiterlijk toe en vindt hij zijn vorige boek “ongemakkelijk om te herlezen". Je eigen denkbeelden ter discussie stellen en zo nodig aanpassen, is niet iedereen gegeven. Daar is een wil om te twijfelen voor nodig. Mooi om te zien is hoe deze twijfel in het boek strijdt voert met de wil om te geloven. Uiteindelijk wint die laatste, want het goede verwachten roept het beste in mensen naar boven. En sommige dingen moet je nu eenmaal geloven, ook al hebben we er geen bewijs voor. "Vriendschap en liefde, vertrouwen en loyaliteit worden waar omdat we er in geloven".

Is de mens dan van nature goed? Nee, dat ook niet. Bregman beschrijft dat een mens als het ware op twee benen hinkt, een goede en een slechte. Baby's geven weliswaar in de wieg de voorkeur aan het goede, maar verpak je het slechte als het goede, dan kiezen ze spontaan het slechte. Nogal logisch misschien, maar het zit ook subtieler: mensen hebben een "tribale knop" waardoor we onbewust een voorkeur hebben voor datgene wat bekend is of bij ons past. Geef je de ene helft van een groep peuters een blauw shirt, en de andere helft een rood shirt, dan zijn de blauwe peuters negatiever over de rode peuters en omgekeerd. Deze negatieve bias kan flink worden versterkt (of zelfs aangewakkerd) door toedoen van de leiders van de groep. En dan is er volgens het boek nog een derde manier waardoor mensen het kwade doen: "Het mechanisme dat ons de aardigste soort op aarde heeft gemaakt, maakt ons ook tot de wreedste: empathie". Dat is nogal een uitspraak. De onderbouwing ervan is gebaseerd op wat anekdotisch bewijs en overtuigt minder goed. Ach ja, het probleem van het kwaad is misschien een iets te grote hobbel voor dit boek, dat ook zoveel andere onderwerpen behandelt en net zo goed twee keer zo dik had kunnen zijn. Duidelijk is dat het kwaad in ons zit en ons gemakkelijk kan laten ontsporen. De vraag die mij bezig houdt is of het menselijke zelf in staat is dit kwaad te ontmaskeren en te overwinnen? Ik geloof dat er hoop nodig is van boven.

Bregman, een domineeszoon, ging zichzelf op z'n negentiende atheïst noemen. Toch ademt het boek geen uitgesproken antipathie tegen het christelijk geloof uit. Ook wel eens fijn.
Uiteraard is er kritiek: op religie als een van bovenaf opgelegd machtssysteem. Op God die als een soort ultieme Big Brother alles in de gaten zou houden. Bregman noemt deze God een mythe, mogelijk ontstaan doordat machthebbers dit idee konden gebruiken om de massa in bedwang te houden (ik waag het deze verklaring te betwijfelen). Tegelijkertijd is er Jezus, die zijn vijanden de andere wang toekeert. Het laatste deel van het boek is er op geïnspireerd en gaat over een menselijke samenleving waarin die andere wang regeert. Zo kan het dus ook. Het boek eindigt met tien leefregels om te omarmen.

Reacties op: Hoop voor een polariserende wereld

360
De meeste mensen deugen - Rutger Bregman
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker