Lezersrecensie
Aangrijpende verhalen van achter het front tijdens de Eerste Wereldoorlog
“Civilisatie 1914 – 1917” uit mei 1918 is de tweede verhalenbundel van Georges Duhamel (1884 – 1966) waarin hij zijn ervaringen als arts tijdens de Eerste Wereldoorlog op literaire wijze verwerkt. De verhalen werden eerst gepubliceerd in het tijdschrift “Mercure de France” en daarna gebundeld uitgegeven. Bij het publiceren van zijn eerste bundel met verhalen, “Vie des martyrs 1914 – 1916” (niet vertaald in het Nederlands) had Duhamel last van de Franse censuur die niet wilde dat een arts in dienst van het Franse leger al te negatieve en al te dramatische verhalen publiceerde over het leed van Franse militairen aan en achter het front in militaire hospitalen. Duhamel koos er dan ook voor om zijn tweede serie verhalen te publiceren onder het synoniem Denis Thévenir. Kort na de wapenstilstand, 11 november 1918, werd bekend dat Duhamel de man was achter het pseudoniem en won hij met “Civilisatie 1914 – 1917” eind 1918 de prestigieuze Franse literaire prijs de Prix Goncourt. De Nederlandstalige vertaling van Mechtild Claessens werd in 2007 gepubliceerd.
Duhamel is het overgrote deel van de oorlog werkzaam geweest als arts in een veldhospitaal. In de winter van 1915-16 is hij begonnen om zijn ervaringen in verhalende vorm op te schrijven en ook met het van zich afschrijven van deze ervaringen. Tot dan toe had hij alleen maar intensief gecorrespondeerd met zijn vrouw over wat hij zoal meemaakte aan het front en de indruk die de gewone, maar gewonde, Franse soldaten op hem maakten. Van de zestien verhalen in de bundel “Civilisatie 1914 – 1917” gaat dan ook het grootste deel over deze gewone gewonde jongemannen die ver van huis en haard in een veldhospitaal liggen, vaak in het besef dat ze niet lang meer hebben te leven. De verteller van deze verhalen, vaak een arts waar wij Duhamel in herkennen, is in de laatste momenten van het leven de enige die nog bij de gewonde soldaat is. Het verhaal “Ponceau en de liefde” is in contrast met dit sterven in eenzaamheid, omdat de gewonde soldaat Ponceau wel bezoek krijgt van zijn echtgenote. Dit verhaal samen met het titelverhaal zijn voor mij de twee sterkste verhalen in de bundel. De eerste vanwege het al eerder genoemde contrast en het geschipper tussen hoop en vrees, tussen de eenzaamheid van de andere patiënten en het verplegend personeel en Ponceau en zijn echtgenote. Het tweede, omdat Duhamel in de sobere observerende stijl van een arts, die ook in de andere verhalen sterk aanwezig is, beschrijft hoe zowel de oorlog als het verzorgen van de oorlogsgewonden industriële processen zijn geworden. De sobere stijl gecombineerd met een poging om de vraag te beantwoorden wat civilisatie is, maakt het verhaal “Civilisatie” tot één van de hoogtepunten in de (anti-)oorlogsliteratuur van de twintigste eeuw. Helaas zijn er na het verschijnen van het verhaal en de bundel “Civilisatie 1914-17”nog heel veel, te veel, ongeciviliseerde oorlogen gevoerd.
Duhamel toont ons in “Civilisatie 1914 – 1917” de achterkant van het front van de Eerste Wereldoorlog, de wereld van de militaire hospitalen, waar gewonde jongemannen nog harder vechten voor het eigen leven dan aan het front. De sobere observerende stijl van de arts Duhamel contrasteert literair gezien op heel passende wijze met de pijn, het leed, het (ver)schieten tussen hoop en wanhoop van de gewonden. Door dit contrast is “Civilisatie 1914 – 1917” niet alleen een heel goed ooggetuigenverslag, maar ook een nog steeds actuele en heel goede verhalenbundel geworden.