Lezersrecensie

Verrassend goede naturalistische verhalen


Cies Cies
10 mrt 2024

De Rotterdamse schrijver Aug. P. van Groeningen (1866-1894) is tegenwoordig niet veel meer dan een voetnoot in de Nederlandstalige literatuurgeschiedenis. Zo af en toe kom je nog eens een verwijzing naar zijn roman “Martha de Bruin” (1890) tegen als voorbeeld van een naturalistische roman waarin de titelheldin niet uit de hogere burgerlijke klassen afkomstig is of als voorbeeld van een naturalistische roman die eens niet in Den Haag afspeelt. Verwijzingen naar de kort na zijn overlijden uitgegeven verhalenbundel “Een nest mensen” (1895) zijn heel dun gezaaid. Alleen in de paar artikelen die aan Van Groeningen zijn gewijd wordt het genoemd. “Een nest mensen” werd toen het uitkwam nauwelijks opgemerkt door de (literaire) pers. Daar mee is zeker niet gezegd dat “Een nest mensen” niet meer de moeite waard is om te lezen. Integendeel.

De verhalen in “Een nest mensen” zijn naturalistisch en spelen zich allemaal af aan de onderkant van de arbeiders klasse in Rotterdam. De toon is pessimistisch en in heel veel verhalen is het donker, regent het of valt er zelfs sneeuw. Vrolijk wordt je er niet van. Het pessimisme wordt nog eens versterkt door de sobere stijl van Van Groeningen. In tegenstelling tot andere, nog altijd bekendere, Nederlandstalige schrijvers van naturalistische verhalen als Netscher, Aletrino en Cooplandt/Prins vind je bij Van Groeningen geen woordkunst en barokke zinnen. Stilistisch zit Van Groeningen dichter bij het kortere werk van Emants en Buysse. Het verschil met deze twee is dat bij Emants bijna al zijn verhalen en novellen zich afspelen in hogere sociale milieus, en Buysse is afstandelijker in zijn verhalen die zich afspelen in arbeidersmilieus. Dit verschil tussen Buysse en Van Groeningen is eenvoudig te verklaren, Van Groeningen behoorde zelf tot een arbeidersmilieu en had zeker als kind schrijnende armoede gekend, terwijl Buysse opgroeide en leefde in een gefortuneerd burgerlijk milieu. Van Groeningen schrijft van binnen uit het milieu waardoor het indringender wordt, wat zijn iets mindere schrijverstalent (in vergelijking met Buysse en Emants is dit zeker geen schande) ruimschoots compenseert.

Het verhaal “Besmettelijke ziekte” gaat over een gezin waarvan het zoontje de pokken krijgt. In die jaren konden de pokken dodelijk zijn en het pokkenvirus is erg besmettelijk. De ouders hebben geen geld, of eigenlijk er geen geld voor over, om de dokter er bij te halen en ze hebben helemaal geen zin in de door de autoriteiten opgelegde quarantaine- en sociaal-hygiënische maatregelen. Het wantrouwen van de ouders ten opzichte van de autoriteiten komt overeen met hetgeen wij tijdens de corona epidemie hebben gezien. De ouders hebben ook meer vertrouwen in de praatjes van buurtgenoten over wat helpt en wat niet, het zijn de ‘wappies’ van hun tijd.
In andere verhalen is ‘onze’ actualiteit minder direct aanwezig, maar armoede, kinderen die zonder ontbijt naar school gaan, huiselijk geweld en autoriteiten als buurtagenten en onderwijzend personeel die zich niet kunnen en willen verplaatsen in het leven van de onderklasse, komen wij mits wij onze ogen er voor open hebben nog altijd dagelijks tegen. De verhalen “Een nest mensen” zijn verrassend goed en zullen zeker bij de liefhebbers van naturalistisch proza en/of literaire verhalen in de smaak vallen.

Reacties

Meer recensies van Cies

Boeken van dezelfde auteur