Lezersrecensie
Slechte bloemlezing van ambachtelijke dichteres
Hélène Swarth (1859 – 1941) is zonder twijfel de meest verkochte Nederlandstalige dichter geweest in de jaren tussen 1880 en 1940. Vanaf haar Nederlandstalige debuutbundel “Eenzame bloemen” uit 1884 kenden al haar tot (ongeveer) 1920 verschenen oorspronkelijke bundels meerdere herdrukken. Na 1920 nam de belangstelling voor haar nieuw werk sterk af, maar bleven bloemlezingen van haar eerder werk het goed doen. De literaire kritiek, vooral die ‘de Tachtigers’, had haar in het begin van haar carrière omarmd als één van hun. Willem Kloos noemde haar eens: “het zingend hart van onze letterkunde’. Na een aantal jaren kwam er wel kritiek op Swarth, het nieuwe was er van af en nog al wat dichtende mannelijke collega’s hadden moeite met het feit dat er van haar bundels meer exemplaren over de toonbank gingen. Na de Tweede Wereldoorlog nam de belangstelling voor de poëzie van Hélène Swarth alleen nog maar verder af, waardoor ze tegenwoordig een zo goed als vergeten dichter(es) is geworden. Al jaren is er geen bundel van haar heruitgegeven en de meest recente bloemlezing van haar werk is het in 1989 gepubliceerde “De mooiste gedichten van Hélène Swarth”.
Het lastige bij het beoordelen en recenseren van een poëziebloemlezing is dat je eigenlijk twee zaken moet beoordelen; het werk van de bloemlezer(s) en de gepresenteerde gedichten. “De mooiste gedichten van Hélène Swarth” is samengesteld door Sipke van der Land. Welke criteria Van der Land bij zijn selectie heeft gehanteerd staat nergens, ook ontbreken bronvermelding en publicatiejaar bij de geselecteerde gedichten. En alsof dit allemaal nog niet erg genoeg is, er is ook geen enkele biografische informatie of wat dan ook over het leven van Hélène Swarth opgenomen in deze bundel. Kortom, 41 gedichten van Hélène Swarth in een kaftje. De bloemlezer en/of de uitgever heeft hier dus prutswerk geleverd.
Dan de gedichten zelf. De thematiek is bij Swarth klassiek; God, Liefde en/of Natuur en ook de vormen zijn traditioneel. Na lezing van een aantal willekeurig gekozen gedichten is het overduidelijk, deze combinatie van inhoud en vorm is voor Swarth gemaakt. Schoenmaker hou je bij je leest, is dan ook het geen wat Swarth in 99% van haar gedichten, tot tevredenheid van een trouw lezerspubliek, jarenlang heeft gedaan. Bij verdere lezing van de bundel en ook nog een herlezing van de bundel wordt duidelijk hoe groot het ambachtelijk vakmanschap van Swarth is. Zij is baas over haar materie, maar ze is zelden of nooit in staat om echt te verrassen met een taalvondst, daarvoor is haar vakmanschap te degelijk en mist zij de nodige speelsheid.