Lezersrecensie
Te veel kroniek om echt goed te zijn
“Velen beschouwen het magnum opus van Bolesław Prus als de grootste Poolse roman van de negentiende eeuw – of zelfs van alle tijden”.
Dit citaat staat op de achterflap van “De pop”, het magnum opus van Bolesław Prus (1847 – 1912) en was voor mij dé doorslaggevende reden om het boek te lezen. Als liefhebber van negentiende-eeuwse literatuur met steeds meer interesse voor wat er in die jaren is geschreven in Centraal en Oost Europa kon ik “De pop” toch niet laten liggen?
Voordat Prus begon met schrijven van proza was hij actief als journalist met het schrijven van kronieken in lokale dagbladen en tijdschriften. De kroniekschrijver Prus is nadrukkelijk aanwezig in deze ruim 905 pagina’s tellende roman. Niet zo heel vreemd wetende dat de roman eerst als feuilleton werd gepubliceerd in de in Warschau verschijnende Kurier Codzienny. Doordat het als feuilleton werd gepubliceerd zijn bijna alle hoofdstukken even lang of hebben ze de dubbele lengte. Het kroniekgehalte is behouden gebleven, want alle hoofdstukken zijn afgeronde verhaal elementen. Het is prima mogelijk om “De pop” te begrijpen wanneer je als lezer een paar hoofdstukken overslaat. Het kroniekgehalte is ook behouden gebleven door de wel heel vele bijfiguren en niet relevante plotlijnen. De eerste belangrijke plotlijn is die van de liefde van de koopman Stach Wokulski voor de adellijke Izabela Łęcka.
De twee belangrijke plotlijn is die tussen de tegengestelde krachten in de Poolse samenleving in de jaren 1878-1879 het romanticisme verleden dat gepersonifieerd wordt door Ignacy Rzecki een goede vriend van Wokulski en het positivisme dat we terugvinden in de personage van Julek Ochocki een neef van Izabela. Wolulski neigt naar het moderne, het positivisme, het wetenschappelijke, het rationalisme maar het lukt hem (nog) niet om het romantische, het traditionele, het achterhaalde, het verleden los te laten. In dit opzicht is Wokulski de belichaming van de Poolse samenleving van die tijd en misschien ook wel van heel veel periodes daarna in de Poolse geschiedenis. Tot op de dag van vandaag is de Poolse samenleving verdeeld over dergelijke vraagstukken. Hiermee is ook verklaard waarom “De pop” in de Poolse literatuur en cultuur na zoveel jaren nog steeds zo’n prominente plaats inneemt.
Aan de ongelukkige liefdesgeschiedenis besteed ik geen aandacht. De vele niet relevante plotlijnen en andere aanhangsels die een kleurrijk beeld schetsen van Warschau in die jaren laat ik voor wat ze zijn. Prus net als veel andere negentiende-eeuwse kroniekschrijvers van het type Charles Dickens en Nicolaas Beets/Hildebrand zet het allemaal net iets te dik aan, soms op het karikaturale af. Schmieren voor een negentiende-eeuwse bühne waar een hedendaagse lezer niet meer de humor van inziet. Aan de richtingenstrijd in de Poolse samenleving in die jaren en hoe Prus die literair vertaalde besteed ik wel nog enige woorden.
Deze richtingenstrijd geeft Prus wel met genoeg diepgang weer. De karakters Rzecki en in mindere mate Ochocki zijn nog wel iets te dik aangezet, maar bij (bijna) alle andere karakters geeft hij de innerlijke worsteling die iedereen heeft, in het bijzonder bij Wokulski, wel literair mooi weer. De leden van de adellijke maatschappelijke elite die enthousiast zakelijk in zee gaan met de eenvoudige burgerman Wokulski, terwijl ze diezelfde Wokulski en zijn collega’s sociaal nog steeds buiten proberen te sluiten en dit zelf tegenstrijdig vinden en zoeken naar een passend evenwicht is hiervan een goed voorbeeld. Een lastiger en gecompliceerder voorbeeld is de integratie van de Joodse bevolking in de Poolse samenleving. Edellieden, middenstanders en arbeiders hebben daar allemaal meer of minder moeite mee. Het antisemitisme tiert welig in de Poolse samenleving en Prus neemt daar nergens expliciet afstand van. Hij stelt zich op als neutrale verteller al maakt hij van Wokulski wel iemand die geen moeite heeft om met Joden om te gaan, zaken te doen of buitenshuis mee gezien te worden.
De op de adellijke Izabella verliefd geworden Wokulski doet er alles aan er ‘bij te horen’ en in het gevlei te komen bij iedereen die voor Izabela belangrijk is. Hij doet dit met toenemende tegenzin, omdat zijn vertrouwen in zijn medemensen steeds wordt teleurgesteld. Alleen een verre glimlach van Izabela weerhoudt hem er keer op keer van om de handdoek in de ring te gooien. Tot dat het tegen het einde van “De pop” allemaal te veel wordt en hij er van door gaat om niet meer terug te keren.
De strijd die Wokulski met zichzelf en anderen zijn omgeving voert over wat de juiste weg voorwaarts is voor zowel de Poolse samenleving als hemzelf is meer dan de moeite van het lezen waard. Dat had de romanschrijver Prus in 180 – 200 pagina’s gekund. Het is jammer dat de kroniekschrijver Prus ook gekozen heeft voor ruim 700 pagina’s te vullen met ‘petit histoires’ over het leven in Warschau in het 3e kwart van de negentiende eeuw. Aan de andere kant, Pus schreef niet voor ons, maar schreef voor een laat negentiende-eeuws Pools lezerspubliek en dat die heel enthousiast waren over ‘De pop’ is goed te begrijpen.