Lezersrecensie

Roman van internationale modernistische allure


Cies Cies
9 mrt 2022

Carry van Bruggen (1881 – 1932) wordt vrijwel algemeen beschouwd als dé Nederlandse schrijfster van voor de Tweede Wereldoorlog. Zij is de enige schrijfster uit die periode van wie twee werken zijn opgenomen in de Canon van de Nederlandse Letterkunde uit 2002. Haar roman “Eva” uit 1927 is één van die twee werken, het andere is de filosofische studie “Prometheus” uit 1919. Nadat zij haar literair debuut in 1907 had gemaakt met naturalistische verhalen, raakte ze meer en meer geïnteresseerd in filosofie en werd de invloed van het naturalisme in haar werk steeds minder. Opgegroeid in een (orthodoxe) Joodse traditie ging haar filosofische belangstelling vooral uit naar de verhouding tussen het individu en het collectief/de gemeenschap, het Ene unieke en het Al omvattende. Deze thema’s komen dan ook uitgebreid aan bod in de deels autobiografische roman “Eva”.

“Eva” is een filosofische roman geschreven in ‘stream of consciousness’, of beter in dit geval ‘stream of thoughts’; een gedachtestroom, met heel weinig conclusies. Dit maakt het een lastige roman, maar zeker niet minder boeiend om te (her)lezen. Integendeel, door de vele gedachten van de zoekende Eva wordt je meegenomen in haar geestelijke en intellectuele ontwikkeling. “Eva” is ook nog eens een ‘bildungsroman’ van een jongensachtig meisje tot moeder van (bijna) volwassen kinderen. De roman is een lange zoektocht naar een persoonlijke identiteit van Eva. Een identiteit die bestaat uit een vrouwelijke seksuele identiteit, een moederrol, een balans tussen haar Joodse groepsidentiteit en haar individuele omgang met deze religieuze en culturele traditie, en echtgenote. Dit is geen eenvoudige puzzel voor Eva om te leggen. Voor wie wel?

Het gaat te ver om al die elkaar overlappende zoektochten van Eva hier uit te doeken te doen. Het is Van Bruggen ook niet zozeer te doen om eventuele antwoorden op al die vragen, het is haar te doen om de zoektocht. De centrale zoektocht is volgens mij de zoektocht naar een eigen vrouwelijke (seksuele) identiteit. Van Bruggen en Eva zijn op zoek naar een eigen vrouwelijke identiteit die meer is dan het tegenovergestelde van de, zeker nog in die jaren dat Van Bruggen “Eva” schreef, dominante heteroseksuele protestantschristelijke mannelijke identiteit. Het zoeken van een eigen identiteit is dan ook deels voor Eva het zich afzetten tegen, het positie bepalen ten opzichte van, de dominante mannelijke identiteit. Eva doet dit in haar relatie met haar vader die voorganger is bij de lokale Joodse synagoge, haar tweelingbroer, haar mannelijke en vrouwelijke collega’s op de school waar ze les geeft, haar echtgenoot, en alle ander mannen die voorbij komen in haar leven. Dit positiespel van Eva is onderdeel van de zoektocht naar haar individuele identiteit. Een individuele identiteit die dus deels bepaald wordt bepaald door positie te kiezen ten opzichte van een collectieve identiteit.

Van Bruggen slaagt er wonderwel in om de persoonlijke zoektocht van Eva niet te reduceren tot een al te navelstaarderige (semi-) autobiografische roman. Van Bruggen weet de vragen en de zoektocht naar antwoorden waar Eva mee worstelt te veralgemeniseren zonder dat het weer doorslaat naar de andere kant, waardoor “Eva” een filosofisch traktaat zou worden. Deze balans tussen het persoonlijke en het algemene, en het zoeken naar antwoorden in plaats van het geven van antwoorden, zijn samen met ‘stream of consciousness’ terugkerende kenmerken in het literair modernisme dat tussen de twee wereldoorlogen tot volle wasdom kwam in het werk van onder andere Virginia Woolf, James Joyce, Andre Gide en in Nederland niet alleen bij Carry van Bruggen, maar ook bij Edgar du Perron. “Eva” behoort bij de standaardwerken van het internationale literaire modernisme.

Reacties

Meer recensies van Cies

Boeken van dezelfde auteur