Lezersrecensie

Nog steeds relevante Nederlandstalige ‘fin de siècle’ roman


Cies Cies
12 mrt 2021

Het is goed dat met enige regelmaat een boek dat in de vergetelheid is geraakt opnieuw wordt uitgegeven. De tweede druk in 2020 van de oorspronkelijk in 1893 uitgegeven roman “Goëtia” van de Nederlandse journalist en schrijver Frits Lapidoth (1861 – 1932) is hier een mooi voorbeeld van. Grammatica en spelling zijn door Bas Jongenelen geactualiseerd, Sander Bink heeft een goede inleiding geschreven en uitgeverij Geroosterde Hond die het allemaal mogelijk maakte en een passende afbeelding op de voorkant heeft gezet.

Lapidoth schreef vooral over kunst, theater en literatuur. Tussen 1883 en 1893 was hij actief als (kunst en cultuur) correspondent voor verschillende Nederlandse kranten en tijdschriften in Parijs. Het ligt dan ook voor de hand dat “Goëtia” afspeelt in het Parijs van die tijd. Minder voor de hand liggend is dat het zich afspeelt in het toen vrij grote milieu van occultisten, satanisten, paragnosten, magnetiseurs en andere pseudowetenschappelijke ‘fin de siècle’ alchemisten. De roman werd door de Nederlandse literaire pers redelijk goed ontvangen en kon rekenen op bemoedigende en positieve recensies. De centrale vraag voor een hedendaagse lezer is: In hoeverre heeft deze roman de tand des tijds weten te doorstaan? Is het een literair curiosum dat terecht tegenwoordig niet veel meer is dan een voetnoot in onze literaire geschiedenis, of is het een nog steeds goed te lezen roman die een literair boeiend inkijkje biedt in de in die jaren populaire decadente wereld van mensen die niet genoeg hebben aan de standaard wetenschappelijke inzichten en verklaringen?

Het laatste is het geval. “Goëtia” is nog steeds goed te lezen en is misschien zelfs actueler dan ooit, want de overeenkomsten tussen toenmalige wereld van occultisten en de hedendaagse wereld van complotdenkers en virusontkenners zijn groter dan de verschillen. Daarmee is niet gezegd dat “Goëtia” een tijdloze roman is, daarvoor is de thematiek van het satanisme, occultisme, esoterie, spiritisme, nihilisme en anarchisme te karakteristiek voor het ‘fin de siècle’ van het einde van de negentiende eeuw. Ook wat betreft de stijl is Lapidoth een man van zijn tijd, de roman is geschreven in een (gematigd) naturalisme dat veel overeenkomsten heeft met de stijl van bijvoorbeeld Louis Couperus en Marcellus Emants in die jaren. Tijdens het lezen van “Goëtia” wordt al snel duidelijk dat Lapidoth weet waarover hij schrijft. Hij heeft zich goed ingelezen in de materie en meerdere avondjes waar het occulte in een zaaltje in Parijs op het toneel kwam bezocht. Lapidoth houdt zich niet bezig met stemmingmakerij, het zoeken naar sensatie of wat dan ook om de verkoopcijfers van “Goëtia” te bevorderen.

Goëtia is de ‘artiestennaam’ van de uit Charkov afkomstige Olga Tredjakow die na omzwervingen via onder andere Petersburg in Parijs furore maakt als weduwe van een Russische edelman met haar salons waar allerlei waarzeggers, magnetiseurs en anderen ‘acte de présence’ geven en de occulte en esoterische literatuur van de dag wordt besproken. De naam Goëtia is een verwijzing naar zwarte magie in Middeleeuwse teksten. Voor Goëtia zijn alle occulte en esoterische praktijken en theorieën slechts een middel om wraak te nemen op de bezittende klasse die haar vader, en daarmee haar, onnodig/onterecht heel lang in armoede heeft laten leven. Haar (en ook die van Lapidoth) sceptische, om niet te zeggen cynische, houding ten opzichte van het occulte, esoterische en het politieke anarchisme en nihilisme vormt een mooi contrast met al die naïeve volgelingen van dit alles. Voor de spiritisten, waarzeggers, magnetiseurs of wat dan ook, is het een leuk ‘businessmodel’ al gaat een enkeling zelf twijfelen, er (bijna) zelf in geloven, wanneer er eens per toeval een voorspelling uitkomt.

In haar niets en niemand ontziende door haat ingegeven wraakoefening door de hogere en lagere sociale milieus van Parijs, krijgt de lezer in het kielzog van Goëtia een boeiende inkijk in de wereld van (Russische) politieke vluchtelingen, grotere en kleinere (kruimel)dieven, charlatans, al dan niet aan lager wal geraakte adel, oud (beroeps) militairen en allerlei anderen die op zoek zijn naar een houvast, naar hoop op een beter leven en als dat niet op een ‘normale’ wijze kan, dan maar op een ‘abnormale’ wijze aan de hand van hedendaagse alchemie. Het is deze zoektocht naar houvast, naar een moreel kompas in onzekere tijden die het ‘fin de siècle’ kenmerkt die Lapidoth goed weergeeft. “Goëtia” is daardoor één van de Nederlandstalige romans die er nog steeds toe doet.

Reacties

Meer recensies van Cies

Boeken van dezelfde auteur