Lezersrecensie

Zola treint richting Freud


Cies Cies
16 mrt 2020

Zo’n 25 jaar geleden las ik “Het beest in de mens” (1890) van Emile Zola (1840 – 1902). Het maakte een verpletterende indruk. Het was de tweede roman van Zola die ik las. Eerder had ik al “Thérèse Raquin” (1867) en ook een aantal Nederlandstalige naturalistische werken van onder andere Cyriel Buysse, Marcellus Emants, Frans Coenen en Louis Couperus. “Het beest in de mens” kon ik 25 jaar geleden niet goed onder het naturalisme plaatsen. Maar wat maakt het uit, zo lang een roman maar indrukwekkend goed is. Zou ik 25 jaar later weer achterover vallen bij het lezen van “Het beest in de mens”, het 17e deel in de Rougon-Macquart serie?

Achterover vallen, dat niet, maar “Het beest in de mens” blijft een sterke roman. Bovendien is het mij nu een stuk duidelijker dat in deze roman Zola zich niet al te strak houdt aan zijn eigen opvattingen over het literair naturalisme zoals hij die verwoordde in het Voorwoord bij “Thérèse Raquin”. In de 23 jaar tussen “Thérèse Raquin” en “Het beest in de mens” zijn de literaire opvattingen van Zola en veel van zijn tijdgenoten meer en meer geëvolueerd in de richting van de realistische psychologische roman. “Het beest in de mens” is (nog) geen Freudiaanse roman al herleid Zola niet alle psychische neuroses, afwijkingen en blokkades tot aangeboren eigenschappen. Sommige psychische problemen zijn veroorzaakt door gebeurtenissen op jonge leeftijd die nog niet goed verwerkt zijn.

Het verhaal speelt zich af op en rond de spoorlijn Parijs – Le Havre in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Net als in bijvoorbeeld “In het Paradijs voor de Vrouw” (1883) en “De mijn” (1885) beschrijft Zola de werking van de spoorwegen (treinen, locomotieven, stations, rangeerterreinen en de mensen die er werken) als één grote machine met menselijke eigenschappen. Zo is voor treinmachinist Jacques Lantier ‘zijn’ locomotief ‘La Lison’ een geliefde vrouw die hij met eerbied behandelt en vertroetelt. Daar tegenover staat dat Zola mensen met enige regelmaat als beesten zonder enige vorm van moraal en rationaliteit beschrijft. De roman heeft niet voor niets de titel “Het beest in de mens”.

Dat mensen zich met regelmaat gedragen als beesten (dus zonder moraal en rationaliteit) maakt Zola de lezer al duidelijk in de eerste hoofdstukken, waarin een echtgenoot (Roubaud) zijn vrouw (Séverine) in elkaar slaat en verkracht, nadat zij heeft bekend als tiener verkracht te zijn door de vader van een vriendin van haar waar ze in huis was opgenomen nadat ze wees was geworden, de al eerder genoemde machinist Lantier zich op het laatste moment weet in te houden voordat hij een moord zou begaan, en vermoorden Roubaud en Séverine haar voormalige verkrachter Grandmorin.

Net als in “Thérèse Raquin” groeit het moordende paar uit elkaar. Het grote verschil is dat in “Het beest in de mens” er wel sprake is van enige wroeging. Wroeging, schuldbesef en verantwoordelijk voelen voor het doden van anderen komen we meerdere keren tegen in “Het beest in de mens”. Het beste voorbeeld hiervan is Flore die na haar aanslag op een passerende trein waarbij de verkeerde mensen overleven, vol van schuldbesef een einde maakt aan haar eigen leven. Vrolijk is het allemaal niet. Toch is er meer dan alleen maar dood en verderf in “Het beest in de mens” al is er niet veel vrolijkheid.

In tegenstelling tot de meeste voorgaande romans van Emile Zola is er in “Het beest in de mens” wel sprake van (opr)echte liefde. Verder is Séverine niet alleen op zoek naar seksuele bevrediging, maar vindt die ook, ondanks haar verkrachtingen op jonge leeftijd. “Het beest in de mens” is dan ook veel meer een moderne psychologische roman dan een naturalistische roman. Een uitstekende moderne roman die zeker niet onder doet voor moderne romans geschreven aan het einde van de negentiende eeuw.

Reacties

Meer recensies van Cies

Boeken van dezelfde auteur