Lezersrecensie

Veel meer dan een voorloper en inspiratiebron van het literair existentialisme


Cies Cies
8 mrt 2022

Louis Guilloux (1899 – 1980) is een in ons taalgebied vrijwel onbekend gebleven Franse schrijver. Zijn roman “Het zwarte bloed” uit 1935 is tot op heden het enige werk van hem dat in Nederlandstalige vertaling is verschenen. De vertaling van Mirjam de Veth, die ook een uitstekend nawoord schreef, is in 1999 uitgegeven. Het had heel anders kunnen zijn gelopen, wanneer in de jaren dertig van de vorige eeuw de Nederlandse schrijver Eddy du Perron, goed bevriend met Louis Guilloux, een contract voor vertaling van “Het zwarte bloed” met een Nederlandse uitgeverij had kunnen sluiten. Het is bij een hele positieve recensie van Du Perron gebleven, meer zat er op dat moment helaas niet in. “Het zwarte bloed” kreeg ook in Frankrijk zeer positieve recensies en de roman werd al vrij snel na publicatie vertaald in meerdere talen. Franse collega schrijvers als André Malraux, Louis Aragon, André Gide en Eugène Dabit waren allen onder de indruk van “Het zwarte bloed” en ijverden dan ook om “Het zwarte bloed” in 1935 de Prix Concourt te winnen. Zonder resultaat. Dit is een toepasselijk voorbeeld van de literaire carrière van Guilloux, hoog geprezen door collega’s maar niet in hele grote getale gelezen door het (Franse) lezerspubliek. Niet alleen hoog geprezen, maar ook inspiratiebron voor Jean-Paul Sartre bij het schrijven van zijn debuutroman “Walging” uit 1938. Inspiratie die op sommige momenten trekjes heeft van plagiaat.

Met zeer positieve aanbevelingen van André Malraux en Eddy du Perron (positie 1 en 2 in mijn Hebban Top 50) waren de verwachtingen voorafgaand aan het lezen van “Het zwarte bloed” dan ook erg hoog. De verwachtingen werden bij het lezen van “Het zwarte bloed” allemaal waar gemaakt. “Het zwarte bloed” staat nu ook in mijn Top 25 en zal waarschijnlijk na herlezing over een jaar of twee nog wel een aantal plaatsjes stijgen. “Het zwarte bloed” is een typische ‘groeier’, hoe vaker je het leest hoe beter het wordt, omdat je iedere keer weer nieuwe lagen en laagjes ontdekt.

“Het zwarte bloed” speelt zich af op 24 oktober 1917 in de Bretoense havenplaats Saint-Brieuc (geboorteplaats van Guilloux). Datum en plaats worden niet in de roman genoemd, maar zijn wel herleidbaar uit het verhaal. Door het verhaal samen te ballen in één dag in één Franse provincieplaats creëert Guilloux een bepaalde spanning, met gelijktijdig verlopende gebeurtenissen die op een paar honderd meter van elkaar gebeuren. In Saint-Brieuc, net als vele andere plaatsen in Frankrijk eind oktober 2017 zijn de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog ver weg, maar is de Grote Oorlog wel een allesbepalende factor in het dagelijks leven. Jonge mannen zijn voor een korte periode van verlof thuis, anderen zijn als verminkte oorlogsveteraan definitief terug van het front, en in weer een ander gezin zitten de ouders al dagen in spanning te wachten op een bericht van hun zoon aan het front. Leeft hij nog?

Het hoofdpersonage François Merlin is een tegen zijn pensioen aan lopende leraar filosofie op het plaatselijke lyceum. In zijn jonge jaren was hij voorbestemd om een academische carrière te maken als filosoof op de universiteiten van Parijs, maar zijn anarchistische koppigheid en de kleinburgerlijkheid van het academische establishment maakten dit onmogelijk. Merlin, die jaren geleden van zijn leerlingen de bijnaam Cripure heeft gekregen, een verwijzing naar Kant’s Kritiek van de Zuivere Rede, wordt na zijn mislukte academische carrière ‘verbannen’ naar zijn oude middelbare school in Saint-Brieuc. In het Saint-Brieuc ergert Cripure zich mateloos aan het kleinburgerlijke provincialisme van zijn collega’s en andere notabelen. Hij walgt er van en vergelijkt ze met pissebedden, maar Cripure beseft dat hij zelf ook iets, meer dan iets, heeft van een pissebed. Guilloux beschrijft dit conflict tussen (eigen) burgerlijkheid en anti-burgerlijkheid bij Cripure op verbluffende wijze, door het vanuit verschillende perspectieven te benaderen. In “Het zwarte bloed” is niets eendimensionaal, plat of eenduidig.

Cripure is niet de enige in “Het zwarte bloed” die op zoek is naar het hoe, wat en waarom van het individuele en persoonlijke bestaan. De zoektocht en de bestemming aan het einde van de zoektocht is voor de meesten in “Het zwarte bloed” een teleurstelling, omdat ze altijd bij zichzelf uitkomen. In dit opzicht is “Het zwarte bloed” meer dan, veel meer dan een voorloper en inspiratiebron van het literair existentialisme waar Sartre (en Camus) een paar jaar later mee aan kwamen zetten.

Reacties

Meer recensies van Cies

Boeken van dezelfde auteur