Lezersrecensie
Een Franse Elsschot die meer lezers verdient
De Franse auteur Georges Duhamel (1884 – 1966) die in 1918 de Prix Goncourt ontving voor de verhalenbundel “Civilisatie 1914 – 1917”. In deze bundel verwerkte Duhamel die kort achter het front in de Eerste Wereldoorlog dienst deed als arts zijn (bloederige) ervaringen. Door het winnen van de Prix Goncourt was hij financieel in staat om na de Eerste Wereldoorlog een carrière op te proberen te bouwen als schrijven. Hij is hier met succes in geslaagd. Zo publiceerde hij in 1920 de, in Frankrijk populaire en door literaire pers hoog geprezen, roman “Middernacht”. Dit is het eerste deel van een vijfdelige cyclus over het leven van de Parijzenaar Louis Salavin. Duhamel was begonnen met het schrijven van “Middernacht” kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en heeft dit werk weer opgepakt in 1919. In 2006 verscheen de eerste Nederlandstalige vertaling van “Middernacht” aan de hand van Chris van de Poel. De overige vier delen van de cyclus over Salavin zijn (nog?) niet in het Nederlands vertaald, helaas. “Middernacht” was in de jaren twintig en dertig redelijk goed bekend bij Nederlandse en Vlaamse schrijvers, zo rekende Willem Elsschot “Middernacht” tot een van zijn lievelingsboeken.
Toeval of niet, maar er zijn zeker overeenkomsten tussen het werk van Elsschot en “Middernacht” van Duhamel. In alle twee zijn hoofdpersonages gewone mensen die op een ongebruikelijke wijze in het leven staan, wat in een droog en helder proza zonder enige opsmuk aan de lezer wordt voorgelegd. "Middernacht” is een lange monoloog van Salavin van zijn laatste dag op kantoor tot aan, ja tot wat eigenlijk? In een combinatie van sympathie voor en toch ook wel lichte ridiculisering geeft Duhamel ons een kijkje in het van buiten af zo hele saaie leven van de dertigjarige Louis Salavin. Het knappe van Duhamel is dat hij dit saaie en onbeduidende leven heel treffend en boeiend beschrijft. De scenes waarin de nog altijd thuiswonende dertigjarige Salavin en zijn moeder (vader is jaren geleden overleden) samenleven en tegelijkertijd volledig langs elkaar leven zijn hoogtepunten in deze korte roman.
De urenlange monoloog die Salavin afsteekt tegen een onbekende, en tegen de lezer, in de late uren in een café in Parijs is een inventieve stilistische greep van Duhamel die helemaal had kunnen ontaarden in een sentimentele klaagzang. Duhamel zorgt er voor dat het een sober ingetogen en intrigerend relaas is dat meer lezers verdient.