Lezersrecensie
Nana, meer dan een roman over een femme fatale
“Nana” is het negende deel uit de Les Rougons-Macquart cyclus van Emile Zola en verscheen in 1880. Alle delen zijn prima los van elkaar te lezen. Elk deel speelt zich af in een ander sociaal milieu in een andere (sub)cultuur van Frankrijk in de laatste jaren van de regeringsperiode van Keizer Napoleon III (1852 – 1870). “Nana” speelt zich af in de wereld van het variété theater en de (jonge) vrouwen die door middel van een carrière in het theater hun maatschappelijke status willen verhogen om zo, kort door de bocht, het levenspad van straat prostituee – actrice/zangeres/danseres – demi-monde/courtisane – vrome oude vrijster te kunnen doorlopen.
De roman begint op het moment dat Nana haar eerste stappen in de wereld van het theater zet. Ze kan niet zingen en niet acteren, maar wat ze wel kan is mooi, aantrekkelijk maar vooral begeerlijk zijn. Nana is zo begeerlijk in de ogen van heel wat mannen dat zij de ene na de andere en soms een paar tegelijk volledig uitkleedt. Dat uitkleden is zowel letterlijk als figuurlijk. Of ze jong of oud zijn, arm of rijk, Nana is niet al te kieskeurig, ze zorgt er voor dat al deze mannen alles tot op hun laatste cent overhebben voor Nana. De vernederingen, echtscheidingen, schandalen die mannen voor haar over hebben maakt van Nana de ultieme femme fatale. Als femme fatale is Nana de literaire tegenpool van fatale vrouwen als Emma Bovary, Thérèse Raquin, Anna Karenina, Effi Briest en ga zo maar verder die in het derde kwart van de 19e eeuw net zo populair waren als Nana bij het lezende publiek.
De ‘carrière’ van Nana wordt gekenmerkt door pieken en dalen waardoor ze in slechte tijden weer op straat tippelt of in goedkopere bordelen haar diensten aanbiedt om zo in haar dagelijks onderhoud te kunnen voorzien. Dat ze een gat in haar hand heeft, niet kan sparen en zij net als ‘haar mannen’ ook financieel wordt misbruikt door haar personeel en leveranciers dragen er aan bij dat Nana er nooit in zal slagen om zich financieel onafhankelijk terug te trekken en als oude vrijster te genieten van een deugdzame oude dag. Haar aangeboren drang om alles te bezitten en dit bezit ook weer te vernietigen zijn de ware redenen waarom het deze ‘markiezin van de straat’ maar niet lukt om zich voor eens en voor altijd te verrijken aan welke prins, hertog, rijke industrieel of wie dan ook om zo een rustiger en eerbaarder leven te leiden.
Vanaf het moment dat “Nana” van de persen rolde, eerst als feuilleton in een krant en kort daarna als boek, kende het uiteenlopende reacties. Zo waren Gustave Flaubert en Edmond de Goncourt laaiend enthousiast, maar vond een ander deel van het (literaire) ‘establishment’ “Nana” aanstoot gevend. Het vermeend aanstootgevende zat deze keer eens niet in het erotische of pornografische karakter van de roman, want daar is, ook voor die tijd zo goed als geen sprake. Nee, het aanstootgevende zat in de wijze waarop respectabele mannen hun hele hebben en houden neerlegden aan de voeten van een vrouw in ruil voor een korte periode in haar armen.
“Nana” is door de realistische beschrijvingen van het leven van zowel Nana, haar collega’s/vriendinnen/concurrentes als de ondergang van haar ‘minnaars’ een evenwichtige en nog steeds interessante en relevante roman. “Nana” is ook minder naturalistisch en minder somber dan de meeste anderen romans van Zola. Het is vooral het zoveelste bewijs dat Zola in zijn Les Rougons-Macquart cyclus een constant hoog niveau wist te halen waardoor het ook voor een hedendaagse lezer nog steeds de moeite van het lezen waard is.