Advertentie

‘Reis naar het einde van de nacht’ is de semi-autobiografische debuut roman uit 1932 van Louis Ferdinand Céline (1894-1961). De roman begint in Parijs aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog met student medicijnen Ferdinand Bardamu die in impulsief het besluit neemt om in het leger te gaan en zijn studie opgeeft. Bardamu heeft dan al een opstandig, non-conformistisch en nihilistisch karakter. Dit zal in de loop der jaren alleen maar verder toenemen. Wanneer de roman na allerlei omzwervingen via de loopgraven in West-Vlaanderen en Noord Frankrijk, een militair hospitaal in Frankrijk, de binnenlanden van Afrika, New York, Detroit, Parijs, Toulouse begin jaren dertig eindigt in een voorstad van Parijs is er van enige positieve verwachtingen wat betreft het eigen leven, de medemens en de wereld geen spoor meer te vinden bij Bardamu. In dat opzicht is ‘Reis naar het einde van de nacht’ een ontwikkelingsroman, wel een cynische, met levenslessen als “onze diepverborgen aard kan zich werkelijk alleen maar uitleven in oorlog en ziekte”. De hele roman is gelardeerd met dergelijke prachtige “one-liners”. Zouden tegeltjes met dergelijke wijsheden verkocht worden?

Toch is het geen naargeestig boek. Célines directe stijl van schrijven in ‘spreektaal’ en de wijze waarop en de keuzes die hij maakt bij het beschrijven van situaties en personen zorgen voor een evenwicht tussen deprimerend en vrolijk makend. Alles en iedereen, inclusief hijzelf, wordt door Bardamu scherp neergezet als een egoïstische bekrompen kleinburgerlijke klootzak die aan niet veel meer kan denken dan eten, poepen en neuken. Het wordt nooit karikaturaal waardoor wij onze eigen “klootzakkerij” zo goed herkennen in de beschrijvingen van Céline.

Hiermee creëert Céline wel een ongemakkelijk evenwicht. Waar je als lezer zou willen meeleven met pijnlijder/leed of liefhebbende/liefde, omdat je je zelf er deels in herkent, wordt dit keer op keer door Céline zo goed als onmogelijk gemaakt door de nihilistische of cynische wijze waarop hij pijn(lijder) of (ge)liefde beschrijft. Daar wil en kan je je toch niet mee vereenzelvigen?

Wanneer Bardamus enige vriend Robinson door een stom ongeval blind wordt, lukt het door het geklaag, gezeur en de aanstellerij van Robinson niet om al te veel sympathie voor Robinson te krijgen. Er zijn geen echt sympathieke karakters in ‘Reis naar het einde van de nacht’ en toch heb je als lezer iets van sympathie voor de soldaten, de sukkelaars, de krabbers, de stumperds, de corrupte officieren, de racistische kolonisten, de gekken, de zieken en criminelen waar Baradumu zich mee omringt, omdat ze ook weer niet door en door en alleen maar slecht zijn.

Dat Céline, ruim 85 jaar na publicatie, er met ‘Reis naar het einde van de nacht’ nog steeds in slaagt om ons die ongemakkelijke evenwichtsoefening uit laten voeren dat is knap. Verdomd knap.

Reacties op: Een knap ongemakkelijk evenwicht

56
Reis naar het einde van de nacht - Louis-Ferdinand Céline
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 18,50
E-book prijsvergelijker