Lezersrecensie

Hét decadente standaardwerk van het fin de siècle


Cies Cies
13 mrt 2022

“Tegen de keer” (1884) van Joris-Karel Huysmans (1848 – 1907) algemeen beschouwd als hét boek van het decadente fin de siècle. Hét boek en niet de roman, of het essay, of het manifest van het decadente fin de siècle, omdat het boek op deze drie individuele onderdelen tekort schiet. Voor een roman heeft het te weinig plotontwikkeling, de essayistische delen zijn niet zo heel sterk onderbouwd en overtuigend en als manifest mist het de oproep tot actie. Als geheel is “Tegen de keer” een boeiend leesavontuur en een, zo niet de beste, inleiding tot de decadentere literatuur van het fin de siècle.

Alles wat het literaire decadente fin de siècle kenmerkt is voldoende aanwezig in “Tegen de keer”. Van de misantrope impotente ziekelijke dandy via de extatische esthetische verheerlijking van de vrouw (de exotische Salomé) in de kunst en niet in het echte leven tot aan de gecompliceerde verhouding met de Klassiek Romeinse en Katholieke traditie; het komt allemaal voorbij in “Tegen de keer”. Bij lezing krijg je op momenten de indruk te maken te hebben met een pastiche, maar “Tegen de keer” is en blijft zonder twijfel het eerste boek dat het literaire decadente fin de siècle definieert en tot op de dag van vandaag zowel in de literatuur als in andere kunst- en cultuuruitingen navolgers heeft. Met “Tegen de keer” gaf Huysmans een stevige impuls aan het literaire symbolisme en allerlei avant-garde bewegingen in het begin van de 20e eeuw.

Huysmans schreef “Tegen de keer” op een kantelmoment in zijn leven en in zijn carrière als schrijver. Tot dan toe had hij een aantal naturalistische romans, novellen en poëzie bundels die op positieve kritiek van de naturalistische grootmeester Zola konden rekenen. Huysmans begon uitgekeken te raken op het al te deterministische naturalisme waar weinig tot geen plaats is voor de menselijke ziel, of minder katholiek, het individueel geweten en de individuele (esthetische) ervaring. In “Tegen de keer”, de titel suggereert het al, gaat Huysmans dan ook op zoek naar een inhoud en stijl om tegenwicht te bieden aan het naturalisme. Een zoektocht die hem in “Tegen de keer” nog schoorvoetend in de richting van en in zijn latere werken volledig brengt bij een zelfs voor die tijd zeer devoot en conservatief katholicisme.

Het hoofdpersonage, om niet te zeggen het enige personage, in “Tegen de keer” is Jean des Esseintes die het mondaine leven in Parijs hartstikke beu is en besluit om zich terug te trekken in een buitenhuis net nog aan de rand van Parijs. Huysmans besteedt pagina’s aan het hoe en waarom van de inrichting van deze nieuwe woning van Des Esseintes. In deze essayistisch aandoende hoofdstukken geeft Huysmans aan wat de esthetische en inhoudelijke opvattingen en overwegingen van Des Esseintes/Huysmans zijn wat betreft literatuur (hoofdzakelijk laat Romeins/vroeg Katholieke werken in verbasterd Latijn geschreven werken), wat betreft kunst (hoofdzakelijk afbeeldingen van de verrotte kant van de mens) en wat betreft woondecoratie (hoofdzakelijk een zo kunstmatige imitatie als mogelijk van het natuurlijke). Des Esseintes voelt zich echter niet prettig, niet op zijn gemak, laat staan gelukkig in zijn helemaal opnieuw ingerichte woning. Zijn fysieke en mentale gezondheid gaat al snel achteruit. Wanneer hij op dringend advies van zijn arts moet terugkeren naar Parijs en daarmee naar een gematigd leven onder de mensen ervaart Des Esseintes dit als een nederlaag en als een straf.

Voor een lezer is het allesbehalve een straf om “Tegen de keer” ter hand te nemen, want ondanks de soms wat langdradige essayistische overpeinzingen is het verder een vlot geschreven, vermakelijk en hoogst interessant boek.

Reacties

Meer recensies van Cies

Boeken van dezelfde auteur